In 1969 verboden de Verenigde Staten de zoetstof cyclamaat. Uit onderzoek bleek dat het product misschien kankerverwekkend was. Muizen kregen onder bepaalde omstandigheden blaaskanker. Europa reageerde niet. Tot vandaag is de zoetstof cyclamaat bij ons toegelaten onder de naam E-952.
...

In 1969 verboden de Verenigde Staten de zoetstof cyclamaat. Uit onderzoek bleek dat het product misschien kankerverwekkend was. Muizen kregen onder bepaalde omstandigheden blaaskanker. Europa reageerde niet. Tot vandaag is de zoetstof cyclamaat bij ons toegelaten onder de naam E-952. In 1975 werden katalysatoren voor nieuwe wagens verplicht in de VS. In Europa gebeurde dat pas in 1992. En in 1989 verboden de VS lood als additief voor benzine. De EU volgde pas in 2005. Ondertussen is het tij gekeerd. Exact veertig jaar na het verbod op cyclamaat in de VS nam Europa de leiding met een (tijdelijk) verbod in 1999 op zes ftalaten (weekmakers). De VS volgden schoorvoetend en verboden ze pas in 2008. De VS keurden ook het milieuverdrag van Rio uit 1992 en het milieuprotocol van Kyoto uit 1997 niet goed. Volgens David Vogel in The Politics of Precaution is die evolutie opvallend. "In de periode 1960 tot 1990 waren de Verenigde Staten veel strenger in gezondheids- en milieuwetgeving. Sinds 1990 is het precies omgekeerd." Anders gesteld: als er voor 1990 een risico gedetecteerd werd, dan was het zo goed als zeker dat de VS de standaard zouden ontwikkelen. Sinds 1990 komt het wetgevende initiatief uit Europa en stellen de VS zich terughoudend op. Vogel maakt in zijn boek een analyses van de verschillende visies op het voorzorgsprincipe. Vogel is hoogleraar aan de Haas School of Business aan de universiteit van California/Berkeley en doet al jaren onderzoek naar overheidswetgeving. Hem interesseert waarom overheden sommige, al dan niet vermeende, risico's willen reguleren en andere niet. Luchtvervuiling door wagens, hormonen in vlees en melk, klimaatverandering, genetische gewijzigde gewassen. De lijst is erg lang, de wetgeving groeit elke dag aan, vooral in Europa. "Waarom reageren beleidsmakers anders op dezelfde problematiek?" is zijn kernvraag. Vogel komt tot de vaststelling dat het voorzorgsprincipe in Europa een bijna heilig principe is geworden, terwijl dat in de VS niet het geval is. Het voorzorgs-principe stelt dat als een beleidsmaatregel ernstige schade kan veroorzaken aan de samenleving of het milieu en er geen wetenschappelijke consensus bestaat over de toekomstige schade, de bewijslast bij de voorstanders van de ingreep of de maatregelen ligt. In Europa ligt de focus volgens Vogel op het vermijden van 'vals negatieve' gevallen. Daar wil men zeker zijn dat men geen stoffen toelaat die bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, ook al geeft de test aan dat ze veilig zijn. "Kortom, Europa is veel risicoaverser geworden dan de Verenigde Staten. Voor een deel heeft dat te maken met de invloed van lobbygroepen op de wetgevers", besluit de auteur. De verschillende houding van de twee regio's Europa en de VS heeft ook belangrijke gevolgen voor het handelsverkeer tussen beide machtsblokken. Zo is Europa vandaag veel strenger voor de kwaliteit van melk. In de VS mag bijvoorbeeld het hormoon rBST, bekend onder de merknaam Posilac, in de melk aanwezig zijn, in Europa niet. David Vogel, The Politics of Precaution. Regulating Health, Safety and Environmental Risks in Europe and the United States, Princeton University Press, 2012, 332 blz, 35 euro Thierry Debels