Het aantal langdurig zieken in België stijgt al enkele jaren onafgebroken en structureel. Momenteel zit bijna een half miljoen mensen al langer dan een jaar thuis wegens ziekte. Dat is meer dan het aantal werkzoekende werklozen.De coronapandemie zal die trend niet ombuigen, want 100 procent structureel thuiswerk mag dan wel de frequentie van het korte absenteïsme beïnvloeden, datzelfde effect is er zeker niet voor het langdurig absenteïsme. Het percentage langdurig afwezigen steeg in 2020 met 8 procent. Een groot aandeel van die langdurig afwezigen heeft te kampen met mentale problemen, en gezien het mentale welzijn van heel wat mensen tijdens de pandemie een dieptepunt heeft bereikt, moeten we ons dringend zorgen maken over de toekomst.

Uitgeperste citroenen

De stijging heeft diverse oorzaken. Er is de vergrijzing: er is nu eenmaal een positief verband is tussen de leeftijd en het risico op een ernstige aandoening. Steeds meer werknemers werken ook langer door. Daarnaast stijgt de werkdruk en de structurele stress die gepaard gaat met de balans tussen leven en werken.

De oplossing voor de groeiende problematiek is een gedeelde verantwoordelijkheid van werknemers, werkgevers én de overheid. Werknemers moeten stilstaan bij de keuzes die ze (al dan niet bewust) maken op privé en professioneel vlak. Fysieke en mentale zelfhygiëne zijn absoluut noodzakelijk. In een wereld die nooit stilstaat en ons overspoelt met informatie en prikkels zijn rustpunten onontbeerlijk. Werkgevers moeten zich er bovendien van bewust zijn dat mensen nu eenmaal geen citroenen, die men - als ze zijn uitgeperst - afschrijft op de kap van de maatschappij. Ten slotte moet de overheid ervoor zorgen dat ze een palet van ondersteunende maatregelen aanbiedt, zodat zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk professioneel aan de slag kunnen, maar vooral willen blijven.

Kijk naar onze noorderburen

Een explosie van het aantal langdurig zieken vermijden en terugdringen vraagt om een gecoördineerde aanpak die bovendien simultaan wordt gestuurd vanuit alle betrokken partijen uit het werkveld. De overheid dient in te zetten op een meer eigentijdse wetgeving die aansluit op de arbeidsmarktrealiteit en inzet op loopbaanzekerheid in plaats van werkzekerheid. Concreet kan dat via het aanmoedigen van interne en externe professionele mobiliteit, en het ondersteunen van elke vorm van loopbaaninitiatief van de werknemer. Ook in het geval van vrijwillig ontslag.

Werknemers steeds langer afwezig: hoe maken we langere loopbaan ook duurzaam?

Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt aan hogere vervangingsinkomens bij werkloosheid, die weliswaar beperkt zijn in de tijd, ter overbrugging van de periode tussen twee jobs. Als een loopbaan ten einde loopt, moet er meer ruimte zijn voor maatwerk dat mensen toelaat langer door te werken. Zolang er rekening gehouden wordt met hun verwachtingen, behoeften en individuele situatie, heeft iedereen daar baat bij.

Waarom kunnen we werkgevers niet responsabiliseren met een gewaarborgd loon naar Nederlands model? Op dit moment krijgen langdurig afwezige werknemers in België na één maand afwezigheid een uitkering van het ziekenfonds. In Nederland moeten werkgevers hun werknemers tot twee jaar ziekte 70 procent van hun jongste loon blijven doorbetalen. Op die manier hebben werkgevers er zelf baat bij dat ze langdurig afwezige werknemers, die opnieuw aan de slag kunnen, proberen te re-integreren op de werkvloer. De Nederlandse werkgever moet daarnaast ook kunnen aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft gedaan om de werknemer te laten re-integreren.

Bedrijven moeten ten slotte pr-actief inzetten op fysiek en mentaal gezonde werkomgevingen: werkomgevingen die ruimte bieden aan de diversiteit van de verwachtingen en mogelijkheden van de mensen die erin aan de slag zijn. Met leidinggevenden aan het hoofd die zich bewust zijn van die diversiteit en er ook naar handelen. Mensen maken nog altijd het verschil in organisaties. Mensen die zich gezond, competent, verbonden en geëngageerd voelen. En gezond staat niet toevallig als eerste prioriteit in het rijtje.

