"De centrale bankiers spelen met vuur. Loopt het slecht af met hun gok, dan is de schade voor de economie en de maatschappij nauwelijks te overzien." Dat zei Paul Volcker, de gewezen voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (Fed), op de Amerikaanse televisie.
...

"De centrale bankiers spelen met vuur. Loopt het slecht af met hun gok, dan is de schade voor de economie en de maatschappij nauwelijks te overzien." Dat zei Paul Volcker, de gewezen voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (Fed), op de Amerikaanse televisie. Jan Qvigstad, de vicegouverneur van de Norges Bank, de centrale bank van Noorwegen, zei in een speech: "Als het bijdrukken van geld niet gevolgd wordt door andere acties -- in de eurozone, het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten -- lopen hun centrale bankiers Mario Draghi, Mervyn King en Ben Bernanke het risico in de geschiedenisboeken terecht te komen in hetzelfde hoofdstuk als de Schot John Law." Alarmerende uitlatingen over het monetaire beleid van economen, analisten of journalisten zijn één zaak, soortgelijke uitspraken van mensen als Volcker en Qvigstad zijn een heel andere. De reputatie van Volcker staat buiten kijf. Hij geldt als de éminence grisepar excellence van het heir der centrale bankiers. Qvigstad is de nummer twee van de centrale bank van een land dat in de westerse wereld bekendstaat als een ongeëvenaard baken van stabiliteit gebaseerd op de oerdegelijkheid van het beleid. Twee heren met overvloedig recht van spreken. Hun waarschuwingen worden beter niet in de wind geslagen. Maar wie is dan wel die Schot John Law waar Qvigstad zo expliciet naar verwijst als dreigend rolmodel voor de belangrijkste westerse centrale bankiers van dit moment? "Ter ere van John Law of Edinburgh. De erg gewaardeerde schatkistbewaarder van de koningen van Frankrijk", zo staat in het klein gegraveerd in een steen bij de ingang van de San Moisèkerk in Venetië. Een merkwaardig eervolle vermelding voor een geniale persoon die tijdens zijn leven een spoor van vernieling en chaos trok door Europa. Law werd in 1671 geboren in het Schotse Edinburgh als zoon van een goudsmid. Al snel bleek dat John veel aanleg had voor financiën en statistiek. Hij blonk uit in kansberekening en hoofdrekenen. Op zijn twintigste trok hij naar Londen, waar hij onder meer via allerhande goktoestanden een behoorlijk extravagant leven leidde. In april 1694 doodde hij een zekere Edward Wilson in een zwaardduel met als inzet de gunsten van ene Elizabeth Villiers. Law werd prompt gearresteerd en ter dood veroordeeld. Allicht met de hulp van gevangenispersoneel kon hij ontsnappen naar Amsterdam. In Amsterdam voelde Law zich onmiddellijk thuis. Aan het einde van de zeventiende eeuw was dat het mekka van de financiële innovatie. De Nederlanders ontwikkelden allerhande nieuwe technieken voor de financiering en het beheer van de staatsschuld. Die was als gevolg van de onafhankelijkheidsoorlog met Spanje fors opgelopen. De Nederlanders creëerden ook de eerste centrale bank, de zogenaamde Wisselbank. Ook de organisatie en de statuten van ondernemingen werden in Amsterdam baanbrekend geïnnoveerd, bijvoorbeeld het ontwerp van de naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen. Law keek gefascineerd naar de gang van zaken van de belangrijkste van die eerste nv's, de Vereenigde Oostindische Companie (VOC). Vooral de interacties tussen de VOC, de Wisselbank en de aandelenmarkt trokken zijn aandacht. Law mengde zich actief in een aantal speculatieve transacties, 'windhandel' werd dat in die dagen genoemd. Hij ergerde zich aan het monetaire conservatisme van de beheerders van de Wisselbank, die volgens hem de expansie van de economie en de handel aan banden legden. De rusteloze Law verliet Amsterdam en streek neer in Italiaanse steden als Genua en Venetië. Ondanks een behoorlijk wild leven vol financiële speculatie, goktoestanden en vrouwen, werkte hij ook zijn economische inzichten verder uit. In 1705 verscheen het traktaat Money and Trade Considered: A Proposal for Supplying the Nation with Money. In nagenoeg alle overzichten van de geschiedenis van het economische denken krijgt dit boek een eervolle vermelding. Laws uitgangspunt was dat geld een faciliterende rol speelt in de economie. Zowel het aanbod van goederen en diensten als de prijs ervan komt tot stand als gevolg van marktkrachten. Hij liep daarmee ver vooruit op wat in moderne tijden geregeld als aanbeveling op tafel kwam en komt. Law concludeerde dat de verhoging van de geldhoeveelheid in omloop aanleiding zou geven tot meer productie en handel, tot de cultivering van meer landbouwgrond en dus ook zeker meer jobs, zonder risico's op inflatie of andere financiële ontreddering. Laws traktaat vormde de basis van het voorstel dat hij in 1705 aan het Schotse parlement voorlegde om een centrale bank op te richten die veel meer mogelijkheden zou krijgen om aan geldschepping en kredietcreatie te doen. De promotie van papiergeld los van goud of zilver stond centraal in de plannen. Laws voorstellen werden afgewezen. Omdat Schotland op het punt stond tot een unieverdrag met Engeland te komen, dreigde voor Law het