De ideale beleggingsstrategie bij een dure beurs: ‘Durf ook in 2026 voor aandelen te kiezen’

VINCENT JUVYNS ‘Echte berenmarkten krijg je pas bij een recessie. Dat zit niet in de kaarten voor 2026’
Daan Killemaes
Daan Killemaes Hoofdeconoom Trends

Wat moet je als belegger volgend jaar doen als de beurzen behoorlijk duur zijn en de langetermijnrente kan stijgen? “Wees niet bang om te beleggen in aandelen”, zeggen beursstrategen in koor. Het risico kan worden beperkt door de portefeuille aan te vullen met kwaliteitsvolle obligaties en een portie goud.

Met een beleggingsportefeuille bestaande uit 60 procent aandelen en 40 procent obligaties kon je de voorbije jaren en decennia weinig verkeerd doen. Historisch gezien leverde de klassiek samengestelde portefeuille een fraai rendement voor een beperkt risico op. Enkel in 2022 presteerde ook die portefeuille uitermate zwak, omdat de inflatiegolf de koersen van zowel aandelen als obligaties onderuithaalde. “Een 60/40-portefeuille blijft heel zinvol. Diversificatie is meer dan ooit een leidmotief voor beleggers”, zegt Erik Joly, hoofdeconoom ABN AMRO België.

4,2% per jaar

Over de voorbije 200 jaar bood een 60/40-portefeuille beleggers een reële return van 4,2 procent per jaar in dollartermen, leert onderzoek van Deutsche Bank. Een portefeuille volledig belegd in aandelen leverde 4,9 procent op. Het verschil in rendement tussen beide portefeuilles is dus relatief klein dankzij de bufferende functie van obligaties. Vooral als de beurzen in langdurige berenmarkten gevangen zitten, beperken obligaties de waardedaling van de portefeuille. Met een 60/40-portefeuille geeft een belegger dus slechts een beetje rendement op voor een sterke daling van het risicoprofiel. Dat is een interessante deal.

‘Een 60/40-portefeuille blijft heel zinvol. Diversificatie is meer dan ooit een leidmotief voor beleggers’

We vertrekken daarom van de 60/40-portefeuille voor een beleggingsstrategie voor 2026 en stellen de vraag in welke mate en waarom kan worden afgeweken van die samenstelling. Waarom meer aandelen of waarom meer obligaties? Of verdient ook goud of misschien zelfs de bitcoin een plaats in de portefeuille? De strategische samenstelling van een portefeuille is ook afhankelijk van persoon tot persoon. Beleggers met een hogere risicoappetijt kunnen meer aandelen inslaan, of minder jonge mensen kunnen een grotere positie in obligaties overwegen.

In een wereld met een hogere inflatie is deze portefeuille wel aan een opfrissing toe, zegt Philippe Gijsels, hoofdstrateeg van BNP Paribas Fortis. “De 60/40-portefeuille heeft sinds het begin van de jaren tachtig goed gewerkt dankzij de structurele daling van de rentevoeten, maar die trend is gebroken. We houden rekening met een hogere inflatie en hogere rentevoeten de volgende jaren. Daarom kiezen wij nog altijd voor 60 procent aandelen, maar we verlagen het obligatiedeel van 40 naar 20 procent. Daarnaast vervangen we de obligaties door alternatieven, zoals goud en grondstoffen, infrastructuur, privaat krediet of fondsen die diversificatie bieden. In een inflatoire wereld werkt een 60/40-portefeuille niet meer optimaal.”

Winstmomentum

Na een sterke remonte de voorbije maanden noteren de beurzen vrij duur. Vooral de Amerikaanse technologiebedrijven staan pittig gewaardeerd na een uitbundige rally aangedreven door de investeringen in artificiële intelligentie (AI). Maar voor strategen is dat geen reden om de aandelenpositie af te bouwen.

“De koersen zijn in 2025 sneller gestegen dan de winsten, met als resultaat hogere waarderingen. De wereldindex noteert met een koers-winstverhouding van 20 relatief duur. In de Verenigde Staten noteren aandelen tegen 23 keer de verwachte winst, wat het hoogste peil in tien jaar is. De waarderingen kunnen moeilijk verder stijgen. Was 2025 een abnormaal goed jaar voor aandelen, dan wordt 2026 hoogstens een normaal jaar. Reken op rendementen van 4 à 6 procent”, zegt Vincent Juvyns, hoofdstrateeg bij ING België.

