Dinsdag kwam de Europese Investeringsbank (EIB) met haar jaarrapport over investeringen in de Europese Unie. Nadat de oorspronkelijke golf van neerslachtigheid, onvermijdelijk bij een eerste lezing, is weggeëbd, doemt er hoop en een duidelijk motiverende boodschap op uit het lijvige document.

Je kunt het rapport op twee manieren lezen: als klaagzang over de gebrekkige investeringsinspanningen uit het verleden, of als een leidraad voor toekomstige inspanningen om niet de sociaal-economische afgrond in te donderen.

Half vol of half leeg

Eerst de klaagzang: in investeringen hinken de Europese bedrijven en overheden achter op de rest van de ontwikkelde wereld. Dat is het geval in alle domeinen die belangrijk zijn voor de toekomst: klimaattransitie, digitalisering, onderzoek en ontwikkeling, en openbare infrastructuur en dienstverlening. Voor bedrijven leidt dat tot een stokkende productiviteit en een slinkend concurrentievermogen. Werknemers en burgers lijden onder de toenemende inkomensongelijkheid die deels te wijten is aan te weinig toekomstgerichte inspanningen.

Nu de leidraad: de uitdagingen zijn met de klimaatverandering, de aanstormende technologische revoluties en de sociale ongelijkheid groot. Daarom zullen de Europese overheden en bedrijven de handen in elkaar moeten slaan. Zoals de EIB aangeeft, moeten de overheden in de basis voorzien door massaal te investeren in intelligente infrastructuur, onderwijs, de digitalisering van hun diensten, betere regelgeving en publieke financieringsmechanismen. Die basis moet dienen als vliegwiel en fundament voor de privésector om verder op te bouwen.

Uitgavenverschuiving

Klinkt leuk, maar waar halen we het geld voor al die investeringen? Dat zal een aardverschuiving vergen in de nationale begrotingen van uitgaven naar investeringen. Gemiddeld zijn de lopende overheidsuitgaven in lidstaten van de Europese Unie goed voor 46 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Die zijn gedaald van 49 procent in 2014, maar een derde van die uitgavendaling is te danken aan verminderde intrestuitgaven door de lage rente.

De Belgische overheidsuitgaven schommelen rond 50 procent van het bbp, bovengemiddeld hoog dus. Om het even tastbaar te maken - voor zover dat met miljarden kan: het jaarlijks Belgische bbp bedraagt ongeveer 450 miljard euro. Elk bbp-procentpunt dat onze overheid van haar lopende uitgaven kan afpitsen, betekent mogelijk 4,5 miljard euro extra voor investeringen.

De overheidsuitgaven liggen in Nederland, Spanje, Duitsland en veel Oost-Europese landen net boven 40 procent. Een belangrijke kanttekening is dat die even weinig investeren. Maar stel dat België ooit dat niveau zou halen, dan betekent dat 45 miljard euro per jaar minder lopende uitgaven. Dan kun je nog de helft gebruiken om te investeren en de andere helft om je begroting te saneren.

Veel EU-lidstaten moeten, met ons land en Frankrijk op kop, een deel van die uitgaven verschuiven naar openbare investeringen. Een investeringsschok in de digitalisering en een efficiëntieverhoging van openbare diensten alleen al kunnen de toekomstige overheidsuitgaven doen dalen en zo zichzelf terugverdienen. Less is more. Enkele koplopers buiten beschouwing gelaten, hebben alle Europese overheden nog een zee van verbeterings- en digitaliseringsruimte. Een kleine voorzet ter inspiratie: ondergetekende is het beu om ziekenfondsbriefjes, die godzijdank al zelfklevend zijn, op doktersattesten te plakken om die vervolgens fysiek op de post te doen.

Ursula to the rescue

De inkt van het EIB-rapport was nog niet droog of nieuwbakken Commissievoorzitter Ursula von der Leyen schoot al te hulp. Donderdag presenteerde ze haar Commissie voor het Europees Parlement, die de nieuwe ploeg met een aanzienlijke meerderheid van 461 tegen 157 stemmen goedkeurde. Team VDL, zoals de nieuwe ploeg in de wandelgangen is gedoopt, trekt duidelijk de investeringskaart. Ze wil de Europese investeringskloven in digitalisering, innovatie, klimaat en infrastructuur dichtrijden. Het belangrijkste ijzer die de nieuwe Commissie daarvoor in het vuur legt is de Green Deal. "De Green Deal is onze nieuwe groeistrategie die zal helpen de uitstoot te verminderen en banen te creëren", aldus Von der Leyen in haar speech voor het Parlement.

