Op papier zou het ondanks alles een kalm jaar moeten worden voor Frankrijk. Er hangt geen referendum in de lucht en er staan geen verkiezingen voor de deur. De inkorting van de presidentiële ambtstermijn van zeven naar vijf jaar heeft de politieke cyclus samengeperst. De strijd over het post-Chirac-tijdperk zal nu voorgoed losbarsten in wat een één jaar durende voorverkiezing lijkt te worden tot aan de eigenlijke presidentsverkiezingen die voor mei 2007 gepland zijn. Broedertwisten zullen het beeld bepalen omdat zowel de centrumrechtse gaullisten van Chirac als de socialistische oppositie niet alleen tegen maar ook onder elkaar concurreren.
...

Op papier zou het ondanks alles een kalm jaar moeten worden voor Frankrijk. Er hangt geen referendum in de lucht en er staan geen verkiezingen voor de deur. De inkorting van de presidentiële ambtstermijn van zeven naar vijf jaar heeft de politieke cyclus samengeperst. De strijd over het post-Chirac-tijdperk zal nu voorgoed losbarsten in wat een één jaar durende voorverkiezing lijkt te worden tot aan de eigenlijke presidentsverkiezingen die voor mei 2007 gepland zijn. Broedertwisten zullen het beeld bepalen omdat zowel de centrumrechtse gaullisten van Chirac als de socialistische oppositie niet alleen tegen maar ook onder elkaar concurreren. De Fransen zijn klaar voor verandering. Ze zijn de wereldvreemde elite beu en hechten geen geloof meer aan politieke beloften. Ze vrezen gewoon voor hun job. Chirac verpersoonlijkt het verleden. In 2006 zal het dertig jaar geleden zijn dat hij voor het eerst ontslag nam als eerste minister. Als er geen verdere gezondheidscomplicaties bij hem optreden, is zijn kandidatuur voor een derde ambtstermijn niet uitgesloten, wel onwaarschijnlijk. Maar tot welke veranderingen zijn de Fransen bereid? Dominique de Villepin, eerste minister en Chiracs politieke zoon, vervult steeds meer de rol van de hoeder van gaullistisch rechts. Daardoor komt hij tegenover de rebellerende zoon van de familie te staan, Nicolas Sarkozy, minister van Binnenlandse Zaken en ambitieus leider van de regerende UMP. Naarmate de status van De Villepin groeit, zal Sarkozy's merkwaardige gave om vaart achter de zaken te krijgen op de proef worden gesteld. Sarkozy is een door de wol geverfd, streberig advocaat, die ongetwijfeld zal pleiten voor een 'politieke breuk', een volledig afstappen van het Franse sociale model, een afgeslankte staat, meer tewerkstellingsbijstand, minder belastingen. Hij zal zijn boodschap verpakken in een no-nonsensetaal en hij zal het vooral hebben over steun aan 'de middenklasse'. Hij krijgt het echter steeds moeilijker om een radicaal alternatief te schetsen voor het huidige beleid, van een regering waar hij zelf deel van uitmaakt. Aan het einde van het jaar zal hij zijn ministerportefeuille dan ook teruggeven om zich te kunnen toeleggen op de voorbereiding van zijn gooi naar het presidentschap. Intussen gaat de aristocratische, gladde De Villepin er hoogstwaarschijnlijk van uit dat te veel verandering de Fransen alleen maar zal verwarren. Daarom wil hij een geruststellend element van continuïteit aanreiken en tegelijk trachten om de beleidsvorming nieuw leven in te blazen, om zo Sarkozy het monopolie op nieuwe ideeën te ontzeggen. Naarmate de werkloosheid verder onder de 10 % zakt en er meer gesubsidieerde jobs komen, zal zijn populariteit groeien en tegelijk ook zijn geloofwaardigheid als mogelijke president. De grootste moeilijkheid voor De Villepin bestaat erin om voor zichzelf een plaats als kandidaat te veroveren. Hij is niet verkozen, waardoor hem een machtsbasis ontbreekt. Bovendien is de UMP in handen van Sarkozy. Zichzelf buiten de partij opstellen, kan echter riskant zijn: rechts wordt genoeg verdeeld door rivaliserende partijen in het centrum, nationalistisch rechts en extreem rechts. Kortom, tussen De Villepin en Sarkozy belooft het constant te onweren. Maar wat als de Fransen met veranderingen stiekem een terugkeer naar de zogezegd betere tijden bedoelen? Dat idee wordt verdedigd door de uiterst linkse trotskisten en communisten, die een gemengde boodschap uitdragen van protectionistische antiglobalisering en een kruistocht voor sociale rechtvaardigheid. Het weerspiegelt in elk geval de heersende stemming. Daarom ook blijft Laurent Fabius, de voormalige eerste minister die zich nu ontpopt tot een socialistisch rebel, met die linkerzijde flirten in een poging om zichzelf - hoe onwaarschijnlijk ook - op te werken tot boegbeeld van de linkerzijde. Of de Socialistische Partij bereid is om zijn zwaai naar links te volgen, zal blijken bij de aanduiding van haar presidentskandidaat, waarschijnlijk begin november. Er zijn heel wat gegadigden, gaande van Fabius en Dominique Strauss-Kahn tot Jack Lang en zelfs Ségolène Royal uit de modernistische vleugel. Als Fabius erin slaagt om de kandidatuur binnen te halen, zou dat bij de partijleiding opschudding veroorzaken. Op het vlak van beleidsvorming kan de concurrentie tussen de partijen intussen voordelen opleveren. De Villepin wil klinkende resultaten voorleggen. Hij zal een rem zetten op de inkomstenbelasting en het maximumtarief voor de aangiften van 2007 op 40 % brengen. Hij maakt ook werk van verdere privatiseringen. Er komen meer banenplannen, maar verwacht geen aanval op de staatsbureaucratie of de arbeidswetgeving. De openbare financiën blijven onder druk staan en de economische groei haalt de 2 % waarschijnlijk niet. De toevallige bezoeker aan Frankrijk zal de heersende somberheid misschien onthutsend vinden. Het is een goed onderhouden land, waar het huisvuil regelmatig opgehaald wordt en de gezinnen nog samen aan tafel zitten om te eten. Het is ook een land dat investeert in de toekomst. Airbus levert tegen eind 2006 zijn eerste A380-superjumbo's af aan Singapore Airlines. De werken aan de TGV Est, de hogesnelheidsverbinding tussen Parijs en Straatsburg, naderen hun voltooiing. De bedrijfswinsten van de Franse wereldbedrijven blijven toenemen. Maar Frankrijk leeft ook boven zijn stand en blijft sociaal en raciaal verdeeld. De steden worden omringd door grimmige torenblokken die wemelen van de talen, de kleuren en de religies. De werkloosheid is ondraaglijk hoog, vooral onder de jonge moslims. Een sociale explosie kon dan ook niet uitblijven. Dergelijk misnoegen en de vrees voor uitbarstingen wakkert het populisme aan, vooral in extreem-rechtse kringen. Die onrust aan banden leggen en de hoop op een betere toekomst levendig houden, wordt de grote uitdaging voor een politieke klasse die hoognodig haar geloofwaardigheid moet herstellen om een schadelijke versnippering van het gemiddelde kiespubliek te vermijden in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2007. Sophie Pedder is correspondente van The Economist. Sophie Pedder