Een jonge arbeidster in een ploegensysteem van een fabriek ondervindt seksueel getinte pesterijen van een mannelijke collega. De andere mannelijke collega's laten betijen. In de toiletten ziet de vrouw haar naam en gsm-nummer op de muren geklad, met de vermelding 'hoer'. De vrouw zoekt hulp bij de preventiedienst van het bedrijf. Die biedt haar psychologische ondersteuning aan, opdat zij beter kan omgaan met de pesterijen. Uiteindelijk weet het bedrijf niet beter dan de vrouw over te plaatsen naar een andere ploeg. De mannelijke collega diende niet van ploeg te veranderen, is zelfs nooit aangesproken op zijn grensoverschrijdend gedrag en kreeg al helemaal geen psychologische begeleiding om zijn gedrag te corrigeren.
...

Een jonge arbeidster in een ploegensysteem van een fabriek ondervindt seksueel getinte pesterijen van een mannelijke collega. De andere mannelijke collega's laten betijen. In de toiletten ziet de vrouw haar naam en gsm-nummer op de muren geklad, met de vermelding 'hoer'. De vrouw zoekt hulp bij de preventiedienst van het bedrijf. Die biedt haar psychologische ondersteuning aan, opdat zij beter kan omgaan met de pesterijen. Uiteindelijk weet het bedrijf niet beter dan de vrouw over te plaatsen naar een andere ploeg. De mannelijke collega diende niet van ploeg te veranderen, is zelfs nooit aangesproken op zijn grensoverschrijdend gedrag en kreeg al helemaal geen psychologische begeleiding om zijn gedrag te corrigeren. Dit waargebeurde verhaal onthult waar het vaak misloopt bij seksueel grensoverschrijdend gedrag op het werk: mannen die de andere kant opkijken, preventiediensten die onwennig reageren en slachtoffers die het onderspit moeten delven, niettegenstaande de feiten. Veel slachtoffers brengen hun probleem niet eens te berde (zie kader 'Elk dossier gaat naar een psycholoog'). "Er blijft veel onder de radar", zegt Katrien Van der Heyden van Nesma Consulting, een adviesbureau voor genderongelijkheid en gendergerelateerd geweld. "De grote angst bij veel vrouwen is: 'ze zullen mij niet geloven.' Dat is niet onterecht. Volgens de hardnekkige stereotypen in onze samenleving is de vrouw een emotioneel, zelfs hysterisch wezen dat zomaar wat beweert. De man is de ratio zelve. Hij zet de waarheid neer en neemt de beslissingen. Komen vrouwen op voor zichzelf, dan fluit de samenleving hen meteen terug. Kijk maar naar de enorme hoeveelheid bagger die de actrices in de zaak-Bart De Pauw over zich heen hebben gekregen." Een ander probleem is de machtspositie waarin de dader veelal verkeert. Van der Heyden: "Probeer als vrouw maar eens klacht in te dienen tegen je baas. 'Als ik spreek, is mijn carrière gedaan', denkt zo'n vrouw. Iedereen wil een interessante carrière, mannen én vrouwen. Machtige mannen hebben verreikende tentakels en kunnen daarom gemakkelijk een vrouw in diskrediet brengen, bijvoorbeeld door het gerucht te verspreiden dat zij emotioneel instabiel is. Je moet als vrouw ongelooflijk sterk in je schoenen staan om daartegenop te kunnen. Veel vrouwen betalen dan maar een seksuele prijs om niet aan de kant te worden gezet. Je kunt je niet indenken in welk psychologisch isolement zij leven." Vrouwen die te maken krijgen met seksueel grensoverschrijdend gedrag, weten vaak niet wat hen overkomt. Daarom hebben veel bedrijven een vertrouwenspersoon als laagdrempelig aanspreekpunt op de werkvloer. "De realiteit leert echter dat werknemers de vertrouwenspersoon vaak niet kennen, of niet durven te raadplegen uit vrees hun anonimiteit te verliezen en in het roddelcircuit terecht te komen", zegt Van der Heyden. Het slachtoffer kan ook terecht bij de preventieadviseur psychosociale aspecten. In een grote onderneming zal dat een gespecialiseerde collega zijn die deel uitmaakt van de Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (IDPBW). Het merendeel van de ondernemingen is te klein voor een complete IDPBW en werkt met een gespecialiseerde Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (EDPBW). De preventieadviseur van de IDPBW of de EDPBW zal een informele procedure opstarten, met garantie op anonimiteit voor het slachtoffer. Het slachtoffer kan ook kiezen voor een formele procedure door de