Op 1 december 2000 trok Interbrew naar de beurs. Het werd de bekroning van een soms moeilijk rijpingsproces binnen de grote Belgische familiale aandeelhouders achter het bierconcern. Enkele weken voordien, op 19 oktober, hadden die Belgische familiale aandeelhouders in Amsterdam de Stichting Interbrew boven de doopvont gehouden. Daarin werden 137.810.070 familiale aandelen gecertificeerd. Op 30 oktober 2000 volgde een aandelensplitsing door twee, zodat de stichting 275.620.140 certificaten telde. Goed voor een belang van net geen 65 % in Interbrew na de beursgang. Tegen een introductiekoers van 33 euro, gaf dat belang aan de stichting een beurswaarde van ruim 9 miljard euro.
...

Op 1 december 2000 trok Interbrew naar de beurs. Het werd de bekroning van een soms moeilijk rijpingsproces binnen de grote Belgische familiale aandeelhouders achter het bierconcern. Enkele weken voordien, op 19 oktober, hadden die Belgische familiale aandeelhouders in Amsterdam de Stichting Interbrew boven de doopvont gehouden. Daarin werden 137.810.070 familiale aandelen gecertificeerd. Op 30 oktober 2000 volgde een aandelensplitsing door twee, zodat de stichting 275.620.140 certificaten telde. Goed voor een belang van net geen 65 % in Interbrew na de beursgang. Tegen een introductiekoers van 33 euro, gaf dat belang aan de stichting een beurswaarde van ruim 9 miljard euro. Hoe kwam de stichting tot stand? En wie gaat er eigenlijk schuil achter deze aandelen? Trends detecteerde zestien patrimoniale vennootschappen op basis van de certificering van de aandelen binnen de stichting. De certificatenstroom verloopt langs drie grote familiale groepen: Eugénie, Patrinvest, en Sébastien. Achter elke groep schuilt een familiale spilfiguur. Namelijk burggraaf Philippe de Spoelberch (64 jaar, 3 in de stamboom), ridder Alexandre Van Damme (43 jaar, 20), en graaf Arnoud de Pret Roose de Calesberg (61 jaar, 13). Elke groep moest minimaal 42 miljoen aandelen certificeren binnen de stichting. Het lijkt wel kinderspel. Maar een familie is een levend organisme met mensen die van elkaar houden. En soms ook niet van elkaar houden. De vorming van die drie groepen was een samenspel van familiale banden, sluimerende spanningen, bedrijfsgebonden gebeurtenissen, toeval en individuele ambities. Niet toevallig hebben de drie familiale spilfiguren, die circa 75 aandeelhouders achter hun naam hebben (zie stamboom), vandaag nog steeds een mandaat binnen de raad van bestuur van InBev. De rol van Arnoud de Pret Roose de Calesberg, Philippe de Spoelberch en Alexandre Van Damme bleek meer dan eens cruciaal. Voor de dure overname van Beck's werd de hele familie aan tafel geroepen. De vriendschappelijke banden tussen Alexandre Van Damme en de topman van AmBev, Jorge Paulo Lemann, gaven mee de doorslag voor de combinatie tot InBev. De discretie van de adellijke families achter het bierconcern verwierf mythische proporties. Toch bieden de publiek neergelegde documenten een indringende kijk op de evolutie binnen de families. Neem nu het handelsregister van InBev. Dat toont haarfijn hoe werd gesleuteld aan een eventuele dreigende versnippering van de familiale belangen. 28 februari 1986 betekende het officiële begin van de fusie van de brouwerijen Artois (Stella) en Piedboeuf (Jupiler). Tot begin jaren negentig meldden de aandeelhoudersvergaderingen nog vele individuen. Het zijn bovendien aandelen aan toonder. De aantallen van menig aandeelhouder varieerden voortdurend bij elke algemene vergadering. Maar zeker vanaf 1994 kwam de structurering in een stroomversnelling. Dat was een absolute noodzaak voor het almaar toenemende soortelijk gewicht van de brouwer. De reeks buitenlandse overnames, met als voorlopig klapstuk Labatt in 1995, werd een van de bepalende bedrijfsgebonden elementen bij de structurering. Toen werd overduidelijk dat Interbrew te groot was geworden. De families konden de zaak niet meer als een onderonsje behandelen. Steeds meer familiale aandeelhouders brachten hun belang onder in een (persoonlijke) patrimoniumvennootschap. Die structurering zou een decennium aanslepen. Op 31 oktober 2000, één maand voor de beursgang, verscheen dan eindelijk de Stichting Interbrew in het handelsregister. De adellijke families de Mévius en de Spoelberch konden de mosterd trouwens halen bij hun verre afstammelingen, de