“Toch zijn we neutraal voor aandelen”, vervolgt Juvyns. “We vertrekken van een 50/50-portefeuille en willen voor 50 procent in aandelen belegd blijven. We rekenen erop dat de Amerikaanse centrale bank (de Fed) tegen eind 2026 nog twee keer de beleidsrente verlaagt, terwijl de Amerikaanse economie blijft groeien in 2026. Ook het winstmomentum voor de bedrijven houdt aan. Een soepeler Amerikaans geldbeleid is altijd positief voor de beurzen, als een recessie achterwege blijft. Vecht in die omstandigheden niet tegen de Fed. Echte berenmarkten krijg je pas bij een recessie. Dat zit niet in de kaarten voor 2026.”

Technologiefeestje

Ook KBC overweegt aandelen. “We kiezen voor 55 procent aandelen. Je moet in 2026 op de aandelenmarkten zijn om een rendement te behalen, want de verwachte return op obligaties is mager. We rekenen in Europa op een rendement van bijna 5 procent voor deze portefeuille, maar hou rekening met volatiliteit”, zegt Tom Simonts, senior analist van KBC. “De hogere waarderingen schrikken ons niet af en zeker buiten de VS vallen de beurswaarderingen nog goed mee. We blijven overwogen in de VS en in technologie, rustend op fundamenten van een hoge winstgroei en een lage rente. We rekenen op een redelijk en zeker geen slecht 2026 op de beurzen.”

‘We verwachten dat de rally een breder en dus gezonder draagvlak krijgt. Het zal niet langer enkel een technologiefeestje zijn’

“2026 wordt een goed jaar voor aandelen”, zegt ook Philippe Gijsels. “We verwachten dat de rally een breder en dus gezonder draagvlak krijgt. Het zal niet langer enkel een technologiefeestje zijn. In een inflatoire omgeving moet je beleggen in activa, zoals aandelen. Het geldbeleid blijft soepel en AI en andere technologie trekken de trein van de vooruitgang. De bedrijven zijn ook de lichtpunten in deze onzekere wereld. De resultaten zijn goed en de balansen solide. De beurzen zijn niet goedkoop en volatiliteit is troef, maar een belegging in aandelen belooft nog altijd een voldoende rendement.”

Groter gewicht voor aandelen

De voorbije weken werd de AI-gedreven rally van de technologiebedrijven vaak een zeepbel genoemd, maar daar willen de strategen niet van weten. “We zijn niet blind voor het zeepbelgevaar. De grote technologiebedrijven zijn geprijsd voor perfectie, maar ze leveren tot nu toe perfectie af”, zegt Vincent Juvyns. “Technologie is duur, maar de winstgroei is meer dan 20 procent en de resultaten van softwarebedrijven zijn stabiel en weinig cyclisch. Er is ook nog geen sprake van euforie. Het stemt mij ook gerust dat de grote technologiebedrijven de enorme investeringen in AI-infrastructuur met eigen cashflows kunnen financieren. Ze verdienen ook een hoog rendement op die investeringen en de gebouwde capaciteit wordt benut.”

“We blijven licht overwogen in aandelen, met onze focus op de VS en op technologie”, zegt Erik Joly. “De bedrijfsresultaten zijn goed. In het derde kwartaal klopte een ruime meerderheid de verwachtingen. AI is het toverwoord. De waarderingen zijn hoog en de kringfinancieringen tussen de grote technologiebedrijven zijn niet gezond. Maar de kwaliteit van de resultaten van big tech is gezond, want ze is gebaseerd op sterke cashflows. Tijdens de dotcomzeepbel van 25 jaar geleden lagen de waarderingen van de grootste tien bedrijven dubbel zo hoog. Een echte melt-up hebben we nog niet gezien.”

‘Echte berenmarkten krijg je pas bij een recessie. Dat zit niet in de kaarten voor 2026’

“Het gewicht van aandelen mag hoger in de portefeuille, maar hou rekening met de enorme discrepantie op de beurzen”, zegt Patrick Vermeulen, stichter van de vermogensbeheerder Ascot House Advisers. “Technologie is heel duur, terwijl de meeste andere sectoren goedkoop zijn door de aanhoudende onzekerheid en het gebrek aan vertrouwen. Je moet in technologie aanwezig zijn, omdat artificiële intelligente zal blijven, maar de markt loopt mogelijk te snel van stapel. Het duurt een tijdje voor nieuwe verdienmodellen gebouwd worden. Mogelijk zijn beleggers te optimistisch. Er worden enorme bedragen geïnvesteerd in AI-infrastructuur, maar de verdienmodellen moeten nog worden bewezen.”

Exponentieel

Philippe Gijsels wijst erop dat de nieuwe technologie wordt uitgerold door bestaande technologiebedrijven, terwijl dat vroeger eerder gebeurde door nieuwe bedrijven die de oude garde uit de markt duwde. “Dat geeft deze bedrijven de kans exponentieel te groeien. Je kunt je het niet veroorloven niet belegd te zijn in die bedrijven. Dat zijn de winnaars. Dit is geen klassieke zeepbel.”

