In Nederland wil de zogenaamde Taskforce Jeugdwerkloosheid 4000 jonge drop-outs in een kamp discipline bijbrengen (zie blz. 18). Ze zouden ruim een halfjaar doorbrengen in een door militairen geleid kamp. Doelgroep zijn probleemjongeren, veelal allochtonen. Ze hebben geen werk, zitten niet meer op school en tonen geen belangstelling voor een baan of een opleiding.
...

In Nederland wil de zogenaamde Taskforce Jeugdwerkloosheid 4000 jonge drop-outs in een kamp discipline bijbrengen (zie blz. 18). Ze zouden ruim een halfjaar doorbrengen in een door militairen geleid kamp. Doelgroep zijn probleemjongeren, veelal allochtonen. Ze hebben geen werk, zitten niet meer op school en tonen geen belangstelling voor een baan of een opleiding. Deze ronduit keiharde aanpak kreeg verrassend genoeg in Nederland meer bijval dan tegenwind. Alle grote politieke partijen, werkgevers en vakbonden steunen het idee. Dat dit samenloopt met een stijgende ongerustheid over het criminele gedrag van vooral Marokkaanse jongeren in Amsterdam zal wel geen toeval zijn. In Vlaanderen verklaarde Frank Vandenbroucke (SP.A), Vlaams minister van Onderwijs en Werk, dit voorstel een brug te ver te vinden. Het heeft uiteraard veel weg van een voorstel van het Vlaams Belang. Toch heeft het Nederlandse idee niets te maken met het populisme dat de meeste voorstellen van het Vlaams Belang kenmerkt. Het is het sluitstuk van een beleid rond jeugdwerkloosheid. Het Nederlandse kabinet heeft de Taskforce Jeugdwerkloosheid ingesteld om het probleem van de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Met succes, zo lijkt het. Sinds begin 2004 zijn er al 30.000 jeugdbanen gecreëerd en zijn er experimenten afgerond in verband met een tweedekansberoepsonderwijs. Probleem blijft een groep van 40.000 hangjongeren die niet bereikt worden via de klassieke kanalen. Er zijn verschillende redenen waarom een Nederlandse aanpak te rechtvaardigen is. Ten eerste - en dat hoor je vaak genoeg bij allerlei initiatieven die werken met probleemjongeren - is discipline het eerste waar aan gewerkt moet worden. Je moet een jonge drop-out niet warm maken voor een beroepsopleiding als zijn probleem is dat hij nooit voor twaalf uur 's middags opstaat, omdat hij 's avonds en 's nachts op straat of in cafés rondlummelt. Discipline bijbrengen op een harde manier kan dus productief zijn. Ten tweede zijn de problemen van die jongeren vaak verbonden met de omgeving waarin ze leven. Ouders, familie en vrienden die weinig of niet stimuleren - soms integendeel - om het reguliere circuit van school en werk te volgen. Het kan dus goed zijn om hen uit hun omgeving weg te halen. Dat heeft natuurlijk een keerzijde. Wat als het programma afgelopen is en de jongere terugkeert naar zijn oude omgeving? Hoe vermijden dat hij weer hervalt in oude gewoonten? Sommigen beweren zelfs dat militair geïnspireerde opleidingen achteraf tot een hoger crimineel gedrag leiden. Om dat te vermijden, is opvolging cruciaal. In Nederland mondt het militaire kamp uit in een beroepsopleiding, die later leidt naar een reguliere baan of een leerbaan, een systeem van deeltijds werken en deeltijds studeren. Het militaire kamp is een onderdeel van het werkloosheidsbeleid. Dat is het verschil met populisme. Vlaanderen heeft ook zijn probleemjongeren. Misschien is voor hen een militair geleid kamp de oplossing. De voor- en nadelen moeten onderzocht worden. Belangrijker is om de discussie over die probleemjongeren met open vizier te voeren en alle oplossingen onder ogen te kijken. Zonder te hoeven bibberen voor het Vlaams Belang. Wie een stevig beleid voert en er niet voor terugschrikt om harde maatregelen in te kaderen in dat beleid, hoeft geen schrik te hebben voor voorstellen zoals militaire kampen. Guido Muelenaer