PIXELS VOOR EEN TWEEDE LEVEN

Wim Ver Elst Redacteur bij Trends

Als we in de toekomst naar Belgische klassiekers als Daens en Toto le héros in hd willen kijken, moeten die films nu worden gedigitaliseerd. Cinematek zet er zijn schouders onder.

De digitale revolutie heeft ook de wereld van de filmarchieven door elkaar geschud. Films die alleen op pellicule bestaan, zijn eigenlijk verloren voor het publiek. Ze zijn niet beschikbaar voor televisie, dvd of video on demand, en er zijn nauwelijks nog zalen die 35 millimeterkopieën kunnen vertonen. Voor Cinematek, het Koninklijk Belgisch Filmarchief, is de digitalisering van zijn collectie een prioriteit. Er ligt een massa werk op de plank. In haar depots in Elsene en Namen conserveert de instelling 78.000 films van 1896 tot nu, waaronder 18.000 Belgische titels – niet alleen speelfilms, maar ook documentaires, journaals, sportverslagen en reclamespots.

Sinds 2012 heeft Cinematek een eigen labo waar het elk jaar 300 à 400 titels digitaliseert. “We geven voorrang aan het Belgische materiaal”, zegt directeur Nicola Mazzanti. “Maar we weten niet van alle buitenlandse producties hoe uniek ze zijn. Onlangs hebben we voor Disney een scan gemaakt van een tekenfilm uit de jaren twintig. De enige kopie bleek bij ons te zitten. Dat soort films zal blijven opduiken.”

Pellicule is een fragiele drager. Ze raakt beschadigd tijdens projecties, wordt vettig en verzamelt stof. Als film niet in droge en koude omstandigheden wordt bewaard, verfletsen de kleuren. Een ruwe digitalisering neemt die onvolkomenheden over. Belangrijke titels ondergaan daarom een grote schoonmaak: krassen en vlekken worden beeld voor beeld weggefotoshopt, beeldsprongen worden gecorrigeerd en de kleuren krijgen hun oorspronkelijke helderheid terug. In 2015 heeft Cinematek 35 films op die manier opgefrist.

Volgende week stelt het zijn nieuwste restauratie voor: die van Déjà s’envole la fleur maigre van Paul Meyer, een mijlpaal van de Belgische cinema en een belangrijk economisch tijdsdocument (zie kader Een schitterend ongeluk). Cinematek brengt de film weer in de zalen en zorgt voor vertoningen in het buitenland. Begin 2016 verschijnt een dvd.

Opnieuw in roulatie

De digitalisering heeft de markt van de gerestaureerde film een boost gegeven. Op het festival van Cannes loopt sinds 2004 Cannes Classics, een nevensectie met opgekuiste klassiekers vanaf de stille film tot begin deze eeuw. Ook de festivals van Venetië en Barcelona besteden aandacht aan restauraties. Veel klassieke films komen zo opnieuw in roulatie, zijn in hd beschikbaar voor televisie en streamingplatforms als Netflix, of worden op dvd of blu-ray uitgebracht door gespecialiseerde internationale labels als Criterion, Carlotta Films en Wild Side.

Cinematek is volop bezig aan de restauratie van de Belgische filmcanon, om ook die digitaal een tweede leven te geven. Bovenaan op het to-dolijstje staat het werk van de broers Dardenne, Chantal Akerman en Harry Kümel. Ook producties als Toto le héros van Jaco Van Dormael en Daens van Stijn Coninx uit begin jaren negentig worden aangepakt. “Dat zijn dan wel vrij recente films, maar ze zijn evengoed aan een restauratie toe”, zegt Bruno Mestdagh, het hoofd digitale collecties van Cinematek. “Van Daens bestaat een digitale versie op dvd, maar die is gebaseerd op een oude televisiemaster. Die beelden zijn wazig, de kleuren flets. De kwaliteit beantwoordt helemaal niet meer aan wat de kijker vandaag verwacht.”

Voor een restauratie vertrekken Mestdagh en zijn vierkoppige team bij voorkeur van het negatief. In veel gevallen bevindt zich dat in de depots van Cinematek. “Maar heel wat negatieven zitten nog in filmlaboratoria in het buitenland. Dat is een probleem”, zegt Mazzanti. “Door de digitalisering zijn die labo’s in crisis. Hun businessmodel is weg, tegenwoordig kun je een film maken met je pc, je hebt daarvoor geen ontwikkelingsapparatuur meer nodig. Toen het Nederlandse Cineco drie jaar geleden failliet ging, hebben we de negatieven van de Vlaamse films daar net op tijd kunnen ophalen. Anders lag alles bij het vuilnis. In overleg met de rechthebbenden proberen we zo veel mogelijk van dat patrimonium te repatriëren.”

Is het negatief niet beschikbaar, dan vertrekken de restaurateurs van een kopie. “Maar het is heel moeilijk een gaaf exemplaar te vinden”, zegt Mestdagh. “Vooral dan van een goede film. Slechte films zijn doorgaans in goede staat. Ze zijn niet veel gedraaid.”