Wie de voorbije jaren de beurzen wou kloppen, moest een stevige portie technologie in portefeuille hebben. “Met als gevolg dat de markt als geheel, en zeker zonder de grote technologiebedrijven, goedkoop gewaardeerd is”, zegt Patrick Vermeulen. “Mocht de Europese economie opveren in 2026, eventueel ondersteund door een vredesdeal in Oekraïne, dan kan het vertrouwen terugkeren en het sentiment snel keren. Er is een overvloed aan goede bedrijven die zeer redelijk gewaardeerd worden.”

Lager gewicht voor obligaties

Strategen zien volgend jaar minder brood in obligaties. De inflatie lijkt, zeker in Europa, onder controle, maar zorgen over de kredietwaardigheid van overheden en een aantrekkende economie kunnen de langetermijnrente hoger en de obligatiekoersen dus lager duwen. “We verwachten in 2026 een stijging van de langetermijnrente. Daarom hebben we onze obligatiepositie licht verminderd. We zoeken wat rendement door ook wat obligaties te kopen die een trapje onder kwaliteit staan. Overheidsobligaties brengen amper meer op dan de inflatie. Ook op de meer risicovolle obligaties is de risicovergoeding te mager”, zegt Tom Simonts.

‘Je moet in 2026 op de aandelenmarkten zijn om een rendement te behalen, want de verwachte return op obligaties is mager’

“De langetermijnrente is nog te laag in Europa”, zegt ook Vincent Juvyns. “In principe hebben we recht op een langetermijnrente die zowel de inflatie als de reële groei reflecteert. Dat impliceert een rente van 3,3 procent in Duitsland, tegenover 2,7 procent eind november. We zijn dus voorzichtig met staatsobligaties. We geven de voorkeur aan bedrijfsobligaties van goede kwaliteit. Op de meer risicovolle uitgiftes is de rentevergoeding te mager.”

Philippe Gijsels geeft de voorkeur aan looptijden van drie tot vijf jaar. “Die mogen niet te kort zijn, omdat de beleidsrente nog zal dalen, zeker in de VS. Maar te lange looptijden zijn niet aangewezen bij een stijging van de langetermijnrente. We kopen ook obligaties uit de ontluikende markten in lokale munten, omdat we rekening houden met een verdere verzwakking van de dollar.”

“De langetermijnrente kan volgend jaar wat stijgen. Daarom laten we de gemiddelde looptijd niet te lang oplopen”, zegt ook Erik Joly, die enkel voor obligaties in euro kiest. “We beleggen niet in andere munten, omdat het wisselkoersrisico onvoldoende wordt vergoed. Geen exotische obligaties voor ons. We passen ook voor obligaties met een hoger risico en kiezen voor kwaliteitsobligaties, zowel van overheden als van bedrijven. Denk aan Duitse overheidsobligaties. We zijn niet blind voor het expansievere budgettaire beleid van Duitsland, maar de oosterburen hebben grote budgettaire buffers. Onze obligatieportefeuille is onze buffer, mocht het in 2026 toch misgaan op de beurzen.”

Vergeet goud niet

Voor de meeste strategen verdient ook goud een plaatsje in de portefeuille, met een positie van hooguit 5 procent. “Met goud steek je een portie veiligheid in de portefeuille. We zien de goudprijs niet onder 3.700 dollar per ounce dalen. Er is genoeg geopolitieke onzekerheid en China blijft goud kopen om de deviezenreserves te diversifiëren”, zegt Erik Joly.

“Met goud diversifieer je een portefeuille veel beter dan bijvoorbeeld met de bitcoin, waarvan de koers meer beweegt in het ritme van de beurzen”, zegt ook Vincent Juvyns. “Het edelmetaal heeft ook nog opwaarts potentieel. De vraag vanuit de centrale banken houdt aan. De deviezenreserves van China bestaan maar voor 7 procent uit goud, tegenover gemiddeld 16 procent in de rest van de wereld.”

“We staan nog maar aan het begin van de grootste stierenmarkt ooit in goud en grondstoffen”, zegt Philippe Gijsels. “De vraag naar grondstoffen neemt toe, terwijl het aanbod niet kan volgen. Enkel olie blijft achter op de korte termijn. Ook voor goud is dit nog maar het begin. In goud en zilver kan je het best beleggen via ETF’s die in fysiek goud en zilver beleggen. In de rest van de grondstoffen beleg je het best via ETF’s die mijnbouwaandelen volgen.”

Beluister ook de podcast met Boris Cukon (European Capital Partners) en Frank Vranken (Edmond de Rothschild) of de podcast met Trends-columnist Anton van Zantbeek (Rivus) over de impact van de meerwaardebelasting.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Partner Expertise