Tien jaar na zijn oprichting in Tokyo opent het EU-Japan Centre for Industrial Cooperation een gezamenlijk initiatief van het Japanse ministerie voor Industrie Miti en de Europese Commissie een kantoor in Europa, op nauwelijks zestig meter van DG3. In het "eurocratisch" jargon staat DG3 voor "Industriële ontwikkelingen". Niet toevallig, want het Centre for Industrial Cooperation is exclusief toegespitst op industriële productie in de meest ruime zin : van confectie tot cosmetica, van elektronica tot machinebouw en van innovatie en onderzoek tot de meest ui...

Tien jaar na zijn oprichting in Tokyo opent het EU-Japan Centre for Industrial Cooperation een gezamenlijk initiatief van het Japanse ministerie voor Industrie Miti en de Europese Commissie een kantoor in Europa, op nauwelijks zestig meter van DG3. In het "eurocratisch" jargon staat DG3 voor "Industriële ontwikkelingen". Niet toevallig, want het Centre for Industrial Cooperation is exclusief toegespitst op industriële productie in de meest ruime zin : van confectie tot cosmetica, van elektronica tot machinebouw en van innovatie en onderzoek tot de meest uiteenlopende toepassingen. Pascale Mettier is programmacoördinator van het centrum in Brussel. "Het programma loopt al tien jaar en in die tijd hebben ruim 600 managers en onderzoekers aan een van de programma's deelgenomen. Samen vormen zij een netwerk van Alumni. Het feit dat we nu ook in Brussel aanwezig zijn, zal de coördinatie vlotter doen verlopen," zegt Pascale Mettier. Managers van grote en kleine ondernemingen komen in aanmerking voor opleidingsprogramma's en stages in Japanse bedrijven. Voorwaarden zijn dat de onderneming een industriële activiteit ontwikkelt, kandidaten tussen 30 en 40 jaar oud zijn en de Europese nationaliteit hebben. Vier keer per jaar worden 15 kandidaten weerhouden voor een korte (14 dagen) of langere stage (maximum 3 maanden) in een Japanse onderneming (kosten worden gedragen door de Europese onderneming, maar bedrijven met minder dan 250 werknemers kunnen een beroep doen op een financieringsfonds)."De vormingsprogramma's van korte duur zijn vooral gericht op het bijbrengen van Kaizen ( nvdr productiemanagement in Japan). De langere stages brengen een dieper, praktijkgericht inzicht bij in de Japanse bedrijfscultuur, in management en organisatiesystemen in ondernemingen, de handel- en distributiekanalen," verduidelijkt Pascale Mettier. Het centrum verstrekt ook informatie over de Japanse industrie. Pascale Mettier, afkomstig uit Henegouwen, voelt zich als een vis in het water in eurokringen. Ze studeerde Engels, Spaans, Duits en Italiaans in het taalinstituut van de ULB, Marie Haps. "Talenkennis geeft je een geweldige voorsprong in het wereldje van internationale organisaties. Daarom trok ik naar New York om er mijn Engels en Spaans te perfectioneren." In 1990 belandde ze bij DG23 van de Commissie (kmo-beleid). "Daar heb ik me via BRE ( Bureau de Rapprochement des Rapports entre Enterprises) en BC-Net ( Business Cooperation) ingewerkt in contacten met beroepsfederaties allerhande, Kamers van Koophandel en gespecialiseerde netwerken tussen bedrijven in de landen van de Unie. Een boeiende tijd," lacht ze. Binnenkort start het nieuwe Centrum in Brussel bijkomende programma's voor pas afgestudeerde jongeren : in een eerste fase krijgen Japanse studenten de kans om gedurende acht maanden een opleiding te volgen in Europese ondernemingen. Later zullen ook Europese studenten in Japan een opleiding kunnen volgen in plaatselijke ondernemingen.PASCALE METTIER (EU-JAPAN CENTRE) Talenkennis geeft je een geweldige voorsprong in het wereldje van internationale organisaties.