Hoe kan er nog inflatie ontstaan?
...

" Waanzin is... telkens hetzelfde doen en toch een ander resultaat verwachten." Als die definitie klopt, ziet het er niet zo goed uit voor centrale bankiers. Telkens de inflatie weer wat gezakt bleek de afgelopen jaren, kwamen ze met hetzelfde antwoord: "We zullen nog wat meer vers geld in de economie pompen." Dat gedroomde geutje inflatie van 2 procent is er nog altijd niet. Er zijn weleens varianten verzonnen. Zo won vorig jaar het idee terrein niet langer de schulden van overheden of grote bedrijven op te kopen, maar een som uit te delen aan iedere burger, beter bekend als 'QE for the people' of helikoptergeld. Hoe aanlokkelijk zo'n som gratis geld ook klinkt, het is net zo goed geld creëren uit het niets. Hoe kan er nog wat inflatie ontstaan? Misoogsten, oorlog of een mismeestering van de economie zoals in Venezuela klinken weinig aantrekkelijk. Er vallen nog alternatieven te verzinnen. De vraag is alleen of ze zullen werken. Een van de ideeën die geregeld de kop opsteekt, is de afschaffing van cashgeld. Als de Belg niet meer onder de tafel kan betalen, komt er een pak zwart geld in de economie, wat een flinke boost en dus wat inflatie zou kunnen opleveren. Bovendien zullen we minder geneigd zijn cash aan te houden, en dus meer investeren. Volgens professor Paul De Grauwe (London School of Economics) is de afschaffing van cash geen goed idee. "In de Scandinavische landen wordt nauwelijks nog cash gebruikt. In Duitsland wordt hoofdzakelijk cash betaald. Toch verschilt de inflatie niet fundamenteel." Criticasters menen dat de afschaffing van cash vooral bedoeld is om de duimschroeven van het monetair beleid verder aan te draaien. Nu krijgen spaarders nog een wettelijke minimumrente op het spaarboekje om te voorkomen dat ze massaal hun geld opvragen. "Mocht de rente -1 procent bedragen, dan zou iedereen zijn geld afhalen", zegt Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België. "Zonder die uitweg zouden de centrale banken in theorie de rente zelfs tot -5 procent kunnen verlagen, en zo de mensen bijna dwingen hun geld te spenderen." Voor de invoering van de euro waren de looneisen van de Duitse metaalarbeiders zowat het voornaamste kompas voor de Bundesbank. Als de machtige metaalvakbond zware looneisen op tafel legde, wisten de centrale bankiers dat er inflatie op komst was. Hogere lonen betekenen immers meer koopkracht en hogere kosten voor de bedrijven, wat leidt tot hogere prijzen. Voor de Bundesbank was dat het signaal om op de rem te gaan staan. De Europese Centrale Bank (ECB) kijkt ook vandaag angstvallig naar de arbeidsmarkt, want ze is ervan overtuigd dat "de lonen de belangrijkste aanjager van inflatie blijven". Vorige week kon ECB-voorzitter Mario Draghi een zucht van verlichting slaken. In Duitsland staan belangrijke loononderhandelingen op de agenda en IG Metall opende de debatten met de eis voor een loonsverhoging met 6 procent. "Vroeger vreesden centrale bankiers loonstijgingen, nu moedigen ze die aan", stelde Claudio Borio vast. Borio is de hoofdeconoom van Bank of International Settlements, het clubje van de belangrijkste centrale banken. Toch is het geen goed idee dat werknemers in naam van het algemeen belang een hoger loon eisen. "Als de lonen los van de werkloosheid of de evolutie in de productiviteit stijgen, dan verlies je concurrentiekracht", zegt Vanden Houte. "In een zwakke economische omgeving krijgt je zo meer werkloosheid en niet meer inflatie." In volle crisis kwam de econoom Olivier Blanchard, toen de hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), met een opmerkelijk pleidooi. De centrale banken moesten 4 procent inflatie nastreven en niet 2 procent. Ook De Grauwe is dat idee genegen: "Met een doel van 2 procent inflatie leunen we permanent dicht tegen een neerwaartse spiraal van deflatie aan." Volgens Vincent Juvyns (J.P.Morgan Asset Management) streven de centrale banken de facto nu al een hoger doel na. "Ze hebben al aangegeven