2006 wordt een jaar gedomineerd door Aziatische tendensen. De waarheid zal in het oosten liggen. Houd China in het oog, waar een gesputter van de economische motor voor wereldwijde groeikrampen kan zorgen. Neem India in het vizier, dat zijn prestige in de komende 365 dagen fors zal zien toenemen. Of bekijk Japan, dat positieve verrassingen in petto heeft.
...

2006 wordt een jaar gedomineerd door Aziatische tendensen. De waarheid zal in het oosten liggen. Houd China in het oog, waar een gesputter van de economische motor voor wereldwijde groeikrampen kan zorgen. Neem India in het vizier, dat zijn prestige in de komende 365 dagen fors zal zien toenemen. Of bekijk Japan, dat positieve verrassingen in petto heeft. De Chinese medaille kan je langs twee zijden bezien. De directe Chinese aanwezigheid in het buitenland is nog vrij beperkt, maar dat verandert zienderogen. De export weegt al serieus door: van 249 miljard dollar in 2000 naar 593 miljard dollar in vier jaar tijd. China heeft nu al 85 % van de wereldmarkt voor tractors in handen, idem dito voor uurwerken en speelgoed, 55 % van de markt voor fototoestellen en draagbare computers, bijna 30 % voor televisies en wasmachines, en 15 % in staal. Ook de directe Chinese investeringen in het buitenland zullen aanzwellen: de Fudan Universiteit in Sjanghai rekent op 15 à 20 miljard dollar per jaar tegen 2010. Het begin van een Lange Mars richting het Westen, een economische veldtocht die Europese en Amerikaanse concurrenten koude rillingen bezorgt. Maar dat heeft zijn keerzijde. Als de Chinezen voor hun ondernemingen in het buitenland dezelfde reflexen hanteren als op het thuisfront, dan zou 2006 wel eens de eerste ontsporingen aan het licht kunnen brengen: verkeerde allocatie van kapitaal, willekeurige diversificatie, onbedachtzame prijzendumping en meer nadruk op taille dan op winst. De expansie op het Chinese vasteland was de voorbije jaren goed voor een vol derde van de wereldwijde economische groei. Aan dit mooie liedje komt nu een eind. Onafhankelijke indicatoren wijzen op een vertraging van de groei: van 16 % begin 2004, naar 10 tot 12 % midden 2005 en afglijdend tot 8 % in 2006. Nog altijd enorm, maar volstaat dat voor de Chinese leiders om de groei van jobs op een aanvaardbaar peil te houden én sociale stabiliteit te garanderen? In 2006 zal de zakenwereld zijn liefde voor China zien afkoelen, leest u in deze jaarlijkse editie die Trends samen met The Economist maakt. Het bewijst eens te meer hoe India - met 1,1 miljard inwoners, goed voor 17 % van de wereldbevolking, democratisch geleid en groeiend met 7 % per jaar (al bijna een half decennium) - aan belang zal winnen als strategisch alternatief. Ook Japan staat klaar om als een feniks uit zijn as te herrijzen. En dan is er België, dat uiterst welvarende stipje aan de Noordzee, slechts een stofje op de economisch steeds sneller wervelende aardbol. We gaan een behoorlijk 2006 tegemoet met een groeitempo van iets meer dan 2 %. Geen krachtige herleving. Niet goed en ook niet slecht, zeker in vergelijking met 2005 (amper 1 % groei). Sociale demonen zullen dit land echter blijven plagen: het Generatiepact, het gekissebis over de automatische indexering en... de loonnorm. In de herfst van 2006 beginnen de discussies over het interprofessioneel akkoord weer. Het jaar zal eindigen zonder akkoord, zo voorspellen we. Om ons heen zal de tijd niet stilstaan. In Frankrijk barst de strijd los om het post-Chirac-tijdperk, één jaar voor de presidentsverkiezingen - met Dominique de Villepin en Nicolas Sarkozy als kemphanen in één kippenren. 2006 wordt voor Italië het jaar van de afrekening. Op het menu staan een opvolger voor president Ciampi en een overwinning in de algemene verkiezingen. Het kan ook een afrekening worden met het verleden: de gouverneur van de Banco d'Italia heeft plaats moeten ruimen. En er is Duitsland, Belgiës zo belangrijke handelspartner, waar Frau Merkel vanuit het kanselierspluche de tweede grote naoorlogse coalitie leidt. Een Duitse regering die gedoemd is om te slagen. Lukt zij er niet in om de groei op te krikken (nu rond 1 %) en de werkloosheid terug te dringen (4,8 miljoen werklozen), dan loeren politieke versnippering en extremisme om de hoek. Laat ons afsluiten met de twee oude (nu ja) reuzen: Rusland en de VS. Vladimir Poetin leidt in 2006 het elitekransje van leidinggevende industrielanden, de G8. Wat wordt het? Een pr-catastrofe of een diplomatieke opportuniteit? En in de VS wordt de kans steeds groter dat er een eind komt aan de fameuze economische bonanza. De brandstofkosten zijn hoog, de huizenprijzen stagneren en de inflatie kriebelt, met hogere intrestvoeten en mogelijk een scherpe daling van de consumentenbestedingen tot gevolg. Het zou de wereldeconomie meer in balans brengen, maar het zou ook betekenen dat er in 2006 weinig pret te beleven valt. piet depuydt