Geen slecht woord over Vincent Van Duysen. Niet bij Edouard Vermeulen, de ontwerper van Natan, die al vaker met Van Duysen werkte. Niet bij Isabelle Santens, de vrouw die Xandres en Hampton Bays een gezicht gaf en met Van Duysen ettelijke winkels realiseerde nadat ze ook voor haar privé-woning met hem in zee was gegaan. Allicht hebben de CEO's van The Capital Markets Company (Capco), Bouwonderneming Vooruitzicht en Concordia Textiles evenzeer genoten van de samenwerking met Van Duysen. Je zou het gaan geloven, als je ziet hoeveel er over de jonge architect gesproken wordt. Tijdens én na de kantooruren.
...

Geen slecht woord over Vincent Van Duysen. Niet bij Edouard Vermeulen, de ontwerper van Natan, die al vaker met Van Duysen werkte. Niet bij Isabelle Santens, de vrouw die Xandres en Hampton Bays een gezicht gaf en met Van Duysen ettelijke winkels realiseerde nadat ze ook voor haar privé-woning met hem in zee was gegaan. Allicht hebben de CEO's van The Capital Markets Company (Capco), Bouwonderneming Vooruitzicht en Concordia Textiles evenzeer genoten van de samenwerking met Van Duysen. Je zou het gaan geloven, als je ziet hoeveel er over de jonge architect gesproken wordt. Tijdens én na de kantooruren. "Ik herinner me een overdaad aan ontwerpen tijdens mijn architectuuropleiding. Je moet dat plaatsen in een tijd van modernisme en deconstructie. Denk Zaha Hadid, maar ook de stal van Sottsass. Vaak puur sculpturaal waren die ontwerpen, minder inhoudelijk. Ik was wel gefascineerd door de manier waarop iemand als Sottsass met archetypische vormgeving bezig was en tegelijk geïnspireerd kon zijn door de Indische cultuur. Ik probeerde dat alles zeer sereen te interpreteren, zonder al te veel extraatjes. Zo is mijn persoonlijke stijl ontstaan. Bij mij is een tafel een tafel, een blad met vier poten als je wil. En een muur kwam steevast in baksteen. Vandaar ook mijn deuren: zonder omlijsting, zonder scharnieren, en een deurklink zonder rozet. Maar pas op, ik sublimeer het dan niet, wat sommige collega's wel doen. Je moet hier en daar wel aan een schakelaar denken. ( lacht) Anders kan het licht 's avonds niet aan." Leren leven in MilaanVan Duysen studeerde in 1985 af als architect, maar vond zichzelf te jong om huizen te gaan bouwen. Eén jaar liep hij stage in het binnenland, één jaar in het buitenland. Hij woonde anderhalf jaar in Milaan, genoot er van de alomtegenwoordige schoonheid en stijl, en leerde er - zo zegt hij zelf - leven. "Ik heb er ontzettend veel opgesnoven over materialen en kleuren. Ik leerde er wat voor gevoel een ruimte kan geven. Wat de kwaliteit van een ruimte zijn kan. Die extra dimensie die veel meer is dan het opeenstapelen van bakstenen." Terug in België startte hij een project op: het verbouwen en inrichten van woningen. Maar dan wel met inbegrip van de meubelen en van de kleuren. De woning als totaalconcept, iets wat een architect als Le Corbusier ook al kon boeien. "Inderdaad, zoals de grootmeesters het vroeger deden. Mijns inziens komt detail de architectuur altijd ten goede. Ik vind het ingrijpen op bestaande woningen tof, indien je een hedendaagse meerwaarde kan geven zonder afbreuk te doen aan het karakter van een woning. Eigenlijk moet je een synergie nastreven tussen het bestaand patrimonium en die hedendaagse dimensie." De opdrachten kwamen snel, herinnert zich Van Duysen. Hij genoot van het mixen en blenden, van het herdefiniëren van ruimtes. Van het suggestieve dat hij in een inrichting kon leggen. "Ik start nooit met een tabula rasa," zegt hij, bijna vergoelijkend. "Elke opdracht is trouwens anders. Ik wil mezelf niet herhalen, ik wil er geen formule van maken. Elk materiaal vertelt trouwens zijn eigen verhaal. Toch besef ik dat er wel degelijk een rode draad door mijn werk loopt. Ja, dat minimalistische, maar ik kan ook extreem klassiek zijn. Ik heb een zeker conservatisme in me, ik verloochen mijn verleden niet. Traditie hoeft niet per se fout te zijn."Eind jaren tachtig, begin jaren negentig kon Van Duysen zijn stempel drukken op een aantal verbouwingen in België. Toen al groeide er iets herkenbaars, dat geeft hij grif toe. "Ik zocht naar sereniteit en rust, naar de juiste