De impact van de coronacrisis kent zijn gelijke niet - menselijk, sociaal en economisch. Dat geldt in Europa en ver daarbuiten, in nagenoeg alle sectoren en bedrijfstakken. Al zeven weken staat de motor van de export en de buitenlandse investeringen op een waakvlam. Voor een open economie als de onze is het cruciaal om het internationale ondernemen weer op de rails te krijgen.

Het jaar was nochtans goed begonnen. De Vlaamse exportresultaten voor januari wijzen op een stijging van 1,14 procent tegenover dezelfde periode in 2019. De exportcijfers voor maart, april en de daaropvolgende maanden zullen ontnuchterend zijn. Alleen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) waagde zich aan enkele ramingen: een verlies tussen 13 en 32 procent. Ook de terugval van de Vlaamse goederenuitvoer zal wellicht in die bandbreedte zitten. Volgens de Europese Commissie krijgt vooral onze maakindustrie het zwaar te verduren, gevolgd door bedrijven die verbonden zijn aan automobiel en elektronische apparatuur. Dat zijn niet toevallig sectoren met een complexe internationale waardeketen.

Ook voor de buitenlandse investeringen zijn de vooruitzichten negatief. Veel bedrijven snoeien in hun investeringsplannen. FDi Markets, de monitor van de Financial Times, voorspelt dat het aantal buitenlandse investeringen dit jaar wereldwijd zal dalen met 25 procent. De VN-commissie voor handel en ontwikkeling Unctad spreekt zelfs over 30 tot 40 procent.

De stilstand van de wereldeconomie wijst op het belang van de opdracht van FIT: de Vlaamse export ondersteunen en Vlaanderen op de kaart zetten als investeringslocatie. Die opdracht is er niet gemakkelijker op geworden. Hoe help je exporteurs in deze tijden om hun goederen en diensten internationaal voor het voetlicht te plaatsen? Veel bedrijven kampen met liquiditeitsproblemen. Aanvoer- en productieketens liggen grotendeels stil. Landsgrenzen sluiten, waardoor buitenlandse klanten en partners plots ver weg zijn. Ook in de omgekeerde richting - buitenlandse bedrijven aantrekken naar Vlaanderen - wordt onze missie bemoeilijkt. Hoe kan je een regio internationaal promoten als geïnteresseerde investeerders die niet eens kunnen bezoeken?

Ogen en geesten moeten open blijven tijdens de coronacrisis.

Maandag is de eerste fase van de Belgische exitstrategie ingegaan. Het aantal vragen en bezoeken van bedrijven op onze website zal pieken. De nood is hoog. Die brengen wij in kaart om hen nog gerichter bij te staan bij hun voorbereiding van de heropstart. We bieden zo veel mogelijk perspectief. Al moeten we - het kan niet anders - sommige vragen onbeantwoord laten.

Onze dienstverlening scherpstellen, daar draait het nu om. We hebben een covid-19-responsplan opgesteld met een aangepaste dienstverlening voor Vlaamse exporteurs en buitenlandse investeerders. Daarbij focussen we niet alleen op de verdere transformatie van onze dienstverlening - vooral door de digitale mogelijkheden optimaal te benutten - maar ook op de verspreiding van betrouwbare informatie. We bieden nuttige inzichten over de coronasituatie en over eventuele kansen, waar ook ter wereld.

Daarnaast loopt samenwerking als een rode draad door ons plan. De maatregelen om de economische impact van de coronapandemie te bestrijden, zullen deels Europees en sectoroverkoepelend zijn. Hier spelen we onze grootste sterkte uit: ons netwerk van partners, maar ook van topbedrijven. Want laten we het niet vergeten: Vlaanderen heeft talloze sterke en innovatieve bedrijven die de wereld veel te bieden hebben. Zij leggen de lat ook nu hoog. Hun vechtlust is onverminderd. Hun neus en hun mond mogen dan wel bedekt zijn, hun ogen en hun geest staan wagenwijd open. Nu misschien zelfs meer dan ooit tevoren.

De internationale handel zal met kleine stappen weer op gang komen, met onophoudelijke evaluaties, snelle bijsturingen en zo veel mogelijk samenspraak en samenwerking tussen private, publieke en academische spelers. Die oefening wordt een huzarenstukje, maar het zal iedereen in dit Vlaamse ecosysteem nog dichter bij elkaar brengen en alerter maken.

