Trouw aan zijn pionierstraditie zet Clama de eerste Belgische textielfabriek in Azië neer. De Ieperse fabrikant van matrastijk een weinig bekende textieltak waarin Vlaamse ondernemingen wereldwijd excelleren start een productie in zijn belangrijkste "thuismarkt" : Zuidoost-Azië. Clama spiegelt zich aan de strategie van de Japanse autofabrikanten, die in de jaren '80 bedrijven in westerse landen neerplantten... en daarmee hun toekomstige marktaandelen veiligstelden.
...

Trouw aan zijn pionierstraditie zet Clama de eerste Belgische textielfabriek in Azië neer. De Ieperse fabrikant van matrastijk een weinig bekende textieltak waarin Vlaamse ondernemingen wereldwijd excelleren start een productie in zijn belangrijkste "thuismarkt" : Zuidoost-Azië. Clama spiegelt zich aan de strategie van de Japanse autofabrikanten, die in de jaren '80 bedrijven in westerse landen neerplantten... en daarmee hun toekomstige marktaandelen veiligstelden.Kota Bukit Indah (Indonesië).Op weg naar de fonkelnieuwe bedrijfshallen van PT Clama Indonesia in Kota Bukit Indah (Stad van de Mooie Heuvels), een 2000 hectare groot industrieterrein halfweg Jakarta-Bandung, laat Luc Clarys zich in een opwelling ontvallen : "Grote delen van de performante West-Vlaamse textielcluster zouden hier kunnen neerstrijken. We zouden op studiereis moeten komen, allen samen : textielproducenten én vakbonden." Is de uitspraak van de managing director van matrastijkproducent Clama Mattress Ticking uit Ieper een visionaire gedachte of een vloek ? Luc Clarys verduidelijkt : "Onder druk van goedkopere landen als China, Vietnam of Laos is de Indonesische textielindustrie aan een upgrading toe. De bestaande textielbedrijven zijn meestal slechts een onderdeel van gediversifieerde conglomeraten die actief zijn in de meest uiteenlopende bedrijfstakken, van bankieren over cementproductie tot transport enzovoort. Indonesië heeft een textieltraditie, maar de complete textielketting zoals die in Zuidwest-Vlaanderen bestaat is er niet. Er ontstaat dus een behoefte aan gespecialiseerde toeleveringsbedrijven in de vóór- en nabehandeling van het strikte weverijgebeuren. En wij hebben die knowhow. De lokale textielindustrie zal hoe dan ook vrij snel de ontbrekende schakels verwerven. Mét of zónder ons. Ik vind dat je dan in een toekomstgerichte strategie voor onze West-Vlaamse textielcluster best mee op de wagen zit. Je moet participeren in de marktontwikkelingen van dit meest dynamische deel van de wereld." Deze filosofie en strategische keuzen voor de lange termijn, verdongen de laatste twijfels. Clama opteerde voor een 100 % eigen fabriek in Indonesië (zie kader : Pionier). "Natuurlijk staan we in België met z'n allen, vakbonden en ondernemers, achter een Mars voor Werk. En we hebben in Vlaanderen troeven die we maximaal moeten benutten : de hoogste productiviteit ter wereld en een goede verstandhouding tussen werkgevers en werknemers. Maar het lijkt wel alsof alle officiële instanties, de regering en de vakbonden, zitten vastgeschroefd op oude standpunten. Zonder de realiteit onder ogen te willen zien. Europa kan zich offensief in de nieuwe wereldeconomie inschakelen als het zich niet langer verkrampt aan voorbijgestreefde schema's vastklampt. Ons conservatisme zal structurele veranderingen in andere werelddelen niet verhinderen of tegenhouden. Vakbonden en bedrijfsleiders moeten daarover openlijk in dialoog durven treden." De sluiting van Renault-Vilvoorde inspireert tot een aanvullende gedachte : "Essentieel is dat we de top van onze kennis en kunde in Vlaanderen verankeren ; dat doen wij in Ieper. Door een productie op te starten in Indonesië consolideren we onze aanwezigheid in een belangrijke groeimarkt én tegelijk ook op het thuisfront." Luc Clarys trekt een parallel met de Japanse auto-industrie : via lokale productie heeft deze in de jaren '80 fabrieken in de westerse landen neergeplant om zodoende vanaf de jaren '90 marktaandelen in de Europese Unie en de VS veilig te stellen. Dat voorbeeld volgt Clama : "voorkomen dat we uit de Aziatische en op termijn zelfs uit onze eigen Europese markt worden verdrongen door de opkomende concurrentie uit Azië." Verankering van Zuidoost-Aziatische klantenDe toelichting door Ng Khin Sauw, general manager van PT Sarana Bukit Indah Industrial City, over de infrastructuur en de geïntegreerde uitbouw van het 10 kilometer lange industrieterrein langs de autoweg van de hoofdstad Jakarta naar Cikampek, gebeurt op-en-top professioneel. Bukit Indah Industrial City is één van de nieuwe steden die ten zuiden en ten oosten van Jakarta uit de grond rijzen. Alles erop en eraan : moderne toegangswegen, telecommunicatie, banken, hotels, woningen, winkelcentra, dispensaria en natuurlijk ook een golfterrein om Japanse en Koreaanse investeerders te behagen. Volgroeide klapperbomen, kleurrijke hibiscus en bougainvillea geven het keurige industrieterrein een Californische stempel mee in de achtergrond, de schilderachtige theeheuvels van de Preanger op de weg naar Bandung waar zich Hella Haasses koloniaal epos Heren van de Thee afspeelt. Naast eigen energieopwekking en waterzuivering beschikt het industrieterrein over een vrijhandelszone en een dry port voor de afhandeling van douaneformaliteiten, 24 uur op 24. De Indonesische Salim Group en 's werelds grootste bouwbedrijf Taisei uit Japan zijn de privé-eigenaars van dit industriepark, dat 9000 hectare zal bestrijken. Jurong Town Corporation uit Singapore geniet een internationale reputatie in het runnen van gelijkaardige grootschalige industriezones in de regio en staat in voor het management. Buren van PT Clama Indonesia zijn Pepsi Cola, Volvo, Nissan, Hino, Alcatel, Pirelli en een internationale waaier minder bekende toeleveringsbedrijven voor de auto-industrie, de bouwsector, machineproducenten en meubelfabrikanten. Stefan Magnus en Stefaan Cognie, de twee jonge managers van Clama Indonesia, bewieroken de vlotte samenwerking met de verantwoordelijken van het industriepark : "Een vestiging hier valt iets duurder uit, maar alles wordt geregeld : het administratieve gedeelte, werkvergunningen, bouwtoelatingen, invoer van machines, taxregistraties. In drie maanden tijd hadden we alle officiële toelatingen voor deze PMA ofte buitenlandse investering." Stefan Magnus werkte vijf jaar in Singapore, waar hij het Aziatische verkoopkantoor Clama Asia Pacific (Pte) Ltd. uit de grond stampte. Mee onder zijn impuls (de talrijke persoonlijke bezoeken aan klanten, van China tot Korea, over de Filipijnen tot Indonesië) komt ruim 50 % van de totale omzet van Clama de voorbije jaren op rekening van Zuidoost-Azië. "De aanpak ligt helemaal in de traditie van Clama," vertelt Magnus. Vader Frans Clarys begon eind jaren '50 aan zijn pendelstrategie : het afreizen van de aardbol om met klanten, waar ook ter wereld, persoonlijke contacten te onderhouden. Frans Clarys pionierde in de "verre export". Hij koos bewust exportmarkten buiten Europa : Nigeria, Zimbabwe, het Midden-Oosten ; Clama heeft al dertig jaar klanten in Indonesië, Thailand, Maleisië, Singapore, Taiwan, Hongkong en Japan. Toen Luc Clarys in 1984 in het bedrijf kwam, werd de strategie weg van de mature Europese markt en haar scherpe concurrentie verder aangezwengeld. Luc Clarys : "Met Bekaert Textiles zijn wij pioniers geweest om matrasfabrikanten in de wereld te leren jacquard-matrastijk te gebruiken. Wij bouwen de markt op tegen een zeker prijsniveau want daarin zit het prospectiewerk verrekend , later volgt een prijzenslag door onze concurrenten die volgen in ons kielzog. In het bedrijf leeft een internationale cultuur en openheid : er is een vlotte communicatie tussen zij die reizen en het thuisfront. We