Doemdenkers hebben de voorbije maanden gouden tijden beleefd. Ze konden zich uitleven in het extrapoleren van slechte cijfers over het recente verleden naar nog somberdere toekomstbeelden. Enigszins positief nieuws werd meteen in de kiem gesmoord door te benadrukken dat de volgende cijfers wel een ander beeld vertonen. Slecht nieuws resulteerde in een moeilijk te onderdrukken euforie van hun kant. Wie niet angstig werd na hun analyses, diende toch wel te twijfelen aan zijn of haar gevoeligheid.
...

Doemdenkers hebben de voorbije maanden gouden tijden beleefd. Ze konden zich uitleven in het extrapoleren van slechte cijfers over het recente verleden naar nog somberdere toekomstbeelden. Enigszins positief nieuws werd meteen in de kiem gesmoord door te benadrukken dat de volgende cijfers wel een ander beeld vertonen. Slecht nieuws resulteerde in een moeilijk te onderdrukken euforie van hun kant. Wie niet angstig werd na hun analyses, diende toch wel te twijfelen aan zijn of haar gevoeligheid. De grote economisch-financiële onzekerheid over de gevolgen van de bankencrisis leende zich natuurlijk uitermate tot het formuleren van ongenuanceerde, extreem pessimistische analyses en voorspellingen. De pers was hiervan een gulzige gebruiker. De doemdenkers weten ook wel dat ze enkel roem kunnen oogsten door angst te prediken en hierbij zijn de media een nuttig instrument. De pers heeft meer aandacht voor slecht dan voor goed nieuws. Storend hierbij is dat dikwijls objectieve feiten worden vermengd en aangevuld met interpretaties en voorspellingen. Nuanceringen ontbreken meestal. Termen als 'ik ben overtuigd' en het voorstellen van voorspellingen als zekerheden, zijn schering en inslag. Bovendien wordt aan foute voorspellingen uit het verleden hoegenaamd geen aandacht besteed. Voorspelden de doemdenkers niet dat we de heropleving pas in 2012 zouden zien? Zo'n fout zou doemdenkers er toch moeten aan herinneren dat voorspellingen met de nodige voorzichtigheid moeten worden benaderd. In de huidige economische crisisomstandigheden kweekt het uitsluiten van ieder positief perspectief alleen defaitisme en pessimisme. Zo'n geestestoestand bemoeilijkt iedere economische verbetering en, of men het nu graag hoort of niet, de crisis zal enkel worden opgelost als de economie voldoende groeit en de ondernemers bijkomende werknemers aanwerven. Dit vereist dat ze optimistischer worden over de toekomst. Systematisch beweren dat alle groene scheuten zullen afvriezen, helpt niemand, tenzij de doemdenker die bijhoudt hoeveel seconden hij op televisie is geweest of hoe vaak hij werd geciteerd. Ondanks een snellere en stevigere heropleving dan verwacht, kan niet worden ontkend dat de crisis gemaakt heeft dat heel wat problemen en al bestaande pijnpunten zijn verergerd. Nogal voor de hand liggend dat een welvaartsverlies van meer dan vijf procentpunt tegenover de trendmatige groei, zware gevolgen heeft die slechts op middellange termijn kunnen worden opgelost. Hierover bestaat eensgezindheid. Wie stelt dat de crisis nog niet voorbij is (wie heeft ooit het tegendeel beweerd?) trapt dus enkel open deuren in. Het grote publiek heeft weinig aan discussies over alle aanslepende binnen- en buitenlandse economische en financiële problemen. Iedere waarnemer kent die. Beperkte discussies kunnen bestaan over de omvang van de problemen, maar laat academici en beleidswaarnemers dat maar onder elkaar uitvechten. Veel belangrijker is dat de problemen worden aangepakt. Discussies over de duurzaamheid van de heropleving brengen ons ook niets bij. Is de heropleving duurzaam dan zal een snel en krachtdadig ingrijpen ons enkel voordelen opleveren. Blijkt de heropleving dit niet te zijn, dan kunnen we onze maatregelen steeds bijsturen. Ontsnappen aan ingrijpende maatregelen doen we echter niet. Valt het in dit verband niet te betreuren dat het afgelopen jaar vrijwel eenzijdig naar de doemdenkers is geluisterd? Dit kwam beleidsvoerders, met een voorliefde voor iedere stilstand, natuurlijk goed uit. Van de veel sneller dan verwachte groeiheropleving werd dus geen gebruik gemaakt om de onvermijdbare ingrepen te bespoedigen en dus beter te spreiden in de tijd. De zoveelste verkeken kans. Verder gewee-klaag over de slechte situatie zal dus aan de beleidsvoerders nogmaals het alibi geven dat het nu geen goed tijdstip is om in te grijpen. We kunnen dus beter de discussie toespitsen op de ingrepen, op wat we kunnen doen als de economie nog sterker groeit en aan de andere kant, op een noodscenario. Van een stilstaand uurwerk kan men stellen dat het iedere dag tweemaal het juiste uur aangeeft. Nochtans is zo'n uurwerk nutteloos. De economische problemen zijn voldoende duidelijk en omvangrijk om ons niet langer bezig te houden met nutteloze uitwijdingen. Laten we dit over aan Amerikaanse doemdenkers. Hun onderlinge concurrentie zal ons alle mogelijke variaties aan apocalyptische profetieën opleveren. Vandaag hebben we meer nood aan daadkracht. De man in de straat vreest niet de maatregelen, maar de afwezigheid ervan. Doemdenkers maken hem enkel bang. Succes kan met bange soldaten niet worden bereikt. DE AUTEUR IS professor economie aan de vub.Jef VuchelenDe man in de straat vreest niet de maatregelen, maar de afwezigheid ervan.