balans tussen materialen en kleuren. Het resultaat is vaak erg Spartaans genoemd, heel puur. Een architectuur waarbij niks wordt weggestopt, waarbij vooral is uitgezuiverd. Vandaag heet dat minimalisme, toen sprak men daar nog niet over. Maar wat is dat woord toch misbruikt. Mij gaat het om de essentie, om eenvoud, om een soort archaïsche bouwvorm. De inspiratie kan erg uiteenlopend zijn: Romaanse architectuur, religieuze bouwsels maar ook berberwoningen in de Atlas. Eigenlijk hou ik wel van archetypes van woningen."Banaal appartement in AntwerpenDe eerste erkenning kwam er met de inrichting van een Antwerps appartement, een ontwerp uit 1993. Een plek waar beton en brute planken regeren, waar indirecte verlichting en vergrijsde materialen de toon zetten, waar muren met magere pleister bezet zijn. Een banaal appartement uit de jaren zestig werd ontmanteld tot de originele skeletstructuur overbleef, en zich leende tot een invulling die vandaag, bijna tien jaar later, zeer hedendaags aandoet. Losstaande witte wasbakken zie je nu overal, maar toen? Net zo met de Marokkaanse tegels in de badkamer en het duidelijk zichtbare tl-licht. "Het appartement stond niet veel later in het toonaangevende architectuurtijdschrift Domus, en ook in België kwam er snel respons. Ik mocht meedoen aan de expo 'Mijn eerste huis' in deSingel in Antwerpen, en werd als het ware opgepikt door de architectuurcritici. Hoewel het niet mijn eerste woning was, was het een signaal voor mezelf. Het ging de goeie richting uit." Een publicatie over datzelfde appartement inspireerde ook Edouard Vermeulen, de ontwerper van Natan, tot een telefoontje. Aparte shops van Natan bestonden toen nog niet, maar Vermeulen zocht een jonge architect om mee te werken aan een nieuw en jonger imago. De shop in de Naamsestraat in Brussel (die in 1995 opende) was het eerste project voor het huis Natan. "Ik wou dat de architectuur de kledij omhelsde. Ik vond dat de kledij moest gedragen worden door de architectuur. Ik wou een boeiende ruimte creëren, met een knipoog naar de jaren twintig en dertig. Ik dacht aan Le Corbusier, aan Mies Van der Rohe, aan een bijna museale context." In de ruimte kwamen pivoterende spiegels, hoge deuren, een niet te missen trap. Het ging Van Duysen om de schaalverkleining, het maken van contrasten en het dematerialiseren. Niet veel later regende het projecten. Een finca op Mallorca, enkele privé-woningen in België, de boekhandel Copyright in Antwerpen (toen nog in de Haarstraat), galerij James Van Damme in Brussel, bloemenwinkel De Plantaardige Verbeelding in Antwerpen, de kantoren van Bouwonderneming Vooruitzicht, die van Capco, en nog later de shops van Xandres en Hampton Bays. Gevolgd door nog meer shops voor Natan. En de shop van Sportmax in Milaan. Zonder het goed en wel te beseffen, werd Van Duysen in het hoekje van de interieurarchitecten gedrumd. Vandaag wordt hij nog steeds vastgepind op interieurs. Maar misschien is dat vooral in België het geval. "Dat heeft natuurlijk alles met de media te maken. Ik heb nooit interieurarchitectuurstudies gedaan. Ik ben architect en dat impliceert een veel bredere kijk op omgeving, stedenbouw, context tout court. ( denkt na, en dan kordaat) Ik geloof wel degelijk in de ontwikkeling van nieuwe woonvormen. Ik hou niet van gimmicks of een overdreven vormentaal. Ik heb het wel voor het duurzame aan bouwen. Een architect mist soms de sensibiliteit, het gevoelige, het poëtische, ja, het puur menselijke. Ik stel me net in de plaats van de bewoners. Ik wil een goeie verstandhouding met hen. Communicatie is een must. Noem me dus geen dogmatisch architect. Dat ligt niet in mijn karakter. Ik hou dan ook niet van statements over mijn architectuur." Meubelcollectie voor B&B ItaliaGeen statements, dan maar foto's, tekeningen en grondplannen. Dat van The Capital Markets Company bijvoorbeeld. Een project waar hij vandaag nog steeds blij mee is. " Rob Heyvaert ( nvdr - de topman van Capco) en de zijnen zijn inderdaad erg belangrijk geweest voor mij. Ik moest een ordinair kantoorgebouw identiteit geven. Architectuur stond voor branding. Dus bedacht ik routing en interieur, tot in de kleinste details. Ik dacht niet