De kok die Lieve De Smet onder de arm had genomen, bereidde aanvankelijk eenvoudige gerechten, zoals paling in het groen en gebraden vlees. Tegenwoordig staan er meer verfijnde bereidingen op de spijskaart en komen de bezoekers tot vanuit Brussel en Antwerpen naar de afgelegen plek aan de rand van de Zwalmstreek. Wij verschenen op een bloedhete, zomerse avond bij de Zwadderkotmolen. 'Zwadderen' betekent 'ploeteren in ondiep water'. Vroeger kwam de jeug...

De kok die Lieve De Smet onder de arm had genomen, bereidde aanvankelijk eenvoudige gerechten, zoals paling in het groen en gebraden vlees. Tegenwoordig staan er meer verfijnde bereidingen op de spijskaart en komen de bezoekers tot vanuit Brussel en Antwerpen naar de afgelegen plek aan de rand van de Zwalmstreek. Wij verschenen op een bloedhete, zomerse avond bij de Zwadderkotmolen. 'Zwadderen' betekent 'ploeteren in ondiep water'. Vroeger kwam de jeugd van de omliggende dorpen zwadderen in het spaarbekken bij de oude molen aan de Ooschebeek. Wij kozen een plaatsje naast een groep voetballers op het zonnig-zuiderse, door groen omgeven terras en vonden dat het gammele tuinmeubilair aan vervanging toe was. Het was die middag blijkbaar tot laat druk geweest, want in de toiletten troffen wij een ware puinhoop aan. Lieve De Smet kwam wat later voorrijden in haar met kisten wijn beladen Saab cabriolet. De Zwadderkotmolen bouwde een reputatie op met de formule 'veel voor weinig geld'. Daarom kozen wij het suggestiemenu (41 euro, 1650 frank voor vier gangen, hapjes en ruim geschonken wijnen inbegrepen). De obers waren niet van het tere soort en wij vroegen ons af of ze waren geronseld op de omliggende boerderijen. Ze brachten drie hartige hapjes met een fris likeur van sleedoorn. Het eerste gerecht was een lompe salade van kwartelborstjes met avocado, koriander en basmatirijst. Dit was geen openbaring en dat kon ook worden gezegd van de eerste wijn, een eenvoudige Lamotte Vincent, Bordeaux 2000, en van het tweede gerecht, dat bestond uit een stukje kruisriddervis met korst van sesamzaad, pasta met gerookte zalm en een papperige zuringsausje, dat in de jaren vijftig niet misstaan zou hebben. Als tussendoortje was er sorbet en als tweede wijn kwam een Château Prieuré de Bubas, een Corbières zonder veel diepgang, gemaakt van syrah en grenache. De wijn begeleidde een hompige tournedos van struisvogel met ouderwetse poivradesaus geparfumeerd met armagnac, groenten en gebakken en heropgewarmde rozemarijnaardappelen. Piramidetaartje van aardbeien met frambozencoulis en hoeve-ijs sloten deze teleurstellende maaltijd af. Wij ervaarden de molen als een populaire (vr)eterij, waar hoeveelheid en lage prijzen vóór kwaliteit komen. Volgens Lieve De Smet hadden wij het verkeerde menu gekozen. Hoe konden wij dat nu op voorhand weten? Pieter Van Doveren