De herop standing van het fallussymbool

Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Sinds mensenheugenis omringen machtige mannen zich met velerlei fallussymbolen. Uroloog Johan J. Mattelaer schreef er een rijkelijk geïllustreerd boek over en gidst ons mee langs de bruisende geschiedenis van ‘s werelds oudste en meest universele symbool voor potentie en vruchtbaarheid.

De fallus in kunst en cultuur, Johan J. Mattelaer. Een uitgave van het HistoricalCommitteeof the European Association of Urology, gedrukt door GroeningheUitgeverij, Kortrijk.

In het diepst onzer gedachten hadden we ons dokter Johan J. Mattelaer al voorgesteld met een peniskoker of met een kloeke coquille St. Jacques op de broeksriem gespeld. Niets daarvan: toen we de sympathieke uroloog op de Classic-beurs in de Hallen van Kortrijk ontmoetten, droeg hij gewoon een deftig pak.

Johan J. Mattelaer stelde er tijdelijk een collectie fallussen tentoon, ter illustratie van zijn veelgeprezen boek ‘De fallus in kunst en cultuur’ én ter inleiding van de grote tentoonstelling over dit onderwerp, die gepland is voor het najaar van 2004 in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Van het boek gingen ondertussen al meer dan tienduizend exemplaren over – of onder: naargelang van de lokale pudeur – de toonbank.

“Je zou het in deze tijden van seksuele openheid misschien niet meer verwachten,” lacht Mattelaer, “maar blijkbaar vonden sommigen mijn tentoonstelling niet door de beugel kunnen. Gelukkig waren de reacties overwegend positief. Tenslotte werd ik door de organisatie zelf uitgenodigd, omdat ze op zoek waren naar iets wat uit de band sprong en de aandacht trok.”

Mattelaer slaagde alvast met verve in zijn opzet. De doorsnee bezoeker van de Classic-beurs, een tweejaarlijks antiek- en lifestyle-evenement, verwachtte zich niet meteen aan een – overigens smaakvol en zedig aangeklede – stand met een collectie peniskokers, fallusvormige sieraden of ajour uitgewerkte roedes.

Het opgeheven vingertje van de kerk

“Ik heb in mijn leven zo’n beetje de hele wereld afgereisd,” vertelt dokter Mattelaer. “In Azië, Afrika, Oceanië… overal waar ik kwam, werd ik geconfronteerd met fallussymbolen die van oudsher vaak een religieuze functie bleken te hebben. Zo ben ik objecten beginnen verzamelen die ik dan gebruikte als illustratiemateriaal bij lezingen en seminaries. Dat was zo’n succes dat ik vanuit verschillende hoeken werd gevraagd om er een boek over te schrijven. En dat heb ik uiteindelijk dan ook maar gedaan.”

Indien fallussen in kunst en cultuur werkelijk zo universeel zijn als Mattelaers boek op overtuigende wijze illu- streert, dan kan men zich de vraag stellen waarom het woord ‘penis’ zelfs nu nog blozende blikken oplevert. “Dat is de schuld van de katholieke kerk,” antwoordt Mattelaer onomwonden. “Tot aan de reformatie had de kerk nochtans niet veel problemen met seksualiteit. Fallussymbolen vind je dan ook in heel wat oude kerken terug. In de zestiende eeuw stak er echter een anti-falluscultuur de kop op. Genitaliën en naaktschilderijen werden plots overschilderd en getrouwe voorstellingen van de penis werden alleen nog toegelaten in wetenschappelijke werken.”

Die reactionaire ommezwaai en taboeïserende orthodoxie van de katholieke kerk – die blijkbaar nog steeds niet volledig is weggeëbd – gaat in belangrijke mate terug tot de publicatie in 1717 van de brochure ‘Onania: of de hatelijke zonde van zelfpollutie en al haar vreselijke gevolgen in beide geslachten, met geestelijk en fysiek advies voor zij die zich reeds bezoedeld hebben met deze verfoeilijke praktijk’. In plaats van roedes gingen vingertjes omhoog in deze brochure die een fundamentele invloed zou uitoefenen op de verdere moraal en de cultuur van West-Europa.

Deze antifallische reflex, een bruuske breuk met de origines van de religieuze iconografie, bereikte haar hoogtepunt met de publicatie in 1760 van dokter Tissots ‘Onanisme of fysische dissertatie over de ziektes te wijten aan masturbatie’, een publicatie die resulteerde in een collectieve psychose en vrees voor allerlei fictieve kwalen. “De kerk was in die tijd bijzonder creatief in het tegengaan van masturbatie,” vertelt dokter Mattelaer. “Jongens werden bij de handen aan het bed vastgebonden. En voor zware recidivisten bedacht men zelfs allerlei ingenieuze toestellen die aan de genitaliën werden vastgeklonken. Geen wonder dat het fabeltje eeuwenlang overeind bleef. Laat het me daarom voor uw lezers maar duidelijk stellen: van masturberen kun je geen ziektes oplopen.”

