Uplace: 'Leuven, Mechelen en Vilvoorde plannen eigen winkelcentra'

10/06/15 om 06:58 - Bijgewerkt om 07:17

Woensdag vindt in het Vlaams parlement een hoorzitting plaats over de gevolgen van de vestiging van grote winkelcentra in de Brusselse Rand. Bart Verhaeghe, de drijvende kracht achter Uplace, lost al een schot voor de boeg. Uplace stelt dat zijn grootste tegenstanders het project tegenwerken omdat ze geen concurrentie willen voor eigen winkelprojecten.

Uplace: 'Leuven, Mechelen en Vilvoorde plannen eigen winkelcentra'

© belga

Bart Verhaeghe noemt de grootste tegenstanders van Uplace _ een vastgoedproject van 200.000 vierkante meter in Machelen, waarvan 55.000 vierkante meter winkels _ tevens zijn grootste concurrenten. De Leuvense burgemeester Louis Tobback (sp.a) gaf hem al de wind van voren. Kristof Lemahieu, de general counsel van Uplace, geeft meer details. "De bezwaarschriften van de steden Mechelen, Vilvoorde en Leuven tegen onze plannen zijn gebaseerd op twee argumenten. Uplace zou de winkels in de kernsteden concurrentie aandoen en het zou een negatieve impact hebben op de mobiliteit", zegt hij. "De vraag is of de echte reden niet is dat deze drie steden zelf grote winkelcentra plannen." In een nota aan Trends verwijst Uplace naar enkele van die projecten.

Mechelen

Lemahieu verwijst bijvoorbeeld naar de geplande ontwikkeling van een retailpark van 27.500 vierkante meter in de lus van de R6 ter hoogte van de N16 in Mechelen-Noord. "Dat centrum heeft vooral tot doel winkels te hergroeperen die moeten verdwijnen omdat er een woongebied komt", verklaart burgemeester Bart Somers (Open Vld). "Wel is er een ontwikkeling van 10.000 vierkante meter nieuwe ruimte voor winkels. Het gaat om baanwinkels die in een stad moeilijk ontwikkeld kunnen worden. Ik denk aan doe-het-zelfzaken of winkels met keuken- en badtoestellen, waarvoor de klanten met de auto af- en aanrijden. Dat is dus geen concurrent van Uplace, integendeel. Bart Verhaeghe - die ik overigens respecteer als zakenman - wil een belevingscentrum uitbouwen, waar de klanten zich amuseren. In ons centrum in Mechelen-Noord valt er bitter weinig te beleven. Men koopt er en dat is het dan. Er is zelfs geen cafetaria en zeker geen hotel gepland. Het is dus geen concurrentie voor de winkels in de stad. Moest ik, zoals in Sint-Niklaas, een concurrerend winkelcentrum toelaten aan de rand van de stad, dan zouden de handelaars in het centrum me ophangen aan de hoogste boom."

Lemahieu twijfelt aan die uitleg. "Zo'n hergroepering van bestaande winkels is moeilijk, want die kan je enkel realiseren als je de eigenaars onteigent of de huurders eruitzet. Dat is pure waardedestructie. Mechelen plant trouwens met een winkelproject in de stad naar het model van het Kortrijkse K."

"Een stadscentrum heeft winkels nodig", verdedigt Somers zich. "Die zijn noodzakelijk voor de stadsontwikkeling en de leefbaarheid van een stad. Iets kleinere steden dan Mechelen, zoals Tongeren, Lier of Aarschot, hebben het moeilijk de combinatie wonen en winkelen uit te bouwen om de kern aantrekkelijk te houden. Mechelen is net groot genoeg om dat wel te doen en het sociale weefsel te behouden van winkels, sociale en andere woningen, een OCMW. Uplace heeft enkel winkels, geen woningen, laat staan een OCMW. Het is zuivere concurrentie voor de winkels in Mechelen. Een belevingscentrum aan de rand van Brussel is een aanslag op de leefbaarheid. Daarom willen we een winkelcentrum met die belevingsfunctie in de stad, niet ergens aan de rand van Brussel, waar het bovendien een zware impact heeft op de mobiliteit."

Vilvoorde

Ook Vilvoorde zou plannen hebben waarvoor Uplace onwelkome concurrentie vormt. Het zou de plannen van de ontwikkelaar Alcopa steunen voor de ontwikkeling van 30.000 vierkante meter kleinhandel en vrijetijdsvastgoed in de voormalige Renault-gebouwen. Die liggen ook buiten de handelskern van Vilvoorde, op 300 meter van de Uplace-site.

