Even gejubel op de Atheense beurs vandaag: Griekenland krijgt een verse schijf noodhulp van 8,5 miljard euro. Daarmee moet het normaal gesproken de zomer doorkomen. Het nieuws deed de Atheense beursindex deze morgen opveren naar zijn hoogste niveau in twee jaar.

Een doorbraak is het hoegenaamd niet. Na maandenlange meningsverschillen met de Europese Unie, stapt het Internationaal Monetair Fonds opnieuw in het reddingsprogramma, maar enkel formeel. Om echt over de brug te komen, wil het IMF eerst duidelijkheid over een Griekse schuldverlichting, een kwestie die de geldschieters blijft verdelen. Wat is dan wel bereikt? IMF-topvrouw Christine Lagarde zal haar raad van bestuur 'aanbevelen' - meer niet - Griekenland bij te springen mocht het nodig zijn. Het is net voldoende om de Duitse regering gerust te stellen, die in september naar de kiezer moet.

Schuldenberg

Griekenland leeft nu al zeven jaar van internationale noodhulp. Niettemin blijft het land zitten met een schuldenberg van 178 procent van het bbp. En het wordt nog erger, voorspelt het IMF, dat zelfs spreekt over een toekomstige schuldenexplosie. Volgens de Europese hardliners mogen de Grieken dan weer niet klagen. De Griekse rentelasten behoren tot de laagste in Europa, dankzij een eerder toegekende schuldverlichting. Een nieuwe schuldverlichting valt te overwegen, maar pas na midden 2018, wanneer het huidige hulpprogramma afloopt, en als het echt nodig is. Intussen blijft het Europese noodfonds ESM nog minstens 30 jaar houder van twee derde van de Griekse schuld, tegen zeer gunstige voorwaarden. Andere landen kunnen daar alleen maar van dromen.

Griekenland uit de wind, maar op zwakke benen

De armworsteling tussen de EU en het IMF over een schuldverlichting overschaduwt het echte probleem. Met loonkosten die met liefst 20 procent gezakt zijn, zou de Griekse export moeten boomen, maar het tegendeel is waar, aldus een nota van de Brusselse denktank CEPS. In andere perifere eurolanden neemt de export toe, zodat de economie er kan herstellen zonder nieuwe noodhulp. De vergelijking tussen Griekenland en Portugal is veelzeggend. Beide landen gingen de crisis in met gelijkaardige tekorten op de begroting en de handelsbalans. Er volgden harde besparingen, die Portugal te boven komt met een export die sedert 2008 met zowat de helft gestegen is. De Griekse export daarentegen zakte lichtjes.

Investeringen

De Griekse economie mist productiviteit, competitiviteit en groeikracht. Daar kan geen schuldverlichting aan verhelpen, wel investeringen. Investeerders hebben echter vertrouwen nodig. Dat zal er maar komen als de geldschieters ophouden met kibbelen en voor Griekenland een ondubbelzinnig routeplan opstellen. De eindeloze reeks vergaderingen, deadlines, nieuwe deadlines en halfslachtige deals is niet erg bemoedigend voor ondernemers. Zij zullen pas hun kans wagen als het land op de rails staat.

Intussen is de Griekse economie alweer aan het krimpen, al twee kwartalen op rij, ondanks de economische hervormingen. Ruim een vijfde van de beroepsbevolking heeft geen werk, bij de jongeren is dat meer dan de helft. In principe moet Griekenland het zonder noodhulp stellen vanaf de zomer van volgend jaar. Maar wie gelooft dat nog?