familie Artois (zie kader: Wie zijn Stella Artois en Piedboeuf?). In 1785 brachten zes broers en zussen Artois hun erfdeel en gezamenlijke bezit onder in een patrimoniale vennootschap. Alle bezittingen werden dus gemeenschappelijk. Ook alle schulden en mogelijke risico's werden gezamenlijk gedragen. Het heette een " broederlijke gemeijnschap om alsoo gesaemenderhand te werken tot het vervoorderen van hunnen stiel ende négocie, gelijk sij tot nu toe hebben gedaen... " De machtsgreep van Alexandre Het was de familie Van Damme die als een van de eerste met een structuur op de proppen kwam. Vader Albert (18), entrepreneur van de eerste generatie, was naar verluidt bezeten door de opvolgingskwestie. In 1987 brachten de ridders Albert en zoon Jean (19) hun belang in Interbrew onder in de patrimoniumvennootschap Diligentia. De dood van Jean Van Damme in juni 1994 zette vaart achter de constructie. Vader Albert - toen al 95 - had zijn kleinzoon ridder Alexandre (20 ) al eerder aangeduid als de kroonprins. In 1992 volgde hij zijn vader op als bestuurder bij Interbrew. In september 1994 werd Diligentia omgevormd tot een commanditaire vennootschap op aandelen. Met een resem stille vennoten. En één zaakvoerder, die letterlijk alle bevoegdheden kreeg over de onderneming. Die zaakvoerder werd de NV Diligentia-Gestion, met als nieuwe sterke man Alexandre Van Damme. Die machtsgreep zorgde voor een controle op de lange termijn over de vennootschap. Hij creëerde stabiliteit en bood ook bescherming tegen een mogelijke vijandige overname. De stille vennoten stelden zich tevreden met de jaarlijkse dividenden. Alexandre Van Damme was niet langer uitsluitend de sterke man van de eigen familie. Ook de familiale tak van der Straten Pon-thoz had zich bij Diligentia gevoegd. Ook deze familie van graven en gravinnen stelde zich tevreden met een rol als stille vennoot. Alexandre Van Damme mocht in ruil wegen op de strategie binnen Interbrew. Het belang van de familie Van Damme bedroeg bij de fusie in 1987 geen 12 %. Voor Alexandre was dit te weinig. Hij kocht aandelen bij. Maar gezien de geringe liquiditeit zocht hij allianties. Die vond hij in het verbond met van der Straten Ponthoz. Het krikte de weging binnen Interbrew op naar 28 %. Van Damme wordt een zeer verstandige kerel genoemd. Hij werkt zeer efficiënt, zorgt goed voor zijn klanten. De discretie van de fervente supporter van Sporting Anderlecht is legendarisch. Het is deze tak die later zijn participatie zal inbrengen bij de sleutelholding Patrinvest. Deze commanditaire vennootschap op aandelen is gevestigd in het Groothertogdom. Patrinvest werd de opvolger van Diligentia, dat in 1998 werd vereffend. Hoeveel aandelen Patrinvest certificeerde, meldt het handelsregister in Luxemburg niet. Maar het moeten er minimaal 42 miljoen zijn, zoals het akkoord tussen de drie sleutelholdings bedong. In Luxemburg vind je Pascal Minne als bestuurder bij de NV Patri. Die holding voert de controle over Patrinvest. De managing partner van Petercam is een vertrouweling van Alexandre Van Damme. Ingewikkelde constructies, gekoppeld aan sterke figuren. Het zijn elementen die ook een rol spelen bij de rijping van de tweede centrale groep, Eugénie. De sterke figuur in kwestie is burggraaf Philippe de Spoelberch (3 ). Voor de buitenwereld is deze bestuurder van InBev misschien het bekendste gezicht van de Belgische families. Hij kreeg nog een opleiding als ingenieur in de brouwkunde en had als een van de laatste familiale telgen een operationele functie in het bierconcern. Ook Philippe leidt Eugénie met strakke hand. Hij zwaait de plak, maar op een verstandige manier. Want de burggraaf zorgt ervoor dat iedereen zijn rol kan waarmaken. En dat ingewikkelde dan? Philippe de Spoelberch certificeerde 620.000 aandelen in de stichting, via zijn persoonlijke patrimoniumvennootschap Bosfin. Tot daar geen probleem. Maar de belangrijkste patrimoniale vennootschap heette Algor. Deze onderneming certificeerde 43,2 miljoen aandelen. Achter de vennootschap schuilden de vijf kinderen van Werner de Spoelberch (1 in de stamboom), en dus de bewoners van het negentig hectare grote domein van Wespelaar. Eén zoon, Olivier (4 ), woont in het kasteel van Flawinne bij Namen. Het grote belang wordt verklaard door het huwelijk van burggraaf Werner de Spoelberch