Het gaat niet goed met New York. Het gat in de stadskas wordt steeds groter, de economische machine pruttelt, de werkloosheid loopt op en de criminaliteit dreigt weer de kop op te steken. Grote zorgen baart vooral de neergang van de financiële sector, traditioneel het trekpaard van de economie van New York. Deze neergang dateert van lang voor 11 september 2001. De tewerkstelling in de financiële sector daalde van ruim 300.000 in 1990 tot minder dan 280.000 in 2000, ondanks de financiële voorspoed in dat decennium. Sindsdien zijn er nog 20.000 jobs gesneuveld. De financiële sector zorgde vroeger voor ruim een kwart van de stadsinkomsten.
...

Het gaat niet goed met New York. Het gat in de stadskas wordt steeds groter, de economische machine pruttelt, de werkloosheid loopt op en de criminaliteit dreigt weer de kop op te steken. Grote zorgen baart vooral de neergang van de financiële sector, traditioneel het trekpaard van de economie van New York. Deze neergang dateert van lang voor 11 september 2001. De tewerkstelling in de financiële sector daalde van ruim 300.000 in 1990 tot minder dan 280.000 in 2000, ondanks de financiële voorspoed in dat decennium. Sindsdien zijn er nog 20.000 jobs gesneuveld. De financiële sector zorgde vroeger voor ruim een kwart van de stadsinkomsten.De man die het moet ontgelden is de nieuwbakken burgemeester Michael Bloomberg. Zijn beleid wordt in de miljoenenstad zwaar op de korrel genomen. Natuurlijk weet iedereen dat de neergang van de financiële sector ook in belangrijke mate te maken heeft met de nieuwe communicatiemiddelen, waardoor Wall Street-activiteiten makkelijk verplaatsbaar zijn naar bijvoorbeeld Boston, Princeton of Connecticut. En aan de crash van de aandelenmarkten kon Bloomberg ook niets verhelpen. Maar drie grote verwijten tegen hem blijven weerklinken. Ten eerste zou Bloomberg niets hebben ondernomen tegen de uitholling van de belastingbasis. Die was al onder zijn voorganger Rudy Giuliani op gang gekomen. De hoge levenskosten in New York, samen met een (naar Amerikaanse normen) steile progressiviteit in de belastingdruk deden de middenklasse en de welgestelden in groten getale verkassen. Met allerlei fiscale spitstechnologie maakte Bloomberg dit probleem alleen maar groter. Ten tweede durfde Bloomberg niet te raken aan het pensioenstelsel van de stadsambtenaren. Dat stelsel kan alleen overleven als de stadsinkomsten jaarlijks met 6 à 8% groeien. Vandaag mag het al een groot succes heten als de inkomsten met die percentages dalen. Mensen die het indertijd van nabij meemaakten, zien opnieuw het doembeeld van een zware financiële crisis zoals New York die in de jaren zeventig over zich heen kreeg. Het zwaarste verwijt dat Michael Bloomberg wordt gemaakt, is dat hij zich te veel concentreert op uiterlijkheden en bijkomstigheden. Veel tijd en energie gaat naar de wederopbouw van Ground Zero. Belangrijk, zo geeft iedereen toe, maar voor New York geen kwestie van leven of dood. In dezelfde lijn ligt zijn felle campagne om het roken volledig te verbieden in de restaurants en bars van de stad. Zelfs fervente antirokers vinden dit niet het moment om zo'n item zo hoog op de beleidsagenda te houden. Waarmee nog maar eens bewezen is dat een schitterende zakenman niet altijd over de capaciteiten beschikt om ook als politicus hoge ogen te gooien.Glitter en branie aan de uniefZo somber als de economie van New York er uitziet, zo rooskleurig oogt de toekomst van de universiteiten van de stad. De Stern Schoolof Business van New York University kende de voorbije twee jaar een steile opgang in de uiterst competitieve wereld van de Amerikaanse business-scholen. Niet alleen kon zij haar studentenaantal gevoelig opvijzelen, ook in de ratings ging de school fors vooruit. Vooral op het vlak van economisch onderzoek steekt de Stern School klassieke hoogvliegers als de Harvard Business School, de Sloan School of Management ( MIT) en de Graduate School of Business (Chicago) naar de troon. Daarmee vormt de Stern School een typische exponent van de heropleving van het universitaire leven in de Big Apple in de voorbije jaren. Recente aanwervingen door de economieafdelingen van de twee toonaangevende universiteiten van de stad - Columbia University en New York University - illustreren deze herrijzenis. Columbia trok onlangs Joseph Stiglitz en Jeffrey Sachs aan. Stiglitz was hoofdeconoom van de Wereldbank, won de Nobelprijs economie in 2001 en staat momenteel hoog in de bestsellerslijsten met zijn striemende kritiek op de globalisering (zie kader: Knappe kop, dom boek). Sachs is een internationaal econoom die menig regering in de Derde Wereld adviseert. Zowel Stiglitz als Sachs is een glamour boy van de economische wetenschap. New York University lijkt minder gesteld op glitter en branie en houdt het op academische oerdegelijkheid. De universiteit deed een goede zaak met de topaanwervingen van Thomas Sargent, William Easterly en Niall Ferguson. Ferguson doceerde voorheen aan de Britse Oxford University en geldt als een van de toonaangevende economische historici van dit moment. Zijn boeken 'The House of Rothschilds' en 'The Cash Nexus' horen nu al thuis in de divisie klassiekers. Hetzelfde geldt voor William Easterly's boek 'Quest for Growth', een sublieme bijdrage tot het globaliseringsdebat. Thomas Sargent behoort tot de peetvaders van de nieuwe klassieke macro-economie die de voorbije twintig jaar de fouten in de keynesiaanse leer blootlegde. Ingewijden denken dat hij in de komende vijf jaar de Nobelprijs zal winnen. De heropleving van het universitaire leven in New York staat in schril contrast met de leegloop die vooral in de jaren tachtig plaatsgreep. Aan de academische excellentie van de universiteiten van Boston, Chicago en San Francisco kon New York in die tijd een puntje zuigen. Thomas Cooley, de nieuwe decaan van de Stern School, ziet twee redenen voor de heropleving van de universiteiten in de Big Apple. "Ten eerste heeft Rudy Giuliani de criminaliteit bedwongen. New York is vandaag zowat de veiligste Amerikaanse grootstad. Dat is een enorme omslag ten opzichte van tien à twintig jaar geleden, toen het dagelijkse leven in deze stad problematische trekjes kreeg. Ten tweede blijft New York een unieke metropool met financiële, intellectuele en artistieke aantrekkingspunten die bijna geen enkele andere grootstad kan bieden. Zeker voor jonge academici met een gezin is New York weer the place to be ." Cooley beseft dat, ondanks de lichte euforie in universitaire kringen, 11 september toch bijzonder hard is aangekomen. "Vijfhonderd dagen later is het zonneklaar dat New York wegglijdt in een diepe crisis, ook al omdat de crash van Wall Street voor velen hier als een donderslag bij heldere hemel aankwam. Een conjuncturele inzinking dreigt nu een diepe structurele crisis te worden."Amerika is geen locomotiefOok over de wereldwijde conjunctuur zit deze specialist internationale macro-economie eerder in het hoekje van de pessimisten. "Ik zie de Amerikaanse economie niet in een double dip belanden, maar een krachtige opstoot lijkt mij toch ook erg onwaarschijnlijk. De Verenigde Staten als economische locomotief voor de rest van de wereld, dat verhaal is voorbij. Van Europa zie ik maar heel weinig groei-impulsen uitgaan en Japan, tja, wat kan je daar voor positiefs over zeggen? Intussen dreigt een continentale crisis in Zuid-Amerika, zeker als Brazilië zich niet snel herstelt. Tot slot is er een reële kans op oorlog in het Midden-Oosten en op nieuwe terroristische aanslagen. De onzekerheidsfactoren domineren dus zeer sterk. Wat kan je tegen zo'n achtergrond verwachten voor 2003? Een iets hogere groei als in 2002 zou ik al als een groot succes beschouwen." New York staat niet bepaald bekend als een pro- Bush-bolwerk, maar toch taxeert Thomas Cooley de jongste belastingverlagingen die president Bush voorstelt als positief. "De Amerikaanse economie gaat gebukt onder een enorm spaartekort. De voorstellen van Bush om dividenden niet langer te belasten gaan in de goede richting om dat onevenwicht tussen sparen en investeren te herstellen. Maat het zal tijd vergen. Het is dan ook een volstrekte utopie te denken dat deze maatregelen op korte termijn een krachtige impuls aan de groei en de tewerkstelling zullen geven." Johan Van Overtveldt [{ssquf}]Johan.van.overtveldt@trends.be"De conjuncturele inzinking dreigt in New York een diepe structurele crisis te worden.""De Verenigde Staten als economische locomotief voor de rest van de wereld, dat verhaal is voorbij."