preventieadviseur. Dan vervalt de anonimiteit, maar is het slachtoffer beschermd tegen ontslag. Mooi op papier, maar de praktijk levert niet altijd de gewenste resultaten op. "Begrijp mij niet verkeerd", zegt Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, een onafhankelijke overheidsinstelling voor gendergelijkheid die ook slachtoffers van gendergeweld adviseert. "Er zijn preventieadviseurs die schitterend werk leveren rond seksueel grensoverschrijdend gedrag. Maar de kwaliteit hangt te veel af van de individuele interesse en kennis van de preventieadviseur. Onze indruk is dat veel preventieadviseurs niet goed weten hoe ze dat soort problemen moeten aanpakken, ook door een gebrek aan expertise. Seksueel grensoverschrijdend gedrag verschilt fundamenteel van andere welzijnsproblemen op het werk, zoals pesten en discriminatie. De preventieadviseurs zouden meer gespecialiseerde opleidingen moeten krijgen." We mogen ook niet blind zijn voor commerciële belangen, aldus Stevens. "Zowel interne als externe preventieadviseurs hebben een hoge graad van onafhankelijkheid. Maar zij worden nog altijd betaald door de werkgever. We zien te vaak dat preventieadviseurs de belangen van slachtoffers niet naar behoren verdedigen. We zijn ervan geschrokken dat slachtoffers aangeraden wordt geen formele procedure op te starten. Niet omdat hun zaak niet zwaar genoeg weegt, maar omdat het problemen zou creëren op de werkvloer of de werkgever op kosten zou jagen, wat die laatste niet zou appreciëren. In de praktijk wordt een slachtoffer vaak gesust door de preventieadviseur. Noem het de aanpak van pappen en nathouden." Dat heeft funeste gevolgen. "De pleger van het grensoverschrijdend gedrag krijgt niet te horen dat hij te ver is gegaan en blijft zijn gang gaan", zegt Stevens. "Vaak zoekt het slachtoffer dan maar een baan in een ander bedrijf. Zo gaan veel vrouwelijk talent en energie verloren. Grensoverschrijdend gedrag stopt niet vanzelf. Iemand moet zeggen: 'Hier houdt het op'. Nu verwachten we dat het slachtoffer dat zegt. De werkgever moet het zeggen." Krijgt het slachtoffer geen genoegdoening bij de preventieadviseur, dan rest niet veel anders dan de rechtbank. Maar dan kom je in een heel andere wereld, aldus Stevens. "Problematisch gedrag op de werkvloer is daarom niet strafbaar volgens het strafrecht. Op de werkvloer gaat het om welzijn en respect voor elkaar, en moet de werkgever verantwoordelijkheid nemen. Bij de strafrechter kun je terecht voor misdrijven als aanranding en verkrachting, waarvan de pleger niet altijd de werkgever is. Bovendien vraagt de strafrechter harde bewijzen, en daar mankeert het vaak aan." Slotsom: de voorzieningen en de procedures die een slachtoffer ter beschikking heeft, zijn niet ideaal. Echte beterschap moet beginnen in het hoofd van de mannen, aldus Van der Heyden. "Veel mannen zijn opgevoed met een toxisch beeld van relatievorming: 'ik ben de jager, de vrouw is de prooi. Gaat de vrouw niet in op mijn avances, dan begint de jacht pas'. Terwijl het voor de vrouw juist moet stoppen op dat moment. Veel mannen voelen die grens aan, maar andere mannen niet." De context is cruciaal. "Als mijn man een opmerking maakt over mijn mooie decolleté, ben ik daar blij om. Want ik koos mijn man als seksuele partner en ik voel me veilig bij hem. Dezelfde opmerking van een collega zou mij compleet uit mijn lood slaan. The boardroom is not the bedroom. Met mijn collega heb ik geen seksuele relatie en wil ik dat ook niet. Mannen zeggen dan vaak: 'ja maar, die opmerking is toch een compliment?' Nee, dat is geen compliment. Op de werkvloer willen vrouwen complimenten horen over hun professionaliteit, en over niks anders. Dat snappen veel mannen nog altijd niet." Niks beters tegen toxische mannen dan niet-toxische mannen. "Welmenende mannen moeten de foute mannen aanspreken op hun gedrag. Dat gebeurt nu veel te weinig", zegt Van der Heyden. "Mannen moeten de bondgenoten van vrouwen worden. Vandaag vrezen veel mannen voor hun carrière als zij een collega aan de kaak zouden stellen, zeker als hij hogerop staat in de hiërarchie. Als het mannen aan moed ontbreekt, hoe kunnen we dan verwachten dat vrouwen die moed opbrengen?"