Crisis of geen crisis, de Belgische gezinnen zijn rijker dan ooit. Als je al hun zichtrekeningen, spaarboekjes, aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en andere spaarvormen samentelt, kom je tot een financieel vermogen van 1103 miljard euro in het eerste kwartaal van 2014. Dat is een historisch hoogtepunt. Trek je van het financiële vermogen de leninglast af, krijg je een netto financieel vermogen van 881,5 miljard euro. Ook dat is een record.
...

Crisis of geen crisis, de Belgische gezinnen zijn rijker dan ooit. Als je al hun zichtrekeningen, spaarboekjes, aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en andere spaarvormen samentelt, kom je tot een financieel vermogen van 1103 miljard euro in het eerste kwartaal van 2014. Dat is een historisch hoogtepunt. Trek je van het financiële vermogen de leninglast af, krijg je een netto financieel vermogen van 881,5 miljard euro. Ook dat is een record. Ondanks al hun rijkdom, wagen de Belgen zich niet aan avonturen. Hun geld zit vaak in activa met weinig of geen risico. Van de 1103 miljard euro zat 7 procent in biljetten en zichtrekeningen, 24 procent stond op spaar- of termijnrekeningen, en 25 procent was belegd in levensverzekeringen en pensioenfondsen (zie grafiek Belgen voorzichtig met hun geld). Activa met risico -- beursgenoteerde aandelen, obligaties en beveks -- maakten een kwart van het financiële vermogen uit. Midden 2007, net voor de crisis, was dat nog 33,7 procent. "Het is niet dat de Belgen meer sparen dan vroeger", zegt Julien Manceaux, econoom van ING België. "De bestemming van het nieuwe spaargeld is minder riskant geworden. In maart 2011 waren de Belgen weer even rijk als voor de crisis. Sindsdien spaarden ze 73,6 miljard euro bij, en verkochten ze voor 8,4 miljard euro obligaties, samen 82 miljard euro. Van dat bedrag stroomde 60 procent naar spaarboekjes en termijnrekeningen, en 30 procent naar levensverzekeringen en pensioenfondsen. Dat maakt dat 9 van de 10 euro's vloeiden naar beleggingen zonder veel risico. Amper 6 procent ging naar aandelen, en haast niets naar beveks." Staken de Belgen weinig geld in risicovolle activa, de waarde ervan steeg wel. De voorbije jaren zijn vooral de koersen van aandelen en beveks flink toegenomen. "De koersstijgingen deden zich vooral voor in 2012 en 2013", zegt Manceaux. "Misschien zullen ze aanhouden in 2014, en dat wakkert de risicoappetijt van de beleggers aan. In het eerste kwartaal van 2014 spaarden de Belgen 5,8 miljard euro en verkochten ze voor 0,9 miljard euro aan obligaties. Van dat geld ging 3,8 miljard euro naar spaarboekjes en termijnrekeningen. Dat is nog altijd veel, maar een stuk minder dan de 5,5 miljard euro in het eerste kwartaal van 2013. Er ging 568 miljoen euro naar beveks, 30 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2013. De geldstroom naar beursgenoteerde aandelen stak er bovenuit, met 1,7 miljard euro. Dat is meer dan in heel 2013." Het feest zal niet blijven duren. "Drie jaar op een rij met stijgende koersen, dat komt zelden voor", zegt Manceaux. "Het is goed mogelijk dat de beurzen stilvallen in de loop van dit jaar. Er zijn veel risico's, zoals de geopolitieke spanningen of de verstrakking van het Amerikaanse monetaire beleid. Gek genoeg zal dat niet noodzakelijk het einde betekenen van de geldstromen naar aandelen. Vaak reageren beleggers veel te laat op een omkering van de markten. Eind 2007 stroomde nog een halfjaar lang geld naar de beurzen terwijl de correctie al begonnen was." De stijgende koersen van aandelen en beveks konden niet verhinderen dat het groeitempo van het netto financieel vermogen afnam. Eind 2013 was dat groeitempo 4,1 procent op jaarbasis, tegen 8,5 procent eind 2012 (zie grafiek Trager rijk). Dat is hoger dan het gemiddelde van de voorbije tien jaar, namelijk 3,5 procent, maar veel lager dan in de periode voor de crisis. Toen haalde het netto financieel vermogen groeivoeten van gemiddeld 8 procent in 2004 en 2005. "Dat lagere groeitempo is te wijten aan onze keuze voor spaarboekjes met laag rendement", zegt Manceaux. "Dat heeft ook een voordeel: als de beurzen omkeren in de komende maanden, zullen de gezinnen minder geld verliezen. Vergeet ook niet dat, ondanks het lagere tempo, het netto financieel vermogen nog altijd sneller groeit dan de economie. Het netto financieel vermogen zit nu aan 227 procent van het bbp, dat is boven het langetermijngemiddelde van 225 procent." Hoe zit het met het vastgoed van de Belgen? Eind 2013 bedroeg het vastgoedvermogen 1137 miljard euro. Tel je daar het netto financieel vermogen bij, kom je aan 524 procent van het bpp. Eind 2012 was dat 514 procent. Het vastgoedvermogen groeit trager dan het netto financieel vermogen. Het gevolg is dat het aandeel van vastgoed in het gezinsvermogen afneemt, van 54 procent in 2008 naar 51 procent in 2013. "De vertraging van de vastgoedprijzen heeft daar veel mee te maken", zegt Manceaux. "Mocht de hernieuwde risicoappetijt van de Belgen standhouden, dan zal het vastgoedaandeel in het totale vermogen blijven zakken, zij het lichtjes." De slabakkende vastgoedmarkt heeft een voordeel: gezinnen steken zich minder in de schulden. "Zowat 80 procent van de kredieten aan gezinnen zijn hypothecaire", zegt Manceaux. "In 2013 gingen de gezinnen 5,6 miljard euro nieuwe leningen aan. Dat is de kleinste toename van het voorbije decennium. Ook 2012 was een zwak jaar, met een nieuwe schuldenlast van 8,6 miljard euro. De tendens is in het eerste kwartaal van 2014 niet gekeerd. De nieuwe schuldenlast bedroeg toen 1,1 miljard euro, of minder dan 5 miljard op jaarbasis. Dat komt in de buurt van het niveau van begin de jaren 2000, voor de start van de vastgoedhausse" (zie grafiek Minder nieuwe schulden). De schuldenlast van de gezinnen kwam uit op 221,5 miljard euro in het eerste kwartaal van 2014, of 57,2 procent van het bbp. Manceaux: "Op zich is dat geen ramp, maar het is verontrustend. België is een van de Europese landen met de grootste staatsschuld, waarvoor de gezinnen eigenlijk als borg fungeren." JOZEF VANGELDER