Info: www.ruinart.com
...

Info: www.ruinart.com Dit document wordt opgedragen aan God en de Heilige Maagd." Zo luidt het begin van de officiële oprichtingsakte van Ruinart, het allereerste champagnehuis. We schrijven 1 september 1729. En toch vond Ruinart de champagne niet uit. De Engelsen dronken toen immers al lang sparkling wine uit de champagnestreek. Deze godendrank was echter een stille wijn die per boot vervoerd werd over het Kanaal. Ter plaatse werden er nog eens kruiden en suiker aan toegevoegd, waardoor de wijn gistte op fles en bruisend werd. Maar de Fransen dachten er niet aan om de Engelsen met die uitvinderseer te laten gaan lopen. Het probleem is dat we niet zeker weten wie de echte uitvinder van de champagne is. In de champagnestreek werd trouwens al van schuimwijn gesproken, lang vóór Dom Pérignon zijn geheim te boek stelde. Wellicht heeft champagne zich geleidelijk en spontaan ontwikkeld. De champagnewijnen begonnen te schuimen omdat ze gebotteld werden om ze zo beter te kunnen bewaren en transporteren. "Men bottelde wijnen die nog suiker bevatten en waarvan de restgisten na hun 'winterslaap' een tweede gisting ondergingen zodra het weer lente werd en de temperaturen stegen," zo schrijft Eric Glatre in zijn geschiedenis van de champagne Champagne, Le Guide de l'Amateur, een werk dat in 1999 verscheen bij Minerva in Genève. Volgens de Franse historicus Patrick de Gmeline werd het huis Ruinart officieel gesticht in 1729, net na een arrest van de Raad van de Koning van 25 mei 1728, dat bepaalde dat champagne vervoerd mocht worden in korven van 50 tot 100 flessen. Voordien mocht de drank alleen getransporteerd worden in vaten, wat uiteraard onmogelijk is voor een wijn die bereid wordt in de fles zelf. Daarop richtte Ruinart zich meteen naar een dichte en natuurlijke buur bij wie zijn product veel succes zou oogsten, de toenmalige Zuidelijke Nederlanden. Eerste klant in onze contreien was prins Charles-Joseph de Ligne. Deze prins was tegelijkertijd veldmaarschalk van Oostenrijk, vriend van keizer Jozef II, ambassadeur van het Heilige Rijk bij tsarina Catharina II en één van de briljantste geesten van de Verlichting. De Ligne was onder meer bevriend met Voltaire en Goethe. De smaak van de prins kende navolging bij de aristocratie. De graaf van Metternich, de hertog van Arenberg in Brussel, de graaf van Maldegem in Leuze, de markies de la Valette in Hanuit, de graaf de Lannoy in Everberg: ze waren allemaal dol op champagne. De clerus - van Leuven tot Florival - hoefde overigens niet voor hen onder te doen, zo blijkt uit het rekeningenboek... En met onze eerste twee vorsten verwierf Ruinart nog meer prestige in België: Leopold I was een gretige consument en Leopold II had weliswaar niet dezelfde voorkeur als zijn vader, maar koos niettemin toch ook voor Ruinart als hofleverancier. België is vandaag nog steeds een bloeiende markt voor Ruinart. Naast de talrijke privé-klanten serveren ook befaamde restaurants zoals Comme Chez Soi, de Karmeliet, het Hof van Cleve, Bruneau, Villa Lorraine en Hotel Plaza vandaag de champagnes van dit prestigieuze huis: L'Exclusive, een assemblage van zes grands crus millésimes (waarvan de fles aangekleed werd door de bekende zilversmid Christofle), Dom Ruinart 1993 (chardonnay grands crus met 65 % côte des blancs en 35 % montagne de Reims), Dom Ruinart Rosé 1990, de Ruinart Blanc de Blancs (ook verkrijgbaar in een halfliterfles), Ruinart Rosé, "R" de Ruinart 1996 (49 % chardonnay, 51 % pinot noir) en "R" de Ruinart Brut (40 % chardonnay, 60 % pinot noir). Stuk voor stuk sublieme champagnes. Serge VanmaerckeBefaamde restaurants als Comme Chez Soi, de Karmeliet, het Hof van Cleve, Chez Bruneau, Villa Lorraine en Hotel Plaza serveren de champagnes van Ruinart.