exporteren 98 % van de productie naar meer dan vijftig landen, waarvan driekwart buiten de Europese Unie. Sinds halfweg de jaren '80 is de omzet gemiddeld met 15 % per jaar vooruitgegaan, mee door de gestage groei in Zuidoost-Azië. Dat Clama Singapore klaarstond om binnen de twee uur vragen te beantwoorden zonder dat ze moesten rekening houden met tijdverschillen, werd door onze Aziatische klanten erg op prijs gesteld. De volgende stap was dan ook begrijpelijk voor iedereen in ons bedrijf : verankering van de klanten in Azië kan op de langere termijn niet zonder lokale productie." Zelfde productiekosten als in IeperHoewel Clama sinds 1993 Zuid-Amerika bestrijkt vanuit Clama Latin America Itda, een verkoopkantoor in Sao Paulo, Brazilië, was Zuidoost-Azië de eerste stap voor productie in het buitenland : de textielindustrie in Latijns-Amerika is verouderd en staat nog mijlenver van wat de Zuidoost-Aziaten presteren. "Bovendien is onze sterkste concurrent in Azië een Indonesische, zeer kapitaalkrachtige fabrikant van meubelstoffen en automobielbekleding. Onlangs is hij begonnen met het maken van matrasstof," motiveert Luc Clarys de keuze voor Indonesië. "De kostprijs zal grotendeels dezelfde zijn als in Ieper," klinkt het verrassend voor degenen die, zodra het woord "Azië" valt, beschuldigend tekeer gaan tegen delokalisatie en afbraak van de eigen werkgelegenheid. "De loonkosten bedragen in een kapitaalintensieve sector als de onze nauwelijks 10 % van de kostprijs. Een productie opstarten in Azië is, in tegenstelling tot wat men denkt, niet goedkoop. Het loonverschil is dus niet essentieel. Wat doorweegt, is : één, flexibiliteit naar de klant toe korte leveringstermijnen in de Pacific-regio ; twee, het wegvallen van invoerheffingen bij export van onze productie uit Indonesië naar de buurlanden uit Asean, het handelsblok van Zuidoost-Azië. Voeg daarbij : de centrale ligging, aanwezigheid van grondstoffen, het liberaler wordende investeringsklimaat en het feit dat Indonesië zelf een groeimarkt is met inmiddels al een middenklasse van 30 miljoen mensen die eenzelfde koopkracht bezitten als de doorsnee Europeaan." PT Clama Indonesia bezet twee moderne bedrijfshallen van elk 5000 m². Daarin is een weverij ondergebracht met 28 getouwen en een veredelingsafdeling om glans en stabiliteit te geven aan het geweven doek. Er wordt gestart met 45 mensen, in een eerste fase zal men er de goedkopere matrastijk in polyester en polypropyleen maken. Polyestergarens worden lokaal gekocht (ook voor de productie in Ieper zijn ze afkomstig uit Indonesië). "De polyprop kan eveneens ter plaatse worden gemaakt, maar zal toch uit België en Engeland worden aangevoerd omdat we niet het minste verschil willen tussen de Clama-productie uit Indonesië of uit België. Elke fabriek zal dezelfde kwaliteit afleveren, conform onze Iso 9000-normen," stelt Stefan Magnus (samen met marktleider Bekaert Textiles is Clama Mattress Ticking in de wereld de enige producent van matrastijk die de Iso 9001- en 9002-norm behaalde).Het belang van een textielclusterIn Indonesië start Clama noodgedwongen een veredelingsafdeling op "we hadden gehoopt een Vlaams bedrijf te overtuigen om met ons de sprong te wagen, maar de drempel was kennelijk nog te hoog," zegt Luc Clarys. In België beperkt Clama zich bewust tot de kernactiviteiten : het weven en commercialiseren van matrastijk.Luc Clarys : "Ieder zijn vak. We werken in nauw overleg met gespecialiseerde toeleveringsbedrijven in de vóór- en nabehandeling van onze stoffen. Zij kunnen snel op de bal spelen. Velen onderschatten de nadelen en de kosten van integratie : men houdt geen rekening met de technologische evoluties die heel snel gaan, wat betekent dat je voortdurend daarin en in mensen moet investeren."Ook de dessins en de kleuren van de drie collecties die jaarlijks worden