De impact van de coronacrisis kent zijn gelijke niet - menselijk, sociaal en economisch. Dat geldt in Europa en ver daarbuiten, in nagenoeg alle sectoren en bedrijfstakken. Al zeven weken staat de motor van de export en de buitenlandse investeringen op een waakvlam. Voor een open economie als de onze is het cruciaal om het internationale ondernemen weer op de rails te krijgen. Het jaar was nochtans goed begonnen. De Vlaamse exportresultaten voor januari wijzen op een stijging van 1,14 procent tegenover dezelfde periode in 2019. De exportcijfers voor maart, april en de daaropvolgende maanden zullen ontnuchterend zijn. Alleen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) waagde zich aan enkele ramingen: een verlies tussen 13 en 32 procent. Ook de terugval van de Vlaamse goederenuitvoer zal wellicht in die bandbreedte zitten. Volgens de Europese Commissie krijgt vooral onze maakindustrie het zwaar te verduren, gevolgd door bedrijven die verbonden zijn aan automobiel en elektronische apparatuur. Dat zijn niet toevallig sectoren met een complexe internationale waardeketen. Ook voor de buitenlandse investeringen zijn de vooruitzichten negatief. Veel bedrijven snoeien in hun investeringsplannen. FDi Markets, de monitor van de Financial Times, voorspelt dat het aantal buitenlandse investeringen dit jaar wereldwijd zal dalen met 25 procent. De VN-commissie voor handel en ontwikkeling Unctad spreekt zelfs over 30 tot 40 procent. De stilstand van de wereldeconomie wijst op het belang van de opdracht van FIT: de Vlaamse export ondersteunen en Vlaanderen op de kaart zetten als investeringslocatie. Die opdracht is er niet gemakkelijker op geworden. Hoe help je exporteurs in deze tijden om hun goederen en diensten internationaal voor het voetlicht te plaatsen? Veel bedrijven kampen met liquiditeitsproblemen. Aanvoer- en productieketens liggen grotendeels stil. Landsgrenzen sluiten, waardoor buitenlandse klanten en partners plots ver weg zijn. Ook in de omgekeerde richting - buitenlandse bedrijven aantrekken naar Vlaanderen - wordt onze missie bemoeilijkt. Hoe kan je een regio internationaal promoten als geïnteresseerde investeerders die niet eens kunnen bezoeken? Maandag is de eerste fase van de Belgische exitstrategie ingegaan. Het aantal vragen en bezoeken van bedrijven op onze website zal pieken. De nood is hoog. Die brengen wij in kaart om hen nog gerichter bij te staan bij hun voorbereiding van de heropstart. We bieden zo veel mogelijk perspectief. Al moeten we - het kan niet anders - sommige vragen onbeantwoord laten. Onze dienstverlening scherpstellen, daar draait het nu om. We hebben een covid-19-responsplan opgesteld met een aangepaste dienstverlening voor Vlaamse exporteurs en buitenlandse investeerders. Daarbij focussen we niet alleen op de verdere transformatie van onze dienstverlening - vooral door de digitale mogelijkheden optimaal te benutten - maar ook op de verspreiding van betrouwbare informatie. We bieden nuttige inzichten over de coronasituatie en over eventuele kansen, waar ook ter wereld. Daarnaast loopt samenwerking als een rode draad door ons plan. De maatregelen om de economische impact van de coronapandemie te bestrijden, zullen deels Europees en sectoroverkoepelend zijn. Hier spelen we onze grootste sterkte uit: ons netwerk van partners, maar ook van topbedrijven. Want laten we het niet vergeten: Vlaanderen heeft talloze sterke en innovatieve bedrijven die de wereld veel te bieden hebben. Zij leggen de lat ook nu hoog. Hun vechtlust is onverminderd. Hun neus en hun mond mogen dan wel bedekt zijn, hun ogen en hun geest staan wagenwijd open. Nu misschien zelfs meer dan ooit tevoren. De internationale handel zal met kleine stappen weer op gang komen, met onophoudelijke evaluaties, snelle bijsturingen en zo veel mogelijk samenspraak en samenwerking tussen private, publieke en academische spelers. Die oefening wordt een huzarenstukje, maar het zal iedereen in dit Vlaamse ecosysteem nog dichter bij elkaar brengen en alerter maken.