Video | Investeren

Beursblog: Warren Buffett een superbelegger? Vooral vroeger

Jef Poortmans
Jef Poortmans redacteur bij Trends

Weinig beleggers worden zo verheerlijkt als Warren Buffett. Volledig terecht, afgaand op zijn palmares. Al zijn daar ook enkele kanttekeningen bij te plaatsen.

Afgelopen weekend was het de jaarlijkse beleggershoogmis in Omaha, Nebraska. Daar hield Berkshire Hathaway, het beleggingsvehikel van Warren Buffett, zijn aandeelhoudersvergadering. Duizenden beleggers en Buffett-adepten van over heel de wereld zakken daarvoor af naar wat je het Tomorrowland voor beleggers zou kunnen noemen. Dit jaar voor het eerst zonder Charlie Munger, de trouwe luitenant van Buffett en volgens sommige de ware architect achter het succes van Berkshire.

De belangrijkste les die gewone stervelingen van Buffett als belegger te leren hebben is: vroeg beginnen. Zoals onderstaande grafiek laat zien: 99 procent van zijn vermogen heeft hij na zijn 50ste vergaard. Buffett heeft als geen ander de wet van de samengestelde rendementen in zijn voordeel laten spelen.

Bron: Finmasters

In principe mag men al zijn beurswijsheden, aandelentips en beleggingsstrategieën negeren, zolang men die ene boodschap maar onthoudt: vroeg beginnen en je hele leven lang blijven beleggen. “Consistentie onderscheidt de professionals van de amateurs”, las ik onlangs ergens. Dat geldt ook voor beleggers.

En zoals de bezienswaardige documentaire ‘Becoming Warren Buffett’ laat zien, consistent is hij in ieder geval. Op het saaie af zelfs. Succesvol beleggen is dan ook saai. Opwinding moet je niet op de beurs zoeken. Daar zijn parachutes of haaienkooien voor.

Telkens wanneer we over Buffett spreken of schrijven, gaat daar vaak het woordje ‘topbelegger’ of ‘superbelegger’ aan vooraf. Terecht, als je kijkt naar de rendementen van Berkshire Hathaway. In de jaarlijkse aandeelhoudersbrief vergelijkt Berkshire zijn prestaties met die van de S&P 500. Sinds de oprichting in 1965 heeft Berkshire zijn aandeelhouders 4.384.748 procent rendement opgeleverd, oftewel 19,8 procent per jaar. Voor de S&P 500 is dat respectievelijk 31.223 procent en 10,2 procent jaarlijks. Je zou voor minder iemand een topbelegger noemen.

Bron: Berkshire Hathaway Shareholder letter 2023

Een belangrijke kanttekening is dat de rendementen van Berkshire vooral in de begindecennia top waren. Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe beter Berkshire het doet tegenover de S&P, zoals de tabel hieronder aantoont. Buffetts beleggingsresultaten zijn daarmee omgekeerd evenredig met zijn vermogensopbouw. Toen hij jong was, staken zijn rendementen veel hoger boven het maaiveld uit dan in de laatste decennia, terwijl zijn vermogen vooral van in die laatste periode dateert.

Bron: Forbes

In zekere zin is die spectaculaire vermogensopbouw de reden waarom Berkshire de S&P minder hard klopt dan vroeger. Het is gewoon te groot geworden. Met zo’n massa geld kun je niet meer profiteren van bepaalde kansen of inefficiënties op de markt die tot buitensporige rendementen kunnen leiden.

Een ander gevaar van iemand ‘top’ of ‘super’ te noemen is dat het kopieergedrag uitlokt. Jonge of beginnende beleggers denken misschien dat het een goede beleggingsstrategie is om Berkshires portefeuille te kopiëren, maar als je dat vandaag bekijkt, zijn er betere opties. Berkshire is namelijk sterk geconcentreerd. De toptienposities zijn goed voor meer dan 90 procent van de hele portefeuillewaarde. De grootste positie, Apple, is goed voor de helft, al heeft Buffett afgelopen weekend gezegd dat hij die positie meer dan 10 procent heeft gekort. Daarmee zondigt Berkshire tegen de vuistregel dat spreiden gelijk is aan lagere risico’s. Met zo’n palmares kun je natuurlijk bepaalde vuistregels aan je laars lappen.

Bron: Dataroma

Partner Content