Europa keek vorig jaar vreemd op toen de Zwitsers in een referendum stemden voor strengere immigratiequota. Zwitserland geldt immers als een voorbeeld: het is een van de veiligste, rijkste, meest open en geglobaliseerde landen ter wereld. De immigratie bestaat vooral uit hooggeschoolden. Welopgevoed en zelden armlastig. Waarom dan de grenzen dichtgooien?
...

Europa keek vorig jaar vreemd op toen de Zwitsers in een referendum stemden voor strengere immigratiequota. Zwitserland geldt immers als een voorbeeld: het is een van de veiligste, rijkste, meest open en geglobaliseerde landen ter wereld. De immigratie bestaat vooral uit hooggeschoolden. Welopgevoed en zelden armlastig. Waarom dan de grenzen dichtgooien? Journaliste Caroline de Gruyter geeft het antwoord in Zwitserlevens. De Gruyter woont in Wenen en is correspondent en columniste van NRC Handelsblad. De Gruyter woonde van 2004 tot 2008 in Crans-près-Céligny, een dorpje bij Genève. Ze beschrijft in een narratieve stijl hoe zij de Zwitsers zag veranderen. Lange tijd vonden de Zwitsers het best leuk dat hun land dankzij de lage belastingen tal van buitenlandse bedrijven wist aan te trekken. Chiquita, Honeywell, Procter & Gamble, allemaal vestigden ze hun Europees hoofdkwartier in Zwitserland. In hun zog volgde een reeks expats, die ook aangetrokken werden door de lage belastingen. Dankzij die 'corporate influx' vloeiden ook massa's geld Zwitserland binnen. De gemeentekas van sommige dorpen werd in bepaalde gevallen voor 40 procent gespekt door één miljardair die daar woonde. De buitenlanders waren ook tevreden. Ze vonden het traditionele Zwitserland met zijn bergdorpen fantastisch. Maar deze global citizens leefden grotendeels naast de lokale bevolking. Ze namen niet deel aan het lokale leven. Bovendien bleef het aantal buitenlanders toenemen en moest ruimte worden gemaakt voor kantoren en woningen van global executives en miljonairs, ten koste van de pittoreske dorpen en vele wijngaarden. De Zwitserse bevolking vond dat dat te ver ging. Ze begonnen tijdens de verkiezingen op de Zwitserse Volkspartij (SVP/UDC) te stemmen, een anti-immigratiepartij die de grootste van het land werd. De autochtone Zwitsers mochten dan wel goed verdiend hebben aan de globalisering, de impact van een geïnternationaliseerde economie op het dagelijkse leven was te groot geworden. De Zwitsers werden nostalgici. Internationaal en provinciaal Zwitserland clashen harder dan tevoren. Tegelijk kreeg het Zwitserse zelfvertrouwen een flinke knauw toen de financiële crisis in het Alpenland vroeger uitbrak dan in de rest van Europa. Al in 2007 moest UBS miljarden Zwitserse franken afschrijven omdat het zich te ver had geëngageerd op de Amerikaanse subprimemarkt. Het deed bij de Zwitsers het wantrouwen toenemen tegenover hun banken, ooit een solide pijler van de economie. De Gruyter beschrijft hoe de VS en Europa bloed hadden geroken zodra Zwitserse banken in de problemen kwamen en in schandalen betrokken raakten. Onder Europese, maar voornamelijk Amerikaanse druk werd het bankgeheim opgeheven. Op een bepaald moment kwam uit de VS het signaal dat de Zwitserse banken open kaart moesten spelen of ze zouden uit Wall Street worden gebannen. Zwitserland kon weinig anders doen dan inbinden. Caroline de Gruyter, Zwitserlevens. De nieuwe politieke realiteit in Europa, Athenaeum, 2015, 191 blz., 14,99 euro ALAIN MOUTON