in termen van wit en grijs, maar in termen van mannelijk en zakelijk. Daar zag ik een donkergrijs tapijt bij, zwarte Hoffman-zeteltjes, en mooie meubeltjes in donker gefineerd ebbenhout. Door dit project heb ik de stap gezet naar meubels. En dat is maar goed ook, want meubels worden een deel van de architectuur, ook al bepalen ze ruimte slechts indirect. Meubels zijn een vorm van domestieke architectuur. ( denkt na) Ik maakte monovolumes voor de secretaressen, een overgedimensioneerde tafel voor Rob, waaraan mensen konden zitten. Al die multifunctionele meubelobjecten kregen bijna een architecturale waarde. Uiteraard heeft het allemaal iets van Claudio Sylvestrin en John Pawson, maar het is tegelijk veel meer dan dat. Ik put ook inspiratie uit Japanse ontwerpen van bijvoorbeeld Tadao Ando, maar ook een kunstenaar als Donald Judd boeit me mateloos." Ook de verbouwing van het bedrijfgebouw van Concordia Textiles in Waregem is bij de architect blijven hangen. "Het bestaande gebouw was volkomen expressieloos. Ik heb het ontmanteld en er een inkomhal aan toegevoegd, met een multifunctionele ruimte, die gelinkt is aan een patio. Het werd op die manier een modern industriegebouw van beton, staal en glas, dat door de persoonlijke kunstcollectie van de familie Tuytens een extra dimensie kreeg. Hier draait het dus niet om architectuur en mode, wel om architectuur en kunst. Het mooie is dat het voor vele bedrijfsleiders in de buurt een stimulans is geweest om ook iets met hun gebouw te doen. Vorig jaar hebben we met dit project trouwens de prijs Bedrijfsgebouw van het Jaar gewonnen." Recentelijk ging Van Duysen een tweede maal in zee met Hilde Peleman en Johan Boeykens van boekhandel Copyright, voor een inplanting van een bookshop in de Modenatie. Ook Brasserie National werd toevertrouwd aan Van Duysen. In de Brasserie kwam één stoeltje te staan uit een volledige meubelcollectie die Van Duysen net aan het ontwerpen was in samenwerking met B&B Italia. "Ik heb teruggeblikt. Wat is B&B? En wie zijn de voorbeelden? Ik kwam terecht bij Fritz Hansen en Eames, Le Corbusier en Mies Van der Rohe. Wat kon ik daar nog aan toevoegen? Ik wou een elegant meubel. De mensen van B&B dachten aan hout, ik dacht aan staal en metaal. Op drie weken tijd werd de stoel geproduceerd. Het werd bijna tailoring, fantastisch om zo te werken. ( denkt na) Kijk, ik voel het als absoluut noodzakelijk aan om ook zo'n dingen te doen. Hoe kan ik het uitdrukken? Soms is een architect te veel bezig met een gevel, met een ruimte. Maar... ik voel me geenszins een meubelontwerper. Ik ga nu geen bepaalde zitvormen prediken. Ik heb me gewoon enkele vragen gesteld omtrent zitten." Kwaliteit en tijdloosheidMomenteel werkt Van Duysen met een team van meer dan vijftien mensen, in België en het buitenland. Hij heeft projecten lopen in Monza en Hamburg, in Parijs en New York, wat hem steeds vaker in het vliegtuig brengt, maar ook met steeds meer mensen confronteert. "Ieder project is uniek," zegt hij nog, "ieder project heeft zijn betekenis."Of hij zich bewust is van zijn plek in het wereldje? Als sterarchitect? Van Duysen moet erom lachen. Hij heeft daar eigenlijk wat problemen mee, zegt hij, omdat hij nog even consequent bezig is als in het begin. "Ik heb mijn visie niet eventjes aangepast om erbij te gaan horen. Ik blijf gewoon trouw aan mijn basisideeën. Kwaliteit en tijdloosheid, daar is het me nog steeds om te doen. Het streelt natuurlijk wel mijn ego, al die aandacht. Bovendien is het boeiend om ideeën te uiten waar veel mensen iets aan hebben. Maar, hm, een sterontwerper, nee, liever niet."Veerle Windels [{ssquf}]Over het werk van Vincent Van Duysen werd bij de Spaanse uitgeverij Gustavo Gili een boek uitgegeven, met foto's van Alberto Piovano. ISBN: 84-252-1831-4."Een architect mist soms de sensibiliteit, het gevoelige, het poëtische, ja, het puur menselijke. Ik stel me net in de plaats van de bewoners.""Pas op, ik sublimeer de sereniteit niet. Je moet hier en daar wel aan een schakelaar denken. Anders kan het licht 's avonds niet aan.""Noem me geen dogmatisch architect. Dat ligt niet in mijn karakter. Ik hou dan ook niet van statements over mijn architectuur."