dat ze een tijdje hogere inflatie zullen tolereren. Dat moet helpen de inflatie duurzaam te maken. Liever wat te veel, dan meteen weer op de rem te staan." Het idee achter een hoger inflatiedoel is ook dat mensen zouden geloven dat geld nog goedkoper is dan nu al het geval is. Want als geld sneller in waarde daalt, is het interessanter te lenen, wat de economie een boost zou kunnen geven. Maar kun je mensen overtuigen dat er meer inflatie op komst is, als het nu al niet lukt er een beetje te creëren? Vanden Houte gelooft van niet, omdat de inflatieverwachtingen in belangrijke mate gestuurd worden door de evolutie in het prijzenpeil van de afgelopen jaren. "De markt gelooft zelfs niet dat er 2 procent inflatie komt", merkt hij op. "Het gevaar is bovendien dat de doelstelling een monetair instrument wordt. Soms mikken we op 4 procent, dan weer op 2 procent. Dat zou de geloofwaardigheid van de centrale bank ondergraven. Een inflatiedoel werkt alleen als het door dik en dun geloofd wordt." Dit idee houdt in dat de centrale banken een renteverhoging gebruiken om een schokeffect te creëren. De rente is al lang laag, maar mensen kijken mogelijk de kat uit de boom tot ze zeker weten welke richting de economie uitgaat. Door de rente te verhogen, zouden ze beseffen dat ze zich moeten haasten als ze nog van de lage rente willen profiteren. Dat zou de economie en zo de inflatie dat broodnodige duwtje in de rug kunnen geven. Vanden Houte onderschrijft dat de lage rente niet de enige factor is die de kredietverlening bepaalt. "Je kunt het paard wel bij het water zetten, maar daarom wil het nog niet drinken. Er is ook vertrouwen nodig. Dat zou je misschien kunnen wekken met een renteverhoging, wat voor een kort kantelmoment zou kunnen zorgen. Maar het is zeker geen structurele oplossing." Ook De Grauwe gelooft niet in een renteverhoging: "Inflatie blijft een monetair fenomeen. Er is meer geld nodig om de prijzen te doen stijgen." En aangezien de geldcreatie vooral via de kredietverlening bij de commerciële banken verloopt, kan je maar beter de rente niet verhogen. "Een renteverhoging betekent dat je op de rem staat, want lenen wordt minder interessant." België lijkt wel een inflatiewonder. In ons land haalt de ECB met de vingers in de neus haar doelstelling. Maar wie onder de motorkap van de Belgische economie kijkt, merkt dat de stabiele prijzendruk gedreven is door hogere belastingen die energie duurder maken en een dienstenmarkt waar weinig concurrentie is. De overheden in ons land lijken Draghi zo een handje te helpen. Volgens Vanden Houte verdient dat model geen navolging. "Je kunt de economie niet minder efficiënt maken om prijsdruk te krijgen", klinkt het. "Rond vrijhandel zien we dezelfde discussie. Je kunt goedkope producten uit het buitenland vervangen door duurdere binnenlandse goederen. Zo creëer je ook inflatie. Maar dat betekent niet dat we beter af zijn." De inflatie in ons land is ook te danken aan de starre arbeidsmarkt, waar de automatische indexering de lonen en de prijzen vasthaken aan elkaar. Structurele hervormingen zijn omgekeerd deflatoir, in theorie althans: op een meer flexibele arbeidsmarkt zullen meer mensen aan de slag zijn, maar zal er minder druk op de lonen staan.Volgens Juvyns is het een kwestie van het juiste evenwicht te vinden. "In landen met een heel flexibele arbeidsmarkt zoals Zwitserland is de slinger wellicht te ver doorgeslagen, want zelfs bij volle tewerkstelling stijgen de lonen niet. Maar voor een pak landen, zoals België en Frankrijk, zou een flexibilisering voor een sterkere link tussen de economie en de lonen zorgen, en dus voor een gezondere prijsdynamiek." De Grauwe besluit dat de overheid een hoofdrol kan spelen, door te investeren. "Het gebrek aan inflatie volgt uit een spaaroverschot. Maar dat valt makkelijk op te lossen als de overheid massaal zou investeren. In de jaren dertig zijn we op die manier uit deflatie geraakt. Jammer genoeg was het ter voorbereiding van een oorlog."