Het is een even grote zekerheid als de terugkeer van de lentezon: de vakbonden die pleiten voor een syndicale vertegenwoordiging in kmo's. Ook vorige week voerden ACV en ABVV actie over dit thema. De vakbonden weten zich gesterkt door een Europese richtlijn uit 2002. Die laat de keuze tussen twee drempels voor vakbondsvertegenwoordiging in een onderneming: vanaf vijftig werknemers per onderneming of twintig per vestiging. Vakbonden hopen door die richtlijn binnen te kunnen breken in bedrijven met twintig werknemers. Werkgevers zeggen dat dit niet nodig is, omdat er in kmo's direct en informeel overleg tussen werknemers en werkgever mogelijk...

Het is een even grote zekerheid als de terugkeer van de lentezon: de vakbonden die pleiten voor een syndicale vertegenwoordiging in kmo's. Ook vorige week voerden ACV en ABVV actie over dit thema. De vakbonden weten zich gesterkt door een Europese richtlijn uit 2002. Die laat de keuze tussen twee drempels voor vakbondsvertegenwoordiging in een onderneming: vanaf vijftig werknemers per onderneming of twintig per vestiging. Vakbonden hopen door die richtlijn binnen te kunnen breken in bedrijven met twintig werknemers. Werkgevers zeggen dat dit niet nodig is, omdat er in kmo's direct en informeel overleg tussen werknemers en werkgever mogelijk is en omdat er volgens de richtlijn niets moet gebeuren in bedrijven met minder dan vijftig werknemers. Onder meer het VBO en Unizo stellen in een recent persbericht dat "de Belgische regering nu dringend de Europese Commissie moet inlichten dat zij de richtlijn zal omzetten zodat eindelijk een einde kan komen aan de aanslepende rechtsonzekerheid voor de vele kmo's in ons land. Eens de regering dit heeft gedaan, zijn de sociale gesprekspartners aan zet. Hoe de dialoog tussen werkgever en werknemers moet verlopen, is immers een zaak van de sociale gesprekspartners, niet van de regering". In dit citaat staan twee fouten. Eén: de indruk wordt gewekt dat de sociale partners in dit dossier niets te zeggen hebben gehad. Wat net zo pijnlijk is, is dat er de voorbije jaren tussen de sociale partners amper een discussie is gevoerd, ook al hebben ze daartoe de kans gekregen. Zoals in de Nationale Arbeidsraad, waar het thema regelmatig op de agenda stond. Het was vooral een welles-nietesspel dat ofwel tussen juristen, ofwel in de pers werd opgevoerd. Er werden halve waarheden verteld en dat kwam het debat niet ten goede. Zo hanteerden de werkgevers het argument dat een vakbondsvertegenwoordiging het aantal beschermde werknemers aanzienlijk zou uitbreiden, zodat bijna iedereen beschermd zou zijn. In theorie klopt dat inderdaad, maar in de praktijk blijkt dat niet het geval te zijn. Bovendien toonden vakbonden zich bereid om geen vakbondsvertegenwoordiging op te leggen in kleine bedrijven als er zich geen kandidaten aanboden. Twee: de regering heeft al tijd zat gehad om de richtlijn om te zetten. Maar zoals bij veel Europese regels hanteert de Belgische regering een struisvogelpolitiek. Een gevoelige richtlijn wordt niet omgezet in nationale wetgeving in de hoop dat de storm wel over zal waaien. Maar wie zijn kop in het zand steekt, betaalt daar vroeg of laat de rekening voor. Omdat België de richtlijn negeert, is zowel de Europese Commissie als het ACV naar het Europees Hof van Justitie gestapt. De Belgische staat deed zelfs de moeite niet om zich te verdedigen. Dit betekent dat er ons land dwangsommen boven het hoofd hangen. En die kunnen hoog oplopen, want de boetes worden per kalenderdag opgelegd. De syndicale delegatie in kmo's is trouwens niet het enige dossier dat ligt te sudderen. Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden zal vroeg of laat eveneens worden veroordeeld. En momenteel is het alle hens aan dek om leeftijdsbarema's uit de cao's te bannen (ook al een oude Europese eis). Hoelang nog blijft België een slechte Europese leerling? Alain Mouton