Samen met Gerard Reve en Harry Mulisch wordt Willem Frederik Hermans gerekend tot de 'Grote Drie' van de Nederlandse literatuur. Hermans, die jarenlang in Brussel woonde, stond bekend als een ruziemaker. Met zijn heftige polemieken schopte hij tegen heel wat heilige huisjes. Tot zijn bekendste fictieboeken behoren de oorlogsverhalen De tranen der acacia's en De donkere kamer van Damokles, de sleutelroman Onder professoren en Nooit meer slapen. Dat laatste...

Samen met Gerard Reve en Harry Mulisch wordt Willem Frederik Hermans gerekend tot de 'Grote Drie' van de Nederlandse literatuur. Hermans, die jarenlang in Brussel woonde, stond bekend als een ruziemaker. Met zijn heftige polemieken schopte hij tegen heel wat heilige huisjes. Tot zijn bekendste fictieboeken behoren de oorlogsverhalen De tranen der acacia's en De donkere kamer van Damokles, de sleutelroman Onder professoren en Nooit meer slapen. Dat laatste boek handelt over een jonge wetenschapper die naar Noorwegen trekt, om er naam te maken als geoloog. Weinigen weten dat de schrijver en humoristische beroepscynicus W.F. Hermans ook gepromoveerd was als fysisch geograaf, wat voor de schrijver bijna hetzelfde was als geoloog. Van 1953 tot 1973 was Hermans als lector verbonden aan de Universiteit van Groningen, waar hij uiteindelijk met slaande deuren vertrok. Salomon Kroonenberg, emeritus hoogleraar geologie aan de Technische Universiteit Delft, bracht onlangs De aarde volgens W.F. Hermans uit. Daarin belicht hij de onbekende kant van de literaire mastodont. Kroonenberg gaat na in hoeverre Hermans' wetenschappelijke achtergrond inspiratie heeft geleverd voor zijn romans en zijn wereldbeeld. Hermans noemde zich "door en door nihilist". Als wetenschapper besefte hij "de nietigheid van de mens in het licht van de geologische geschiedenis en de zinloosheid van het menselijk streven". De aarde volgens W.F. Hermans leert ons inzien dat achter de vaak surrealistische passages in Hermans' fictie een erg wetenschappelijke analyse schuilgaat. Niet toevallig vangt Conserve, zijn eerste roman, aan met de zin: "Wie over de reling hing en recht naar beneden keek, kon vaststellen dat het schip vorderde, of draaide alleen de aarde er onderdoor?" Het veelal mechanische wereldbeeld dat de Nederlander aanhing, komt ook tot uiting in zijn obsessie met horloges: het universum als een perfect afgesteld raderwerk. In zijn originele boek, dat doorspekt is met fotomateriaal, reist Kroonenberg Hermans achterna. Waar verrichtte de schrijver annex wetenschapper zijn veld- en bodemonderzoek? Toch besluit Kroonenberg dat de zowat meest getalenteerde Nederlandse literator ook in zijn eigen vak in de eerste plaats lezer en schrijver bleef: "Hij groef liever in de boeken dan in de grond."