met zijn verwante in de derde graad, barones Elinor de Haas Teichen (8 ). De bisschop van Namen verleende daarom kerkelijke dispensatie voor de voltrekking van het huwelijk. Philippe de Spoelberch en familie zou met een belang van circa 24 % de grootste aandeelhouder moeten zijn. Zijn twee broers en twee zussen moesten het stellen met minder dan een vijfde. Dat was althans het geval bij een voorganger van Algor, met de naam Verlafin. Maar dat bedrijf werd vereffend, net als Algor. Het belang in Interbrew van de familie de Spoelberch uit Wespelaar schoof via vier bedrijven naar de vennootschap Agemar in Luxemburg. En wellicht verdween het ook uit die onderneming in de loop van 2003. En het verhaal wordt nóg ingewikkelder: één zus overleed in 1992. Haar dochter Amélie Kluyskens (6 ) stierf in 1997. Het is gissen waar dit belang naartoe ging. Misschien deels bij haar weduwnaar, Olivier Davignon (7 )? Want het is opvallend hoe de neef van burggraaf Etienne Davignon steeds meer mandaten opneemt in de entourage van de familie de Spoelberch uit Wespelaar. Diversificatie is een van de stokpaardjes van Philippe de Spoelberch. Naast de brouwer, betekent dat participaties nemen in Cobepa of Restel Résidences, de seniorenflats. Davignon bekleedt mandaten in Agemar, Cobepa en Amantelia, de holding boven de seniorenflats. Ook Grégoire de Spoelberch (39 jaar, 5 ) ontpopt zich als nieuwe mandatentijger. De zoon van Nicolas de Spoelberch (2 ), de bewoner van het kasteel van Wespelaar, heeft als misschien wel meest opvallende functie die van gedelegeerd bestuurder bij Lunch Garden. Dat mandaat vervult hij via zijn holding GDS Consult. Is het een opstapje naar hogerop, als bestuurder bij InBev? Philippe de Spoelberch is 64. De leeftijdsgrens voor een mandaat bij de brouwer is 70. En het twintigjarige jubileum voor Philippe nadert, want hij is bestuurder sinds juni 1987. Voor dat zitje wordt het zeker drummen. Want de grootste kaper op de kust is misschien wel Frédéric de Mévius (29 ). De 47-jarige baron is een wat vreemde eend in de familiale bijt. Het meest opvallende aan de familie de Mévius is haar gebrek aan opvallendheid. Het is een familie die hoofdzakelijk zeer gehecht is aan de natuur. Dat getuigen de aansluitende familiale domeinen d'Arthey en de la Falize, aan de rand van Namen. Daar verblijft een groot deel van de familie. Wie met de trein van Brussel naar Namen spoort, glijdt langs dit Méviusland, net vóór de afdaling naar de Samber- en Maasvallei. Ook baron Frédéric heeft iets met natuur en landbouw. Via de BVBA Agrabio ontwikkelde hij een project rond biologische landbouw. Maar de baron is vooral zakenbankier. In de jaren tachtig en negentig vertoefde hij in het Londense bankiersmilieu. Ambitie is de baron niet vreemd. Hij wou een sterke familiale poot opbouwen binnen Interbrew. Op die manier zou het belang van de Mévius zwaarder doorwegen tijdens cruciale beslissingen voor de brouwer. Maar sommige familieleden vonden zijn optreden te ambitieus en te bruusk. Dat gebrek aan een sterke, integrerende persoonlijkheid, verklaart de verspreiding van het belang de Mévius over diverse (persoonlijke) patrimoniumvennootschappen. Negen patrimoniumvennootschappen sloten aan bij Eugénie, de groep dus rond de familie de Spoelberch van Wespelaar. Achter HLF steken Frédéric en zijn vrouw, barones Marie Bekaert (30). De naam luidt voluit Le Haras de la Falize. Hij verwijst naar de beginjaren van de BVBA. Van 1979 tot 1986 mikte de vennootschap op het fokken van renpaarden. Een weinig winstgevend avontuur, dat na 1986 werd stopgezet. Later werd de vennootschap een holding, die 716.600 aandelen in de Stichting Interbrew certificeerde. Ook de broers en zussen van Frédéric (zie stamboom) sloten aan bij Eugénie. Barones Marie de Mévius (27), een kunstschilderes uit het Pajottenland, certificeerde 418.400 aandelen via haar vennootschap Floralice. Kunsthandelaar Isabelle (26) certificeerde 399.600 aandelen via L'Objet I. Magdeleine (28 ) certificeerde 380.000 aandelen met Sébardine. Halfzus Caroline (31 ) en halfbroer Thomas (32 ), uit het tweede huwelijk van vader Eric de Mévius (25 ), certificeerden elk 846.300 aandelen, via de vennootschappen Duomae en Duomos. En dan waren er nog de nicht Agnès Doret (24), en de neven Grégoire de Mévius (21 ) en Ramon Reyntiens (22 ). De