Sneller dan verwacht dicht China de technologische kloof met het Westen. In 2028 hoopt het land hoogtechnologische AI-chips te maken. Tot die tijd kunnen westerse bedrijven zoals Meta de meest veelbelovende Chinese start-ups inlijven.
Haalt Google OpenAI in met zijn Gemini-3-taalmodel? Blijft Nvidia de hoge verwachtingen inlossen? Dat zijn de vragen die menig belegger bezighoudt, aangezien artificiële intelligentie en grote techspelers al jarenlang de wereldmarkten domineren. Maar de echte AI-race is niet die van Google en OpenAI, maar die tussen de Amerikaanse en de Chinese technologische invloedssfeer.
De Verenigde Staten doen er alles aan om China economisch de loef af te steken, en technologie is een belangrijk strijdtoneel. Maar er zijn ook andere gegronde redenen. Washington wil als eerste nieuwe, krachtige AI-technieken kunnen controleren om mogelijke nevenschade te beperken. Het land wil China dus tot elke prijs afremmen en daar zijn Republikeinen en Democraten het over eens. Donald Trump legde tijdens zijn eerste ambtstermijn handelsbeperkingen op aan China en nam maatregelen tegen de Chinese techmastodont Huawei. Zijn opvolger Joe Biden heeft dat beleid voortgezet.
Maar Trump zou Trump niet zijn als hij niet zou overdrijven en een complete chaos zou veroorzaken. In zijn tweede termijn, tijdens het toppunt van de handelsoorlog en de wedloop in importheffingen, hebben de Verenigde Staten een tijdlang de handel in cruciale Nvidia-chips met China stilgelegd. Voordien had Nvidia al speciale chips ontwikkeld voor de Chinese markt, die minder krachtig waren, precies zoals de overheid had opgelegd.
Uiteindelijk werd de handel officieel weer hervat – Trump always chickens out. Maar pragmatisch als China is, laat het zich geen twee keer vangen, en dus werd de handel met Nvidia langs Chinese zijde verbroken. Een markt van 5 miljard dollar per kwartaal verdampte in één klap voor het bedrijf van Jensen Huang.
China zet nu alles in op de ontwikkeling van eigen chips, met bedrijven die tegen elkaar op technologische doorbraken jagen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de technologie die China in huis heeft, staat nog ver af van wat nodig is om datacenters te runnen die de meest performante AI-modellen trainen of laten draaien.
Dat wil niet zeggen dat China machteloos is, verre van. Het dwingt het land tot innovatieve oplossingen. De start-up DeepSeek verraste vorig jaar de wereld met een degelijk taalmodel dat het heeft getraind met oudere Nvidia-chips. Het model was deels gekopieerd – of in eufemistische jargontermen ‘gedestilleerd’ – uit technologie van OpenAI. Toch stond de industrie versteld van de prestaties in verhouding tot de gebruikte rekenkracht. Het is niet het laatste dat we van DeepSeek hebben gehoord.
Maar in China gebeurt veel meer dan alleen chipsmokkel en ‘gettotechnieken’, want de echte inhaalbeweging is ingezet. Twee jaar geleden verraste Huawei met de productie van eigen 7-nanometerchips voor smartphones, jaren eerder dan westerse experts mogelijk achtten. En vorige maand raakte via Reuters bekend dat ex-medewerkers van het Nederlandse techbedrijf ASML erin zijn geslaagd om voor China een lithografiemachine te bouwen, de felbegeerde apparatuur waarmee het Taiwanese TSMC chips maakt voor Nvidia en andere chipontwerpers.
Lees ook: ‘Huawei bouwt geheim netwerk voor chipproductie om Amerikaanse sancties te omzeilen’
Toch staat het land van president Xi Jinping daarmee nog niet op gelijke voet met het Westen. De chipmachine is slechts één schakel in het hele proces van de chipproductie. Dat verklaart ook waarom TSMC als enige de krachtigste AI-chips kan bouwen. De Chinese overheid hoopt het tegen 2028 ook onder de knie te krijgen. Het artikel van Reuters vermeldt expliciet dat volgens dezelfde informanten 2030 realistischer is, maar China heeft al meermaals bewezen dat het niet mag worden onderschat.
We nemen beter voor één keer een voorbeeld aan Mark Zuckerberg. De man die ooit dacht dat het sociaal wenselijk was om een website te maken die initieel uitsluitend de foto’s van vrouwelijke medestudenten verzamelde. Diezelfde Mark die ook de persoonlijke gegevens van zijn miljarden gebruikers te grabbel gooide bij een third-party-app van Facebook. De tech-CEO die zijn bedrijf wilde vernoemen naar het metaverse, om vervolgens tientallen miljarden te verbranden aan virtual reality… Ja, juist: die Mark Zuckerberg.
Meta nam vorige week de veelbelovende Chinese start-up Manus over voor 2 miljard dollar. Manus is een AI-bedrijf dat niet focust op het ontwikkelen van een chatbot die vragen beantwoordt, maar op AI-agents: AI dat concrete taken uitvoert en diensten van derden aanspreekt. Manus biedt zijn dienst pas sinds maart 2025 aan, maar behaalde sindsdien 100 miljoen dollar omzet. Naar verwachting zal Manus de advertentiediensten van Meta versterken, evenals de ingebouwde klantendienst van WhatsApp Business.
Bovenal is het interessant dat Meta erin geslaagd is zo’n Chinese AI-start-up in te lijven. Nochtans hebben Chinese bedrijven toegang tot een grote thuismarkt en voldoende groeikapitaal. Wat ze niet hebben – of beter: nog niet hebben – zijn de meest performante chips. Enkele maanden na de lancering van zijn krachtige AI-agent verhuisde Manus zijn hoofdzetel van Wuhan naar Singapore. Dat deed het om technologische beperkingen en handelsrestricties te omzeilen en om te kunnen flirten met westerse investeerders.
China lijkt misschien veraf en een onbereikbare markt, maar het loont om oog te hebben voor de Chinese bedrijfs- en start-upwereld – pragmatisch, zoals China zelf ook handelt. We mogen af en toe opportunistisch zijn zoals Mark Zuckerberg. Maar wel binnen de grenzen van het sociaal wenselijke.
Lees ook: Is Cambricon, ‘China’s kleine Nvidia’, ondergewaardeerd of overgewaardeerd?