Werknemers die worden ontslagen na hun 55ste, vinden doorgaans niet gemakkelijk een nieuwe baan. De overheid is zich daar al lang van bewust. In de jaren zeventig werd daarom het brugpensioen ingevoerd. Ontslagen oudere werknemers kunnen sindsdien niet alleen aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering, maar ook op een aanvullende vergoeding van hun voormalige werkgever. Dat systeem werd al gauw anders gehanteerd dan aanvankelijk de bedoeling was. Omdat oudere werknemers duurder zijn dan jongere -- het loon stijgt in België met de leeftijd -- hebben werkgevers het brugpensioe...

Werknemers die worden ontslagen na hun 55ste, vinden doorgaans niet gemakkelijk een nieuwe baan. De overheid is zich daar al lang van bewust. In de jaren zeventig werd daarom het brugpensioen ingevoerd. Ontslagen oudere werknemers kunnen sindsdien niet alleen aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering, maar ook op een aanvullende vergoeding van hun voormalige werkgever. Dat systeem werd al gauw anders gehanteerd dan aanvankelijk de bedoeling was. Omdat oudere werknemers duurder zijn dan jongere -- het loon stijgt in België met de leeftijd -- hebben werkgevers het brugpensioen steeds meer gebruikt om medewerkers vanaf hun vijftigste te laten afvloeien. Dat was gemakkelijker dan ze gewoon te ontslaan. Lange tijd werd gedacht dat door het vertrek van oudere werknemers meer jongeren een baan zouden vinden. In de praktijk gebeurde dat niet. "Europese studies hebben zelfs het tegendeel bewezen", zegt Pierre Devolder, hoogleraar aan het Institut de Statistique, Biostatistique et Sciences Actuarielles (ISBA) van de UCL. "In landen waar veel ouderen werken, is ook de werkloosheid bij jongeren laag." Het resultaat is dat de activiteitsgraad van 55-plussers in België tot de laagste in Europa behoort. Het brugpensioen heeft de factuur van de sociale zekerheid sterk doen oplopen. Door de oprukkende vergrijzing en de oma- en opaboom -- de naoorlogse babyboomgeneratie die de pensioenleeftijd bereikt -- is het systeem niet langer houdbaar. Bovendien is Europa gekant tegen het brugpensioen. "Veel landen overwegen de pensioenleeftijd op te trekken, bijvoorbeeld van 65 naar 67 jaar. In België zou het al een succes zijn werknemers tot hun 65ste aan het werk te houden", vindt Devolder. De recente hervorming van het brugpensioen was volgens Devolder onontbeerlijk, maar ze is nog maar een begin. "Het heeft geen zin de drempel tot het brugpensioen te verhogen als degenen die ervoor in aanmerking komen langer moeten stempelen. De nieuwe regels moeten gepaard gaan met een grondige reflectie over hoe we oudere werknemers aan het werk kunnen houden. In de Scandinavische landen spelen oudere werknemers bijvoorbeeld een belangrijke rol in de opleiding van jongeren." Pierre Devolder waarschuwt dat het hele pensioenstelsel dringend moet worden hervormd. "In tegenstelling tot landen zoals Italië, Zweden en Frankrijk heeft België nog niet veel ondernomen. Er zijn enkel een paar oppervlakkige ingrepen gebeurd. Als we niets doen, zal de overheid de pensioenen niet meer kunnen betalen. Het alternatief is de belastingen op te trekken, maar daar zullen jongere mensen zich op een gegeven moment tegen verzetten. En dan hebben we het nog niet over de impact van zo'n belastingverhoging op het concurrentievermogen van ons land." GÉRALDINE VESSIÈREEnkel werknemers die 60 zijn, ontslagen werden om een niet-dringende reden en een bepaald aantal jaren gewerkt hebben, worden nog toegelaten tot het brugpensioen.