gecommercialiseerd, worden ontwikkeld door externe designstudio's. Dat past opnieuw in de clusterbenadering : ideeën aanreiken op basis van een studie die Clama eveneens toevertrouwt aan een gespecialiseerd bureau. Met professor Philippe Naert (oud-decaan van Insead) werd een jaarlijks lifestyle-onderzoek op punt gesteld naar smaken en voorkeuren van de consument. Dessins ontstaan niet willekeurig, maar volgens een bepaalde filosofie. Deze informatie gaat naar matrasfabrikanten met eenzelfde gevoeligheid voor marketing. Het intense samenspel met toeleveringsbedrijven geeft Clama de ruimte om te investeren in de optimalisering van de productiecapaciteit en de marketing van zijn producten. 150 miljoen voor een nieuwe weverij in IeperLuc Clarys : "In 1993-'94 zaten we op de limiet van onze schuldfinanciering. We zagen opportuniteiten, streefden naar opwaardering van onze weverij in Ieper en keken uit naar productie in Azië. Consequent hebben we eind' 95 de familiale structuur opengebroken. Gimvindus en de Vlaamse Investeringsvennootschap ( VIV) deden een inbreng van 150 miljoen. Vandaag beschikken we over een geconsolideerd kapitaal van 320 miljoen. Beide nieuwkomers zetelen voor acht jaar in de raad van bestuur. Samen met Pierre Tack van Tasibel zorgen deze externen voor een verfrissende wind. Gimvindus heeft een brede kijk op de textielsector en de VIV brengt interessante ideeën aan vanuit haar ruime industriële achtergrond." De economische recessie en de almaar scherpere prijzenslag van de nagenoeg uitsluitend Vlaamse matrastijkproducenten in Europa hebben, na de sterke omzetgroei tot 1993, de voorbije jaren de bedrijfsresultaten getemperd. "We komen uit een minder rendabele periode, maar consolideren onze activiteiten in Ieper. Betere dienstverlening en kwaliteit staan voorop : eind jaren '80 was 6 % van de totale productie nog tweede keuze, tegenwoordig is dat 0,66 % en we streven naar het behalen van de European Quality Award," duidt Luc Clarys de toekomst. Hij gelooft in een heropleving van de markten, nu de economie wereldwijd aantrekt en de doorgedreven aandacht voor kwaliteit vruchten afwerpt. Clama investeert 150 miljoen in een nieuwe weverij : twintig getouwen met de recentste technologie van Picanol zijn aan het proefdraaien in de nieuwe gebouwen langs de Oostkaai in Ieper. Deze meer performante getouwen vervangen bestaande machines die verhuizen naar Indonesië zonder capaciteitsverlies te veroorzaken in België : met nog veertig weefgetouwen in de oudere vestiging in het stadscentrum en 110 mensen produceert Clama in Ieper per jaar 8,5 miljoen lopende meter. Daar voegt de fabriek in Indonesië een extra capaciteit aan toe van 2 miljoen lopende meter of een extra omzet van 200 miljoen Belgische frank, bovenop de huidige 840 miljoen. De productie van PT Clama Indonesia zal nieuwe klanten in de regio aanspreken, terwijl de geleidelijke verschuiving van de bestellingen uit Azië in Ieper wordt aangevuld door hogere omzetten in West- en Oost-Europa, in Latijns-Amerika en door een intense bewerking van Noord-Amerika. Vanaf volgend jaar zal PT Clama Indonesia de groepsomzet van Clama optillen tot één miljard frank : ruim de helft op rekening van Zuidoost-Azië, 25 % afkomstig uit Noord- en Zuid-Amerika en 23 % uit Europa (met op termijn de ex-Sovjet-Unie) en een kleine 2 % uit Afrika en het Midden-Oosten. "De nieuwe weverij zal onze kostprijs verlagen. Dat is ons antwoord op de mature markten en tegelijk worden we een meer uitgesproken mondiale speler," besluit Luc Clarys zelfverzekerd. Zijn koffers staan klaar voor een verdere trip. Van de nieuwe fabriek in Indonesië, op weg voor klantenbezoeken in Australië en Nieuw-Zeeland en over de Zuidpool naar Chili, Argentinië en Brazilië.ERIK BRUYLAND LUC CLARYS (CLAMA) De Vlaamse textielcluster offensief inschakelen in de veranderende wereldeconomie.