De acquisitie, als ze zoals gepland in de eerste helft van 2016 doorgaat, schept een bedrijf met 25,9 miljard euro omzet en een bedrijfswinstmarge van 8,7 procent, op basis van de cijfers van 2014. Zij combineert de behoorlijke rentabiliteit van Nokia (12,8 % bedrijfswinstmarge) met de lage, maar toch stijgende marge van Alcatel-Lucent (4,7 %). De twee hebben samen 7,4 miljard cash op de bank, grotendeels van Nokia, dat zijn smartphonedivisie aan Microsoft heeft verkocht. Ze verenigen 113.000 werknemers, van wie 40.000 in onderzoek & ontwikkeling. Samen investeren zij daarin 4,7 miljard euro, evenveel als Cisco en slechts iets minder dan de 5 miljard van Huawei.
...

De acquisitie, als ze zoals gepland in de eerste helft van 2016 doorgaat, schept een bedrijf met 25,9 miljard euro omzet en een bedrijfswinstmarge van 8,7 procent, op basis van de cijfers van 2014. Zij combineert de behoorlijke rentabiliteit van Nokia (12,8 % bedrijfswinstmarge) met de lage, maar toch stijgende marge van Alcatel-Lucent (4,7 %). De twee hebben samen 7,4 miljard cash op de bank, grotendeels van Nokia, dat zijn smartphonedivisie aan Microsoft heeft verkocht. Ze verenigen 113.000 werknemers, van wie 40.000 in onderzoek & ontwikkeling. Samen investeren zij daarin 4,7 miljard euro, evenveel als Cisco en slechts iets minder dan de 5 miljard van Huawei. Nokia is met 61.000 werknemers iets groter. Alcatel-Lucent heeft 52.000 personeelsleden. België staat in de combinatie maar voor 1,27 procent van het personeel. De twee zijn opmerkelijk complementair. Nokia focust op mobiele netwerken en bijhorende professionele diensten. Daaruit haalt het 88 procent van zijn 12,7 miljard euro omzet. Daar zit ook de overlapping met Alcatel-Lucent, dat 36 procent van zijn 13,2 miljard euro omzet uit mobiele netwerken haalt. Maar de geografie van die omzet lost veel op. Alcatel-Lucent is sterk in Noord-Amerika, Nokia is groter in de rest van de wereld, vooral in Azië buiten China. De overname lost ook het schuldenprobleem van Alcatel-Lucent op. Ondanks de complementariteit waarschuwden de twee bedrijven al meteen dat de werknemers zich mogen verwachten aan "stroomlijning van de organisatie en rationalisering van overlappende productlijnen en diensten en van centrale, regionale en verkoopfuncties". De fusie zou tegen 2019 slechts 900 miljoen euro aan synergie scheppen, minder dan 4 procent van de gecombineerde kosten. Dat verre en bescheiden doelwit wijst op verwachte moeilijkheden, onder meer de weerstand van de Franse regering tegen besparingen en de remmende massa van overlappende producten, die nog lang moeten worden onderhouden. Niet iedereen is overtuigd van de meerwaarde van de fusie. Analisten van Deutsche Bank wijzen erop dat de fusie bij grote operatoren in China maar één westerse leverancier overlaat. Dat zou een kans zijn voor Ericsson, vinden zij (hoewel Alcatel-Lucent met Sjanghai Bell een sterke poot heeft in China). Operatoren die vroeger uit vier leveranciers konden kiezen, hebben er nu nog drie en in de VS, dat Huawei en ZTE buiten houdt, nog twee. Peter Jarich van Current Analysis voorspelt dat de onzekerheid zal wegen op de resultaten. "Productmarketing en verkoop zullen moeilijker zijn. Het is niet eenvoudig iets te verkopen waarvan een klant niet weet of het morgen nog zal bestaan." Tegelijk is dat precies de logica van de deal, wijst hij. "Met de concurrentie van Huawei en Ericsson en de nieuwe concurrentie van IT-spelers, is er de vrees dat Nokia en Alcatel-Lucent op zichzelf niet succesvol kunnen zijn op lange termijn. Dit is de uitweg. Ik begrijp de logica, maar zoals de meeste grote acquisities wordt dit waarschijnlijk een pijnlijke zaak", stelt hij. De fusie gebeurt ook op een moment dat de markt keert. De mobiele investeringen compenseerden tot nog toe de krimp van de investeringen in het vaste netwerk. Dat blijft niet zo. "De marktdynamiek zal zorgen voor een afkalving in de mobiele macro-infrastructuur vanaf 2015, tot 5G er uiteindelijk aankomt", waarschuwt Stéphane Téral van Infonetics. Dat is iets voor 2020. Net zoals de informatica verhuist telecommunicatie beetje bij beetje naar 'de cloud'. Daar zal ze niet langer op dure gespecialiseerde hardware draaien, maar als software op relatief goedkope generische servers, die ook nog eens efficiënter worden gebruikt. Operatoren verwachten daar grote besparingen van. Het telecomnetwerk zal minder op het piekverbruik moeten worden gemodelleerd omdat er capaciteit van elders kan worden ingeschakeld. Alle spelers -- Cisco, Ericsson, Huawei, Nokia, Alcatel-Lucent -- proberen zich te profileren als de specialisten in de nieuwe trend, in het jargon bekend als 'network function virtualisation' of als 'software defined networks', terwijl ze tegelijk hun bestaande hardware verdedigen. Marcus Weldon, de chief technology officer van Alcatel-Lucent, denkt dat zijn bedrijf daar in een goede positie zit. Het heeft hooggespecialiseerde eigen chips voor zijn routers en transmissieapparatuur. Die worden niet gauw vervangen door processoren van Intel, verzekert hij. "Onze courante packetprocessor draait tegen 400 gigabit per seconde en we zijn natuurlijk met de volgende versie bezig. Er is minstens een factor 5 tot 10 verschil met de processors van Intel. Dan is het de vraag of onze packetprocessor duurder is. Natuurlijk is hij dat niet. Uiteindelijk is het maar silicium", vertelde Weldon ons in oktober in Antwerpen. De fusie zou tegen 2019 slechts 900 miljoen euro aan synergie scheppen, minder dan 4 procent van de gecombineerde kosten.