Daan Killemaes
Daan Killemaes
Hoofdredacteur Trends
Opinie

16/10/14 om 10:10 - Bijgewerkt om 10:10

De bescheiden bocht van Charles Michel

Evolutie, maar geen revolutie. Een trendbreuk, maar geen big bang. Een herstelbeleid, maar geen schoktherapie. De grote ommezwaai die de regering-Michel belooft, begint met een bescheiden bocht.

De bescheiden bocht van Charles Michel

Charles Michel © Belga

De werkgevers zijn tevreden, economen zijn niet onder de indruk, de vakbonden slaan veel te wild om zich heen. Econoom Gert Peersman ziet in de regering-Michel zelfs een regering-Di Rupo II. Dat is vrij kort door de bocht, maar ook in 2019 zullen de overheidsuitgaven en de belastingdruk nog rond 50 procent van het bbp schommelen. Waar maalt links eigenlijk om?

Maar op den duur keren ook olietankers, en er zit meer lijn in het verhaal. Centrumrechts kan afstappen van de sociaaleconomische wafelijzerpolitiek van de voorbije jaren die zowel links als rechts tevreden moest houden, maar finaal veel geld over de balk gooide. De centrumrechtse regering zal geslaagd zijn als deze drie tendensen stevig verankerd zijn tegen 2019: een daling van het overheidsbeslag; minstens een stabilisering van de belastingdruk; en vooral een stijging van de werkgelegenheid.

Delen

De bescheiden bocht van Charles Michel

Die drie doelstellingen zijn intens met elkaar verweven. Meer banen zijn maar mogelijk als de lastendruk op arbeid daalt, en die lagere belastingdruk is op zijn beurt enkel mogelijk als de overheidsuitgaven dalen. Maar zodra die machinerie op gang is getrokken, kan ze op eigen kracht verder. Meer banen zullen dan het werk voor de regering doen. Het is een werk van lange adem, en het is vingers kruisen dat de conjunctuur het niet helemaal begeeft.

Toegegeven, meer doen op korte termijn is moeilijk. Eerst moet puin worden geruimd. De regering-Michel erft een begrotingstekort van 2,6 procent, een overheidsschuld van ruim 100 procent, een structureel verlieslatende sociale zekerheid en een onvoorbereide vergrijzing. De grootste pluim die de nieuwbakken regering op haar hoed mag steken, is dat het gat in de begroting vooral wordt gedicht met besparingen: 2,3 miljard euro in de werking van de overheid, en 5,3 miljard in de sociale zekerheid. Als de regering-Michel de stijging van de uitgaven op federaal niveau en in de sociale zekerheid kan beperken tot nominaal 1 procent per jaar, springt ze al een heel eind ver. Dat vraagt een volgehouden discipline van de hele regering.

Er mag ook applaus klinken voor de pensioenhervorming die de regering-Michel op touw zet. Maar ook die tanker draait traag. En de realiteit dat langer leven zonder langer te werken onbetaalbaar is voor de staatskas, sijpelt maar langzaam door. Bovendien is het optrekken van de diverse pensioenleeftijden één zaak, het aan de slag krijgen van vooral 55-plussers is een ander paar mouwen. België scoort nog altijd onnoemelijk zwak in de werkgelegenheid van de oudere beroepsbevolking. Die wordt uit de arbeidsmarkt geprijsd, onder meer door de onhoudbare koppeling tussen loon en anciënniteit. De regering wil dat aanpakken, maar blijft vaag, terwijl ook dit een werk van lange adem is en dus meteen aangepakt moet worden. Dit succes zal afgemeten worden aan de stijging van de effectieve pensioenleeftijd. De jury wacht ook hier resultaten af vooraleer een oordeel te vellen.

De nieuwe regering mag op het scorebord ook de aanpak van onze loonkostenhandicap aanvinken, zij het opnieuw met kanttekeningen. Ze ambieert om slechts een vierde van de eigenlijke handicap van 16 procent weg te werken. De lastenverlaging is een minimum minimorum, en het gros van de inspanning wordt gerealiseerd via een indexsprong van 2 procent. De regering schuift de inspanning deels door naar de werknemers, hoewel het regeerakkoord meermaals herhaalt dat werken moet lonen en dat de kloof met een uitkering moet stijgen. Als troostprijs krijgen de meeste werknemers meer nettoloon via een verhoging van de forfaitaire beroepskosten.

Tegenover de indexsprong staat ook en vooral een betere kans om werk te vinden en minder kans op ontslag. De koopkracht zal moeten stijgen door meer banen te creëren, niet door de lonen te verhogen. Dat is op lange termijn ook de juiste keuze. Intussen moeten de werknemers tevreden zijn met borrelnootjes, terwijl de werkgevers een eerste bot krijgen om op te kauwen.

Een ander pluspunt is dat de regering de vermogens grotendeels ontziet. Voor de overgrote meerderheid zou dat toch neerkomen op een belastingverhoging op het restant van al zwaar belaste arbeidsinkomsten. Op de doorkijkbelasting die de gesofistikeerde juridische constructies viseert, kan en durft niemand kritiek hebben. De belastingverschuiving is niet meer dan een verschuivinkje. Zelfs de btw-verlaging op elektriciteit, een van de slechtste maatregelen van de regering-Di Rupo, blijft overeind. Ook van een grondige hervorming van de belastingen, zoals Europa vraagt, is er voorlopig geen spoor in het regeerakkoord. De regering-Michel wacht vijf jaar hard labeur om het verschil met vroeger te maken.

Lees meer over:

Onze partners