gevaar van arrestatie voor de eerdere moordaantijgingen. Law koos het zekere voor het onzekere en trok naar Italië, waar hij tevergeefs de beleidsmensen van zijn ideeën probeerde te overtuigen. In Frankrijk was de elite wel geïnteresseerd in zijn visie. De reden waarom de Franse heersers Laws schema's aantrekkelijk vonden, is heel simpel. Frankrijk zat in de achttiende eeuw financieel aan de grond. Vooral door de voortdurende oorlogvoering van Lodewijk XIV stapelde zich een gigantische schuldenberg op waarvan Law beweerde dat hij die kon beheren en afbouwen. Zijn eerste voorstellen vielen niet direct in goede aarde, maar met het ontstaan van de Banque Générale in mei 1716 kreeg Law groen licht van de hertog van Orléans, de regent onder de te jonge Lodewijk XV. Goed twee jaar later werd dat de Banque Royale en de facto de centrale bank van Frankrijk. Law was ook de spilfiguur achter de oprichting van de Compagnie d'Occident in 1717 die, naar het voorbeeld van de VOC in Amsterdam, het monopolie kreeg voor handel met en in Louisiana, de enorme Franse kolonie in Noord-Amerika. In ruil voor dat monopolie moest de compagnie wel grote hoeveelheden staatsschuld overnemen. Als een volleerde marketinggoeroe slaagde Law erin de aantrekkelijkheid van de OC en de overzeese ontwikkelingen fors op te vijzelen. Ook in het aanblazen van een zeepbel was Law zijn tijd ver vooruit. Bijkomende aandelen van de OC werden aan de lopende band uitgegeven en gefinancierd door de creatie van vers geld en krediet door de Banque Royale. In 1719 nam de OC de Compagnie des Indes over, beter bekend als de Mississippi Company. Rond deze compagnie en de OC ontstond een gigantische zeepbel in hoofdzaak gefinancierd met krediet en schulden. Law was als privaat en centraal bankier en bestuurder van ondernemingen de grote spin in het Franse web. Hij zorgde ook goed voor zijn eigen portemonnee. Historicus Niall Ferguson beschrijft in zijn boek The Ascent of Money uit 2008 in detail hoe creatief Law was in het opzetten van deze schema's en vooral in het toedekken van de ware kenmerken van de situatie die hij probeerde te beheersen. Enkelingen doorzagen de mechaniek van Laws zeepbel gebaseerd op wilde geld- en kredietschepping. Zo schreef Voltaire aan een vriend in Parijs. "Zijn jullie daar in Parijs allemaal gek geworden?" De Ierse bankier en econoom Richard Cantillon -- auteur van An Essay on the Nature of Commerce in General uit 1730, door velen beschouwd als het eerste echte grote traktaat over het economische systeem -- kon de Law-toestanden niet meer aanzien, verkocht al zijn bezittingen in Frankrijk en verliet Parijs in augustus 1719. Maar de overgrote meerderheid van de Franse burgerij liet zich blindelings meesleuren in de grandioze Law-bubbel. Ook de Mississippi-bubbel spatte uit elkaar. Monetaire chaos, inflatie en grote volkswoede overspoelden in de loop van 1720 Parijs en de andere grotere steden in Frankrijk. Law werd uit zijn belangrijkste posten ontzet en uiteindelijk moest hij het Franse grondgebied in allerijl ontvluchten, verkleed als vrouw. Law streek totaal berooid eerst in Brussel neer en vervolgens in Rome, Kopenhagen en Venetië. Al gokkend en speculerend probeerde hij zijn glorie te herwinnen, maar dat lukte niet. Hij kreeg gratie en kwam weer in Londen terecht. Enkele jaren later bracht zijn odyssee hem finaal naar Venetië, waar hij in 1729 als arme stakker overleed aan de gevolgen van een longontsteking. Je kan de nefaste praktijken van John Law niet onverkort op vandaag projecteren. Het bonvivantgehalte van de centrale bankiers is een stuk minder opwindend dan dat van Law. Toch zijn er parallellen . Ook de centrale bankiers van de ECB en de Fed creëerden massaal geld in de hoop de crisis te bestrijden, de eurozone intact te houden en de economische groei op een hoger toerental te brengen. Zoals grafiek 1 (Nominale beleidsrente) aangeeft, gebeurde dat eerst op de klassieke manier, met zeer lage rentevoeten. Uitgezuiverd voor inflatie zijn de beleidsrentevoeten, zeker in de VS, nu al geruime tijd zwaar negatief. De ernst van de financiële crisis sinds 2007 maakte dat ook niet-traditionele registers opengetrokken werden. Zowel de Fed als de ECB ging over tot een massale uitbreiding van haar balanstotaal. De Fed deed dat via de aankoop van overheidsobligaties en van papier gerelateerd aan de vastgoedsector. De ECB verleende uitgebreid krediet aan de banken en kocht ook overheidsobligaties van eurolidstaten op. Beide willen daarmee de langetermijnrentevoeten laag houden. De geldhoeveelheid zwol hoe dan ook enorm op. De moderne centrale bankiers hebben hun lot niet echt meer in eigen handen. De politici moeten zowat overal in het Westen snel in actie komen om te beletten dat de tijd die ze van de centrale banken kregen ongebruikt voorbijschuift. Inflatie en nieuwe zeepbellen duiken dan onvermijdelijk op en richten grote schade aan. Het blijft bang afwachten voor Bernanke, Draghi en co of hun een gelijkaardig lot als dat van John Law wacht. JOHAN VAN OVERTVELDTOndanks een behoorlijk wild leven vol financiële speculatie, goktoestanden en vrouwen, werkte John Law zijn economische inzichten uit in een traktaat.