Franse kunst

Elk jaar restaureert Cinematek ook enkele buitenlandse producties. Zo maakt het een opgeschoonde digitale versie van de films van de Taiwanese regisseur Hou Hsiao-hsien. “Dat doen we omdat we zo’n brede internationale collectie hebben. Het Louvre restaureert ook niet alleen Franse kunst”, zegt Mazzanti. “Bovendien sta ik met zulke projecten in een sterkere positie als ik met Belgische films naar het buitenland ga.” The Boys from Fengkuei van Hou herstelde het archief in samenwerking met de Film Foundation van de Amerikaanse regisseur en producer Martin Scorsese – de top in de wereld van de filmrestauratie. Dit jaar nemen ze samen Taipei Story van Edward Yang onder handen. “Die samenwerking bewijst dat we bij de beste restaurateurs ter wereld zijn”, aldus Mazzanti.

Uit het landschap

In een commercieel labo kost het 30.000 tot 50.000 euro om een film te restaureren. Waarom doet Cinematek die investering, en niet de producent? “Digitalisering is een basisinvestering voor de lange termijn”, zegt Mazzanti. “Neem de films van Hou. Van de drie titels die we hebben gerestaureerd, hebben we de Europese verdeelrechten. In Frankrijk kunnen we de rechten van één film verkopen voor 3000 euro. Vergelijk dat met de kosten van de restauratie. De filmindustrie kan het zich niet permitteren 50.000 euro per productie uit te geven aan een investering die pas na vijftien jaar is terugverdiend.”

“De cinematheken hebben de filmindustrie altijd ondersteund in periodes van transitie. Ook in Italië worden de klassiekers van Visconti, Pasolini en Rosselini gedigitaliseerd door de filmarchieven”, zegt Mazzanti, die begin jaren 2000 een restauratielabo oprichtte in de Cineteca van Bologna en dat later nog eens deed in het UCLA Film & Television Archive in Los Angeles. “Als we niets ondernemen, zijn er binnen tien jaar geen Belgische klassieke films meer beschikbaar voor vertoning of video on demand. Dan verdwijnt België uit het landschap. Dat mag niet gebeuren, de Nederlandstalige en de Franstalige cinema in België behoort tot de belangrijkste in Europa. De voorbije zes maanden hebben we films van Chantal Akerman gestuurd naar festivals in Frankrijk, Spanje, Italië, de Verenigde Staten, Canada en Azië (Akerman overleed in oktober vorig jaar, nvdr). Dat wordt binnenkort ook mogelijk voor Déjà s’envole la fleur maigre, Daens of voor de films van Harry Kümel.”

Openbaar nut

Ondanks die drukke agenda zag Cinematek zijn budget de voorbije jaren almaar dalen. “Voor 2016 gaan we uit van een budget van 4,6 miljoen euro”, zegt Mazzanti. “Dat is ongeveer evenveel als de Cinémathèque van Luxemburg en minder dan de Cineteca van Bologna, die een regionaal archief is. Het EYE in Amsterdam heeft 8 miljoen.”

Het archief, een stichting van openbaar nut, krijgt dit jaar een facultatieve subsidie van 2,4 miljoen euro van Belspo, het departement van het Federaal Wetenschapsbeleid. “Bij het aantreden van de regering-Michel in 2014 is onze financiering gekort, maar de grote aderlating gebeurde daarvoor”, zegt Mazzanti. “Tussen 2003 en 2014 verloren we een derde van onze subsidies. Dat is enorm. Nu weet ik dat Cinematek elk jaar 2 procent moet inleveren. Voor het eerst sinds ik hier ben, heb ik een duidelijk traject.”

Elk jaar krijgt het archief ook een belangrijke steun van de Nationale Loterij. In 2015 bedroeg die 570.000 euro, “voor 2016 weet ik het bedrag nog niet”, zegt Mazzanti. “Verder hebben we financiering uit projecten met de regio’s en Europa. 27 procent van ons budget zijn eigen inkomsten, onder meer uit de ticketverkoop van de zalen, de filmdistributie en sponsoring. Van het Fonds Baillet Latour krijgen we 450.000 euro voor de digitalisering van de collectie, verspreid over drie jaar. Die steun is ook belangrijk omdat het mecenaat is. België heeft daar geen traditie in.”

Cinematek besteedt 700.000 à 800.000 euro per jaar aan de digitalisering van zijn collectie. Beknibbelen op de kwaliteit is geen optie voor Mazzanti. “De technologie evolueert voortdurend. In de Verenigde Staten begint Netflix binnenkort met ultra-hd in 4K. Binnenkort wordt wellicht 8K mogelijk. Daar moeten we op anticiperen. Het kan niet de bedoeling zijn dat we dit werk binnen enkele jaren nog eens overdoen.”

De gerestaureerde versie van Déjà s’envole la fleur maigre van Paul Meyer gaat in première op 1 juni in Bozar in Brussel, om 20 uur. Daarna draait de film in Brussel, Gent, Luik, Charleroi en Bergen.

WIM VER ELST

De digitalisering heeft de markt van de gerestaureerde film een boost gegeven.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content