Deze week wacht de hele geneesmiddelenindustrie op de verschijning van het besluit dat de groepsgewijze herziening van cholesterolverlagers regelt. Dat zal onderlijnen welke prioriteit minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Rudy Demotte ( PS) kiest in het geneesmiddelenbeleid. Sinds november 2003 is het voorschrift van de dure en efficiënte cholesterolverlagers al gebonden aan geactualiseerde criteria. Vanaf 1 juni krijgt de herziening - nog ingezet door zijn voorganger Frank Vandenbroucke ( SP. A) - een tweede luik, dat de administratieve vereenvoudiging regelt. Vreemd...

Deze week wacht de hele geneesmiddelenindustrie op de verschijning van het besluit dat de groepsgewijze herziening van cholesterolverlagers regelt. Dat zal onderlijnen welke prioriteit minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Rudy Demotte ( PS) kiest in het geneesmiddelenbeleid. Sinds november 2003 is het voorschrift van de dure en efficiënte cholesterolverlagers al gebonden aan geactualiseerde criteria. Vanaf 1 juni krijgt de herziening - nog ingezet door zijn voorganger Frank Vandenbroucke ( SP. A) - een tweede luik, dat de administratieve vereenvoudiging regelt. Vreemd genoeg is niemand tevreden met de nieuwe regeling. Sterker nog: elke waarnemer voorspelt dat het systeem niet betaalbaar is. Het vooropgestelde deelbudget van 187 miljoen euro ligt weliswaar hoger dan wat het Riziv in 2002 uitgaf aan statines (180 miljoen euro), maar een pak lager dan de totale omzet van statines in 2003 (203 miljoen euro). Er is een wonder nodig om de rekening te doen kloppen. De cholesteroloorlog toont hoe het Belgische geneesmiddelenbeleid stilaan onhoudbaar wordt. De uitgaven bedroegen vorig jaar 2,7 miljard euro en stijgen naar schatting 6 % tot 8 % per jaar. De overheid probeert via controlemechanismen de uitgavengroei wel te beperken, maar 'evidence based medicine' is geen passe-partout. Irrationeel voorschrijfgedrag is niet de enige motor van de uitgavenexplosie van de laatste jaren. Steeds duidelijker spelen budgettaire overwegingen een rol bij de beslissingen over terugbetaling van geneesmiddelen. De volksgezondheid moet betaalbaar blijven. De selectieve terugbetaalbaarheid stoelt toch zogenaamd op 'evidence based medicine'? Eigenlijk is dat maar een deel van de waarheid: vandaag worden wetenschappelijke gegevens gebruikt om de selectieve terugbetaling te rechtvaardigen. Niet iedere patiënt die nood heeft aan cholesterolverlagers krijgt immers zijn statines terugbetaald. Cholesterolverlagers zijn een lucratieve markt, elke speler probeert zijn graantje daarvan mee te pikken. Zocor, de eerste van de huidige klasse cholesterolverlagers, is sinds een jaar zijn octrooibescherming kwijt. Het is onbegrijpelijk dat twaalf maanden later de generiekproducenten in België slechts 6 % van de markt in handen hebben. In Nederland is dat 90 %. Op die manier loopt de overheid miljoenen euro mis, geld dat Demotte kon gebruiken om meer patiënten toegang te verlenen tot de statines. Bovendien blijken recente besparingsmaatregelen zoals de referentieterugbetaling en de prijsverlaging van oude geneesmiddelen niet het gewenste effect te hebben. Het is tijd voor een veel radicalere aanpak. Gedeeltelijke privatisering is een mogelijke piste, maar er bestaat nog een ander interessant model. In Nieuw-Zeeland hanteert de overheid voor een tiental geneesmiddelen die een grote hap uit het budget nemen een systeem van openbare aanbesteding. In dat systeem krijgt de speler die het product tegen de interessantste prijs aanbiedt voor drie jaar een monopolie. Daarna volgt een nieuwe aanbesteding. Het Nieuw-Zeelandse model tast de marktwerking aan? Nietes. De monopolies verharden de competitie en geven de markt hopelijk opnieuw ademruimte. Het kleine marktaandeel van de generiekproducenten bewijst dat bij ons de markt niet wérkt. Roeland Byl