Waarom moet u deze onderzoeker kennen?

Begin deze maand vond de derde editie van Pain Science In Motion plaats. Dat is voor doctoraatsonderzoekers zowat het belangrijkste wetenschappelijke congres over de samenhang tussen chronische pijn en beweging. De locatie voor de jongste editie was de Italiaanse stad Savona, maar de eerste editie vond in 2015 in Brussel plaats. Logisch, want het congres is een initiatief van Pain in Motion, het internationale onderzoeksplatform dat wortel schoot in Brussel en wordt geleid door de VUB-hoogleraar Jo Nijs.
...

Begin deze maand vond de derde editie van Pain Science In Motion plaats. Dat is voor doctoraatsonderzoekers zowat het belangrijkste wetenschappelijke congres over de samenhang tussen chronische pijn en beweging. De locatie voor de jongste editie was de Italiaanse stad Savona, maar de eerste editie vond in 2015 in Brussel plaats. Logisch, want het congres is een initiatief van Pain in Motion, het internationale onderzoeksplatform dat wortel schoot in Brussel en wordt geleid door de VUB-hoogleraar Jo Nijs. Opgeleid als kinesitherapeut en manueel therapeut, koos hij voor een doctoraat over pijnklachten bij patiënten met het chronischevermoeidheidssyndroom (CVS). Nu ligt zijn focus vooral op langdurige rugklachten en chronische pijn bij kankerpatiënten. "Niet omdat CVS controversieel zou zijn", zegt Nijs. "Rugklachten zijn maatschappelijk relevanter, omdat er nu eenmaal meer patiënten met rugklachten zijn dan met CVS. Bovendien moet je als onderzoeker soms de realiteitszin aan de dag leggen om te kiezen voor onderzoek waarvoor geld beschikbaar is. Dat is ook het geval voor chronische pijn bij kankerpatiënten." De teller met wetenschappelijke publicaties van Nijs heeft de tweehonderd al ruim overschreden. Centraal in zijn onderzoek staat de theorie van de centrale sensitisatie. Dat is de overprikkeling van het centrale zenuwstelsel. "Daarbij raakt het zenuwstelsel van de patiënt in een alarmfase", vertelt Nijs. Pain in Motion groepeert vier onderzoekslijnen: pijnonderzoek aan het bewegingsapparaat, de relatie tussen voeding en pijn, chronische pijn bij kinderen, en chronische pijn bij kankerpatiënten en -overlevers. "Het kankerproces eindigt niet zodra de oncoloog zegt dat iemand kankervrij is. Zo'n 40 procent van die mensen heeft een aanhoudend pijnprobleem", aldus Nijs. "We weten dat een wijziging in de levensstijl cruciaal is." Pain in Motion is per definitie een internationale onderzoeksgroep met grondvesten aan de VUB. Er wordt samengewerkt met onderzoekers aan de UAntwerpen, de KU Leuven en de UGent. Internationaal zijn er vertakkingen naar Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Saudi-Arabië, Spanje en Italië. "Ook in onze eigen onderzoeksgroep proberen we internationale onderzoekers aan te trekken, dat heeft een positieve impact op de financiering", zegt Nijs. Die komt hoofdzakelijk via de subsidiekanalen uit België, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. En er is een financiële ondersteuning dankzij een onderzoeksprogramma van een Japanse firma. Voorlopig is er geen ondersteuning van de Europese Unie. De gezamenlijke kostprijs van kankerzorg, hart- en vaatziekten en suikerziekte is ongeveer even groot als het bedrag dat België elk jaar aan chronische pijn spendeert. Daarin is ons land allerminst uniek: chronische pijn is een van de meest voorkomende en duurste gezondheidsproblemen. "De traditionele farmacologische pijnbehandelingen zijn ook fel in opspraak gekomen", zegt Nijs. "Opioïde pijnmedicatie zorgt in de Verenigde Staten voor meer doden dan heroïne. Dat wil niet zeggen dat geneesmiddelen geen rol te spelen hebben in chronische pijnbehandeling. Ik denk dat de farma en de lifestylewereld samen een betekenisvolle impact kunnen hebben. Naar de gecombineerde meerwaarde gebeurt nog te weinig onderzoek." Volgens Nijs levert het bijscholen van clinici nu al een klein deel van de inkomsten van zijn groep. Maar een klassieke spin-off zit er niet meteen aan te komen. "Het zou kunnen", zegt hij. "Enkele jaren geleden hebben we een methode uitgewerkt om aan chronische patiënten uit te leggen hoe ze hun levensstijl moeten aanpassen. De versie voor kinderen hebben we laten registreren bij een notaris om te beletten dat iemand anders dat zou commercialiseren. Het programma is gratis beschikbaar op onze website."