Voor 68 procent van de bedrijven is het nu moeilijker dan vijf jaar geleden om vacatures voor technische functies in te vullen. Voor IT-vacatures is dat 54 procent. In leidinggevende of uitvoerende functies speelt de krapte op de arbeidsmarkt minder sterk. 44 procent van de bedrijven heeft het daar moeilijker dan vijf jaar geleden de juiste profielen te vinden.
...

Voor 68 procent van de bedrijven is het nu moeilijker dan vijf jaar geleden om vacatures voor technische functies in te vullen. Voor IT-vacatures is dat 54 procent. In leidinggevende of uitvoerende functies speelt de krapte op de arbeidsmarkt minder sterk. 44 procent van de bedrijven heeft het daar moeilijker dan vijf jaar geleden de juiste profielen te vinden.Het zijn maar een paar opvallende cijfers uit de Trends Randstad hr-barometer. De resultaten komen uit een enquête die de voorbije maanden is afgenomen bij leidinggevenden en hr-verantwoordelijken in Belgische bedrijven. 62 procent van de bedrijven noemt de krapte op de arbeidsmarkt een probleem of een groot probleem. Ongeveer driekwart van de vacatures voor IT'ers of voor technische functies raakt wel binnen de zes maanden ingevuld. Dat komt vooral doordat de bedrijven niet bij de pakken blijven zitten. Gevraagd naar wat ze doen om de krapte aan te pakken, komt het opleiden van eigen mensen (51,5%) op de eerste plaats. 77 procent van de respondenten stelt dat interne kandidaten bij vacatures voorrang krijgen op externen. Doorgroeimogelijkheden zijn een belangrijke hr-tool. 62 procent van de bedrijven vindt dat belangrijk en 56,8 procent stelt dat werknemers gemakkelijk kunnen opklimmen. Maar interne mobiliteit betekent natuurlijk dat elders in het bedrijf nieuwe vacatures ontstaan. Daarom doen bedrijven vaker een beroep op freelancers (37% kiest daarvoor). Desnoods worden taken uitbesteed (33%) of uitzendkrachten langer aan het bedrijf gebonden (20%). In België is uitzendarbeid al lang een belangrijke opstap naar een vaste baan. Slechts 16 procent van de bedrijven probeert vacatures sneller in te vullen door de selectie-eisen te versoepelen. Dat is weinig, gezien het feit dat werkgeversorganisaties als het VBO al een tijd het advies geven minder strenge eisen te stellen indien openstaande vacatures maar niet ingevuld raken. De bedrijven nemen dus zelf het heft in handen, leert de Trends Randstad hr-barometer, maar dat betekent niet dat ze geen beleidsmaatregelen verwachten om de krapte aan te pakken. Op dat gebied zijn de ondernemingen ontgoocheld over het arbeidsmarktbeleid van de voorbije jaren. Slechts 28 procent van de respondenten vindt dat de beleidsmaatregelen aansluiten bij de economische realiteit. 44,4 procent vindt dat de overheid voldoende doet om nieuwe banen te creëren. Die kritiek staat wel in contrast met de recente cijfers van een Vives-onderzoek (KU Leuven), waaruit blijkt dat 73.000 of 55 procent van de 113.000 banen in de privésector die de voorbije vier jaar werden gecreëerd, het gevolg zijn van het regeringsbeleid met de lagere loonlasten, de taxshift en de indexsprong. Maar het mag de komende jaren dus een pak meer zijn, want slechts 16 procent van de deelnemers aan de enquête vindt dat voldoende wordt gedaan om de krapte op de arbeidsmarkt te counteren. Meteen rijst de vraag wat de prioriteiten moeten zijn voor de komende jaren. Bovenaan in het lijstje staan opleiding en onderwijs, leert de barometer. 96 procent van de respondenten meent dat de overheid daar de komende jaren meer in moet investeren. Ook belangrijk zijn maatregelen om werknemers permanent te scholen (85%) en een beleid om mensen ertoe aan te zetten te kiezen voor een knelpuntberoep (84%).Dan volgen maatregelen om banen te creëren (82%), wat wil zeggen dat bedrijven een nieuwe fiscale hervorming verwachten. Een verlaging van de loonkosten en van de personenbelasting moet het voor bedrijven interessanter maken mensen aan te werven en voor werknemers zich aan te bieden op de arbeidsmarkt. Op de vraag of meer maatregelen nodig zijn om mensen aan het werk te houden, antwoordt 70 procent bevestigend. Daar zijn grote verschillen tussen Vlamingen (80,8% vindt dat belangrijk) en Franstaligen (53,8%). 63,5 procent van de Vlamingen zou een afschaffing van het brugpensioen (nu SWT) een goede zaak vinden. Aan Franstalige kant is dat niet eens een meerderheid (46%). Die noord-zuidkloof zien we ook terug bij de discussie rond de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen. Het zomerakkoord van 2018 bepaalde dat die uitkeringen na verloop van tijd sneller zouden dalen om werklozen ertoe aan te zetten intensiever naar een baan te zoeken. Die degressiviteit is belangrijk voor 72 procent van de Vlaamse respondenten, terwijl dat slechts voor de helft (50,8%) van de Franstaligen geldt.