De budgettaire ruimte van de Europese Unie is uiteraard beperkt, dus zal de ze haar groene investeringsambities vooral waarmaken via regelgeving, zoals een koolstofprijs of -taks en co-investeringen via de EIB die zowel bij de lidstaten als bij de privésector het nodige investeringskapitaal kunnen losweken. De Europese Unie kan daarbij de aanstoker van die investeringen zijn, door haar eigen budget meer richting klimaatinvesteringen te sturen. Daar is ze al in geslaagd voor de begroting van volgend jaar. Von der Leyen barst van de ambitie om de meerjarenbegroting ook te vergroenen, maar daarvoor is de strijd met de lidstaten nog niet gestreden. De Commissie zal echter nooit de volledige inspanning die nodig is om tegen 2050 koolstofneutraal te worden in haar eentje kunnen dragen.

Lagarde to the rescue

Naast Von der Leyen heeft een andere Europese topvrouw de groene microbe te pakken. Christine Lagarde heeft als nieuwe voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) al meermaals geopperd dat haar instelling en het Europese monetaire beleid meer moeten doen om klimaatverandering tegen te gaan. Mooie voornemens, maar hoe? De ECB heeft slechts een mandaat: een "inflatiepeil van 2 tot dicht bij 2 procent" behalen. Tenzij de klimaatontsporing zodanig inbeukt op het Europese prijspeil, kan de ECB haar ziel binnen het huidige missie niet vergroenen.

Momenteel loopt er wel een beoordeling en een herijking van de ECB-strategie. Er gaan stemmen op dat men die strategic review wil aangrijpen om het monetaire beleid klimaatvriendelijker te maken. Zo stuurde de ngo Positive Money deze week een brief naar Lagarde, ondertekend door meer dan 60 organisaties en 100 economen, met de vraag om meer voor het klimaat te doen. Een van de manieren, volgens de ondertekenaars, is dat de ECB in haar monetaire beleidsoperaties geen financiële activa als onderpand mag aanvaarden als die verbonden zijn met fossiele sectoren. Anders gezegd, als banken een potje centrale bankreserves bij de ECB willen lenen, zouden ze daar geen obligaties van oliebedrijven voor als onderpand mogen geven.

In de raad van bestuur van de ECB is er evenwel grote onenigheid om die groene kant op te gaan. Vooral de Nederlandse en Duitse gouverneurs zijn daar als de dood voor, uit angst dat op termijn het monetaire alle politieke problemen moet oplossen.

Aandelenkapitaal is groener dan kredieten

Net deze week kwam de ECB ook met een studie waarin deels de oplossing voor een klimaatvriendelijker Europa ligt. De studaxen in Frankfurt tonen aan dat aandelenkapitaal veel efficiënter is om bedrijven te vergroenen en de uitstoot te verminderen dan klassieke bankleningen. Dat heeft vooral te maken met het type bedrijven. Ondernemingen die zich voornamelijk met aandelenkapitaal financieren, zijn doorgaans innovatiever en leunen minder op fysieke activa zoals fabrieken en machines. Net dat type bedrijf is gebaat bij een dynamische en ontwikkelde aandelenmarkt om te kunnen groeien. Terwijl klassiekere productiebedrijven hun financieringsheil vooral zoeken in kredietfinanciering zoals bankleningen en obligaties. Maar die laatste zijn meer actief in energie-intensieve sectoren.

De ECB-studie is een zoveelste pleidooi om Europese kapitaalmarktenunie verder af te werken. Die is volgens de voorstanders cruciaal naar een koolstofneutrale en innovatieve economie te evolueren. Van green bonds naar green stocks, dus.

Klimaatnoodtoestand

Om nog meer olie op het Europese vergroeningsvuur te gooien, kondigde het Europees Parlement donderdag officieel de klimaatnoodtoestand af, met het oog op de klimaattop in Madrid volgende week. De Europarlementariërs eisen dat er tegen 2030 55 procent minder broeikasgassen worden uitgestoten, een verstrenging tegenover de huidige doelstelling. Verder willen ze extra inspanningen van de scheep- en luchtvaart.

Aandelenmarkten staan gespannen

Een nieuwkomer in de categorie van financiële doemberichten is het recentsterisk dashboard van de Europese financiële marktenwaakhond ESMA. Volgens ESMA staan de meeste knipperlichten voor de financiële markten op oranje en die van de aandelenmarkten zelfs op rood. De Europese aandelenmarkten staan bovengemiddeld hoog waardoor ze bij de minste tegenvaller een serieuze schok kunnen ondergaan. De minste verandering in de politiek, de internationale handel of de rentevoeten kan beleggers aanzetten de risico's van aandelen bij te stellen, wat op zijn beurt de markt naar beneden kan sturen.

Die overgevoeligheid van de aandelenmarkten bleek afgelopen jaar al. Bij elke aankondiging rond de wereldwijde handelsspanningen schoot de volatiliteit in de markt omhoog. Op de obligatiemarkten verhoogt het risico lichtjes met de aanwas van obligaties van slechte kredietwaardigheid.