Het aantal langdurig zieken in België stijgt al enkele jaren onafgebroken en structureel. Momenteel zit bijna een half miljoen mensen al langer dan een jaar thuis wegens ziekte. Dat is meer dan het aantal werkzoekende werklozen.De coronapandemie zal die trend niet ombuigen, want 100 procent structureel thuiswerk mag dan wel de frequentie van het korte absenteïsme beïnvloeden, datzelfde effect is er zeker niet voor het langdurig absenteïsme. Het percentage langdurig afwezigen steeg in 2020 met 8 procent. Een groot aandeel van die langdurig afwezigen heeft te kampen met mentale problemen, en gezien het mentale welzijn van heel wat mensen tijdens de pandemie een dieptepunt heeft bereikt, moeten we ons dringend zorgen maken over de toekomst.De stijging heeft diverse oorzaken. Er is de vergrijzing: er is nu eenmaal een positief verband is tussen de leeftijd en het risico op een ernstige aandoening. Steeds meer werknemers werken ook langer door. Daarnaast stijgt de werkdruk en de structurele stress die gepaard gaat met de balans tussen leven en werken.De oplossing voor de groeiende problematiek is een gedeelde verantwoordelijkheid van werknemers, werkgevers én de overheid. Werknemers moeten stilstaan bij de keuzes die ze (al dan niet bewust) maken op privé en professioneel vlak. Fysieke en mentale zelfhygiëne zijn absoluut noodzakelijk. In een wereld die nooit stilstaat en ons overspoelt met informatie en prikkels zijn rustpunten onontbeerlijk. Werkgevers moeten zich er bovendien van bewust zijn dat mensen nu eenmaal geen citroenen, die men - als ze zijn uitgeperst - afschrijft op de kap van de maatschappij. Ten slotte moet de overheid ervoor zorgen dat ze een palet van ondersteunende maatregelen aanbiedt, zodat zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk professioneel aan de slag kunnen, maar vooral willen blijven.Een explosie van het aantal langdurig zieken vermijden en terugdringen vraagt om een gecoördineerde aanpak die bovendien simultaan wordt gestuurd vanuit alle betrokken partijen uit het werkveld. De overheid dient in te zetten op een meer eigentijdse wetgeving die aansluit op de arbeidsmarktrealiteit en inzet op loopbaanzekerheid in plaats van werkzekerheid. Concreet kan dat via het aanmoedigen van interne en externe professionele mobiliteit, en het ondersteunen van elke vorm van loopbaaninitiatief van de werknemer. Ook in het geval van vrijwillig ontslag.Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt aan hogere vervangingsinkomens bij werkloosheid, die weliswaar beperkt zijn in de tijd, ter overbrugging van de periode tussen twee jobs. Als een loopbaan ten einde loopt, moet er meer ruimte zijn voor maatwerk dat mensen toelaat langer door te werken. Zolang er rekening gehouden wordt met hun verwachtingen, behoeften en individuele situatie, heeft iedereen daar baat bij.Waarom kunnen we werkgevers niet responsabiliseren met een gewaarborgd loon naar Nederlands model? Op dit moment krijgen langdurig afwezige werknemers in België na één maand afwezigheid een uitkering van het ziekenfonds. In Nederland moeten werkgevers hun werknemers tot twee jaar ziekte 70 procent van hun jongste loon blijven doorbetalen. Op die manier hebben werkgevers er zelf baat bij dat ze langdurig afwezige werknemers, die opnieuw aan de slag kunnen, proberen te re-integreren op de werkvloer. De Nederlandse werkgever moet daarnaast ook kunnen aantonen dat hij voldoende inspanningen heeft gedaan om de werknemer te laten re-integreren.Bedrijven moeten ten slotte pr-actief inzetten op fysiek en mentaal gezonde werkomgevingen: werkomgevingen die ruimte bieden aan de diversiteit van de verwachtingen en mogelijkheden van de mensen die erin aan de slag zijn. Met leidinggevenden aan het hoofd die zich bewust zijn van die diversiteit en er ook naar handelen. Mensen maken nog altijd het verschil in organisaties. Mensen die zich gezond, competent, verbonden en geëngageerd voelen. En gezond staat niet toevallig als eerste prioriteit in het rijtje.