jeffrey A. FRIEDEN. "Er zijn een heleboel parallellen tussen de goudstandaard eind 19e eeuw en de euro vandaag. De goudstandaard was zeer controversieel, de hele periode van 1860 tot 1920. Waarom is de euro zoals de goudstandaard? Een munt vasthechten aan de goudstandaard maakte goedkoper lenen mogelijk. Het versoepelde de deelname aan de wereldhandel. Het was een lokmiddel om buitenlandse investeringen aan te trekken. Het verminderde de transactiekosten van internationale economische activiteiten. Maar er waren uiteraard ook nadelen. De belangrijkste kost was dat je he...

jeffrey A. FRIEDEN. "Er zijn een heleboel parallellen tussen de goudstandaard eind 19e eeuw en de euro vandaag. De goudstandaard was zeer controversieel, de hele periode van 1860 tot 1920. Waarom is de euro zoals de goudstandaard? Een munt vasthechten aan de goudstandaard maakte goedkoper lenen mogelijk. Het versoepelde de deelname aan de wereldhandel. Het was een lokmiddel om buitenlandse investeringen aan te trekken. Het verminderde de transactiekosten van internationale economische activiteiten. Maar er waren uiteraard ook nadelen. De belangrijkste kost was dat je het eigen muntbeleid op-gaf. Je kon geen eigen beleid voeren tegen recessies, werkloosheid, inflatie. Met de Grote Depressie lieten de meeste landen de goudstandaard los."FRIEDEN. "De voorloper van euroland, het Europese Muntsysteem (EMS), geeft een indicatie van wat er kan gebeuren. Het stabiliseerde de wisselkoersen. Maar in 1991 begon Duitsland een harder muntbeleid te voeren, om mogelijke inflatie te vermijden. Het zorgde voor een recessie bij de andere EMS lidstaten. De Europese landen moesten dan een beslissing nemen. Wat is belangrijker: de band met de Deutsche Mark behouden? Of een nationaal muntbeleid voeren? Bijna alle landen kozen voor een devaluatie. "Met de euro heb je die keuze uiteraard niet langer. Portugal, Spanje en Italië hebben momenteel zware problemen. Ze hebben geen eigen munt meer, maar hun lasten zijn sterk gestegen. Het is niet zeker of Spanje en Portugal dit hadden kunnen vermijden. Ze kenden een zeer sterke economische groei. Die ging gepaard met veel buitenlandse investeringen in vastgoed en infrastructuur. Het probleem is dat beide landen te duur zijn geworden binnen euroland. In 1990 zouden Portugal en Spanje een devaluatie kunnen doorvoeren, maar vandaag hebben ze nog slechts twee keuzes. Eén: een binnenlands bezuinigingsbeleid zodat de prijzen weer zakken. Het is echter zeer moeilijk om nominale lonen te laten zakken. Ook de nieuwe Oost-Europese lidstaten zullen met dit type van problemen worden geconfronteerd, eens ze omschakelen naar de euro. Hoe gaan ze dat oplossen? Ze zijn succesvol, maar net dat succes creëert problemen op de Europese binnenmarkt. Blijft nog de tweede keuzemogelijkheid: uit euroland stappen."FRIEDEN. "Nee, ik ben niet pessimistisch. De voordelen zijn nog steeds zeer tastbaar. De voorbije 25 jaar zag je een toenemende verdieping van de Europese eenmaking. De economische groei van de lidstaten is in sterke mate te danken aan die verwezenlijkingen. In sommige regio's is Europa niet populair. Betekent het dat landen als Portugal of Griekenland beter uit de eurozone zouden stappen? Nee, maar de noordelijke landen zullen bijvoorbeeld Portugal heel wat geld geven om in de eurozone te blijven. Ik ben dus niet pessimistisch. Ik ben een optimist. Hoewel, wij zeggen: een pessimist is eigenlijk een goed geïnformeerde optimist."