Dat de taboesfeer uitermate prikkelend werkte voor kunstenaars allerhande – van Rabelais tot MarkiesdeSade – kon echter niet langer verhullen dat de fallus als wezenlijk symbool van fertiliteit zijn potentie had verloren. In de hedendaagse kunst wordt de fallus dan ook nog louter artistiek, satirisch of provocerend benaderd. Enkele voorbeelden? De erotische spotprenten van Picasso, de bontgekleurde fallische beeldhouwwerken van Miró of de stoute cartoons of stripverhalen die nog steeds met gretige handen worden uitgevlooid. Van een rituele functie is echter maar weinig sprake meer, al ziet Mattelaer wel een bepaalde – euh – heropstanding nu de meeste taboes grotendeels overeind werden gehaald.

“De fallus als symbool keert duidelijk terug, zoals de mens in zekere zin terugkeert naar zijn primitieve roots,” merkt hij op. ” Bungeejumpen en bodypiercings gaan terug op rites van primitieve volkeren, popmuziek gaat in zekere zin terug op tranceopwekkende drums en heel wat moderne westerlingen laten zich tatoeëren met tribale tekens. Ik zeg het niet geheel zonder ironie, maar roots laten zich duidelijk niet zomaar verloochenen. Ook al loop je dan met een laptop en een hypergesofisticeerde gsm rond.” Of we straks ook opnieuw fallussymbolen zullen ontwaren naast het tabernakel, blijft voorlopig echter hoogst twijfelachtig.

Zakenlui met peniskokers?

Gezien de fallus van oudsher symbool staat voor macht en potentie is het niet verwonderlijk dat vooral decision makers uit allerlei culturen zich vaak het privilege toe- eigenden om zich met fallussymbolen te tooien. Zo lieten Egyptische farao’s zich postuum een fallus aanbinden in de bokkige overtuiging dat ze daarmee ook vanuit het hiernamaals de Nijldelta konden bevruchten. In het oude Griekenland liepen priesters uit de Dionysoscultus, allicht tussen het orkestreren van wilde orgieën door, dan weer vrolijk met neproedes rond. En de cultus van de fallus wordt vandaag nog steeds intens beleefd in India waar hij de scheppende kracht van de hindoeïstische oppergod Shiva symboliseert. Heilige mannen, die sociaal overigens erg hoog aangeschreven staan, houden dan ook nog geregeld purificatierites waarbij ze een steen van wel vijftig kilo met hun penis trachten te torsen.

“Zulke dingen tref je bij ons natuurlijk niet aan,” antwoordt Mattelaer op de vraag of van die oersymboliek ook in het huidige zakenleven nog iets is overgebleven. “In de architectuur blijft de fallussymboliek echter wel overeind. Met een beetje goeie wil kun je flatgebouwen en wolkenkrabbers als fallussymbolen beschouwen: ze incarneren de macht van een bepaalde onderneming en hoe hoger je zit, hoe machtiger je positie binnen het bedrijf. Maar dat zijn psychoanalytische interpretaties. De rechtstreekse symboliek is in elk geval verdwenen.”

Mattelaer mag dan al geen weet hebben van chief executive officers met imposante peniskokers, als ervaren uroloog valt hem niettemin op dat zakenlui, meer dan andere beroepscategorieën, te kampen hebben met ‘erectiele disfuncties’ zoals impotentie tegenwoordig salonfähig pleegt te heten. “En daar zijn verschillende redenen voor,” stelt hij. “Stress natuurlijk, maar er is nog iets anders. Mijn ervaring leert dat zakenmensen meer dan anderen hun kruit elders verschieten, als je begrijpt wat ik bedoel. Nu de vrouw seksueel vrijer is en meer eisen stelt, kunnen ze daarom vaak thuis niet meer naar behoren presteren. Blijkbaar kent macht dus nog steeds een seksuele uitvloeier, al heeft het niks meer te maken met rituelen of symbolen.”

Ons discreet advies daarom: hou uw zaakvoerende echtgeno(o)t(e) steeds strak in de gaten en bezweer zijn of haar schuinsmarcheren desnoods met geplengde fallussymbolen uit de voodoocultuur. Zonder dank.

Dave Mestdach

Zakenlui hebben meer dan andere beroepscategorieën te kampen met impotentie.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content