patrimoniumvennootschap Fiwep verwijst naar Agnès Doret (24 ) en de gemeente Wépion, bij Namen. De dochter van barones Jacqueline de Mévius (23 ) bracht 380.200 aandelen in de stichting. Préval is de vennootschap van de bekende rallyrijder en baron Grégoire (21 ). Hij certificeerde 416.200 aandelen. Achter Grandis schuilt Ramon Reyntiens en familie. Naar Eugénie vloeiden 1.670.600 aandelen voor de stichting. Hij is de bewoner van het kasteel en domein Les Croisettes bij Suxy. Deze plek in de uitgestrekte bossen van Chiny in de provincie Luxemburg behoorde in de negentiende eeuw toe aan prins Charles de Ligne. Maar de inbreng van de aandelen van de familie de Mévius gebeurde ook via de derde centrale groep, Sébastien. Die laatste heeft als spil de familie de Spoelberch uit Londerzeel en de familie de Pret Roose de Calesberg. De meest bekende figuur hier is graaf Arnoud de Pret Roose de Calesberg. De bestuurder bij InBev was in het verleden chief financial officer bij onder meer UCB en Umicore. De familie de Spoelberch wordt vaak alleen geassocieerd met het domein van Wespelaar. Maar haar rol en invloed in Londerzeel was wellicht even groot. Rond 1900 bezat de familie in Londerzeel 114 hectare grond. Burggraaf Roger de Spoelberch (10 ) was getrouwd met gravin Elisabeth de Jonghe d'Ardoye (11 ). Zij was burgemeester in de gemeente van 1946 tot 1963. De centrale as van de groep Sébastien vormt de holding, met dezelfde naam. Sébastien Holding groepeert dertig individuele aandeelhouders. Hier vinden we enkele familieleden van de Mévius. Maar de sterkhouders zijn de tak de Spoelberch uit Londerzeel, en de nazaten van Michel de Pret Roose de Calesberg. Een van de belangrijkste aandeelhouders is Adolphe de Spoelberch (12 ), de kasteelheer van Londerzeel. Ook de bewoners van het 25 hectare ruime domein Vordensteyn in Schoten drukken hun stempel. Sébastien Holding certificeerde 32.283.000 aandelen in de stichting. De bestuurder van InBev die de belangen behartigt van Sébastien is dus graaf Arnoud de Pret Roose de Calesberg (13 ). Via de patrimoniumvennootschap van zijn familie, Multifin, werden 1.024.000 aandelen gecertificeerd. Ook de vennootschap IMCC behoort tot de familie van Arnoud, of zijn zus Godelieve Coigny (14 ). IMCC transfereerde 2.000.200 aandelen naar de stichting. En ten slotte was er één tak van de familie de Mévius die via een persoonlijke patrimoniumvennootschap aansloot bij Sébastien. In JDM Finance groepeerde barones Jacqueline de Mévius (23 )haar familiale belang. De vennootschap certificeerde 2.090.000 aandelen in de stichting, via Sébastien. De 82-jarige barones heeft als enige zaakvoerder de meest uitgebreide bevoegdheden in de vennootschap. In JDM Finance werd het belang in Interbrew gebracht van de patrimoniumvennootschap Amélie-Fin. Dat is eveneens een bedrijf van Jacqueline de Mévius en haar kinderen. Maar de barones hevelde de aandelen over naar JDM Finance, na een conflict met drie dochters. Die wilden haar weg als bestuurder bij Amélie-Fin. Dat conflict dateerde volgens het handelsregister van einde 1998. De concrete werking van de Stichting Interbrew deed heel wat sluimerende conflicten wegsmelten. Voortaan zaten de families op een gestructureerde manier over mogelijke problemen rond tafel. De overname van de Duitse brouwer Beck's bijvoorbeeld. Die was duur. De families kwamen toen allen samen en hakten de knoop door. Die stroomlijning mondde voorlopig uit in de vernieuwde Stichting InBev. Drie Braziliaanse hoofdaandeelhouders van AmBev certificeerden 141,7 miljoen aandelen in de stichting. De Belgische families behielden 180 miljoen aandelen in de stichting. Een specialist in familiale opvolgingsproblematiek vindt het zeer opmerkelijk dat de families een vreemde in hun controlevehikel toelieten. Het wijst erop dat de Belgische aandeelhouders bij InBev volledig focussen op de strategische groei van de brouwer. De familiale belangen worden daaraan ondergeschikt. De families haalden 95 miljoen aandelen uit de stichting. Die steken sinds vorig jaar in de Luxemburgse vennootschap EPS. En dat staat heus niet voor earning per share. Wél EugéniePatriSébastien. Goed voor een nieuw eeuwenlang verbond in de broederlijke gemeijnschap? Trends legde het dossier voor aan InBev, maar het management wenste geen commentaar te geven. Wolfgang Riepl