Hans Bonte (sp.a), de burgemeester van Vilvoorde, is niet onder de indruk van de argumentatie van Uplace. Hij wijst erop dat het zuidelijke deel - iets verder gelegen van het stadscentrum - van die voormalige fabrieksterreinen al onderdak biedt aan winkels. Het gaat om 1 kilometer op een totale lengte van 1,6 kilometer. "Voor de meest noordelijke fabriekshallen, de 600 meter die dicht bij het centrum liggen, is de stad is momenteel niet gevat door een exploitatie, noch door een bouwvergunning", repliceert hij.

Vilvoorde voert wel gesprekken over de uitvoering van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) 'Afbakening Vlaams Strategisch gebied rond Brussel en aansluitende open ruimtegebieden' van einde 2011. "Dat GRUP laat toe 30.000 vierkante meter winkels te ontwikkelen", bevestigt Bonte. "Dat vinden we veel te veel omdat het de mobiliteit kan verstikken. Op een bepaald moment lag een informeel voorstel op tafel om 22.000 vierkante meter te ontwikkelen. Dat voorstel lag in lijn met de zogenaamde nota-Peeters. Dit zijn geen compleet nieuwe initiatieven. Het gaat bijvoorbeeld ook over de verhuizing van enkele problematisch gelegen, grotere winkels en over enkele grotere winkels, zoals eventueel een Albert Heijn of een Carrefour. Voorts komen er eventueel handelszaken die normaal langs de baan worden ontwikkeld, aangevuld met leisure (fitness, een sporthal, nvdr). Let wel: we moeten onderzoeken of een en ander compatibel is met de mobiliteit in Vilvoorde. Zo niet, gaat het plan niet door. Kortom: dit informele voorstel is volledig in de lijn van het Vlaamse beleid en het is complementair met het handelscentrum van de stad. Dit is dus geen concurrent voor Uplace."

Lemahieu plaatst vraagtekens bij die complementariteit. "Ik ben ervan overtuigd dat deze winkels, meer nog dan Uplace, zullen leiden tot concurrentie met het stadscentrum. In het brownfieldcovenant dat we hebben afgesloten met de Vlaamse regering staat uitdrukkelijk dat we verplicht zijn een bepaald soort retail aan te trekken, die niet aanwezig is in de kernsteden, net om te vermijden dat we een negatief effect zouden hebben op de lokale winkels."

Leuven

Ook de Leuvense burgervader Louis Tobback (sp.a) ontkent dat zijn stad Uplace vooral wil tegenhouden omdat het een concurrent is voor de eigen plannen. "Bart Verhaeghe verliest overal steun, zelfs bij de N-VA, en wordt zo wanhopig dat hij begint te liegen", klinkt het.

Uplace verwijst onder meer naar 51.289 vierkante meter voor retail die het Stadsontwikkelingsbedrijf in februari 2015 voorzag voor het project aan de Vaartkom. Dat is de ontwikkeling van een groot stadsgebied op de industriële site ten noorden van Leuven. "We hebben uitdrukkelijk gesteld dat het verboden is in dit stadsontwikkelingsgebied een winkelcentrumcomplex te bouwen", duidt Tobback. "Als je natuurlijk alle winkel- en horecazaken van het project optelt, kom je misschien aan 50.000 vierkante meter. Maar dan kan je evengoed zeggen dat de huidige stad Leuven met zijn handelszaken een winkelcomplex van 120.000 vierkante meter is. De optelling van Café De Lantaarn, Sleepy en tutti quanti is geen concurrent van Uplace."

Lemahieu argumenteert dat ook Uplace past in de reconversie van een oude industriële site. "We zijn trouwens exact even groot als het Leuvense project. In andere projecten van die stadsontwikkeling zullen ook lokale handelspanden worden ingeplant."

Uplace verwijst ook naar de mogelijke ontwikkeling van een retailpark van 10.000 vierkante meter op een terrein van Groep Machiels aan de Aarschotsesteenweg in Leuven. "Volgens het bijzonder plan van aanleg zou dat eventueel kunnen, spijtig genoeg", zegt Tobback. "Maar de stad Leuven is tegen zo'n project omdat de steenweg zal dichtslibben door de bezoekers van die winkels."

Lees meer over:

Postcode

Onze partners