Yasmien Naciri (29) is van vele markten thuis. Ze is auteur, zelfstandig ondernemer, adviseert beleidsmakers en is wetenschappelijk medewerker aan de UA. Tegelijk zetelt ze in enkele raden van bestuur, vooral bij sociale organisaties, in het jeugdwerk en de cultuursector. De aandacht voor jongeren en mensen in armoede - en in het bijzonder voor jongeren in armoede - is de drijfveer van haar engagement.
...

Yasmien Naciri (29) is van vele markten thuis. Ze is auteur, zelfstandig ondernemer, adviseert beleidsmakers en is wetenschappelijk medewerker aan de UA. Tegelijk zetelt ze in enkele raden van bestuur, vooral bij sociale organisaties, in het jeugdwerk en de cultuursector. De aandacht voor jongeren en mensen in armoede - en in het bijzonder voor jongeren in armoede - is de drijfveer van haar engagement. Tijdens de eerste lockdown viel het haar meteen op dat er een grote kloof gaapt tussen beleidsmakers, kabinetten, experts en gewone burgers. "De mensen die beslissingen namen, hadden nauwelijks voeling met de burgers die zonder inkomen, onderwijs of zorg vielen. Een van de dingen die me het meest is bijgebleven, is toen mensen massaal op tijdelijke werkloosheid werden gezet. Ze moesten wel maandenlang wachten op hun uitkering. De Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen, een overheidsinstantie, kon het helemaal niet aan. Ook de vakbonden wisten niet precies hoe ze dit moesten aanpakken. Dat heeft veel werkende mensen die op de rand van de armoede leven, in zware problemen gebracht. Mijn mama, die poetshulp is, heb ik financieel ondersteund in de periode dat ze zonder werk zat. Ik vind dat vanzelfsprekend, maar velen hebben niemand die kan helpen. Dat toonde een gigantische lacune in het beleid." Ook werkende jongeren werden het slachtoffer van dat wankele beleid, aldus Naciri. "Er is een groep jongeren die werkt om te kunnen studeren, jongeren die verantwoordelijk zijn voor zichzelf en soms voor een heel gezin. Hun banen, vaak in de horeca of in winkels, vielen weg. Nadat ik verschillende hulpkreten had gekregen, heb ik het initiatief genomen om via sociale media hulp te zoeken, zodat een dertigtal jongeren tijdens de examenperiode hun boodschappen konden doen. Jongeren die werkloos werden en geen nieuwe baan konden vinden, daar was in het begin helemaal geen aandacht voor." YASMIEN NACIRI. "Ja, maar slechts voor een deel. Volgens mij hangt het nauw samen met armoede. Het wordt heel hard onderschat hoeveel jongeren in of op de rand van de armoede leven. Het aantal jongeren onder de daklozen stijgt, de kinderarmoedecijfers zien er nog altijd niet goed uit. Die jongeren worden niet plots rijker als ze 18 worden. Door te studeren en te werken proberen ze die vicieuze cirkel te doorbreken, maar dat lukt niet iedereen. Veel jongeren die in armoede leven, van wie een groot deel een migratieachtergrond heeft, starten gewoon met een gigantische achterstand. "Die kloof werd tijdens corona erg duidelijk. Thuisonderwijs was voor die groep zo goed als onmogelijk door gebrek aan fysieke en mentale ruimte. De geldzorgen van de ouders zijn ook de zorgen van het kind. Tijdens de eerste lockdown had ik zoals enkelen de reflex om onmiddellijk laptops in te zamelen en die uit te delen aan jongeren die mij via sociale media om hulp hadden gevraagd. Ik doe dat zoals velen met plezier, maar het is wel problematisch dat mensen zoals wij een beleidsprobleem moeten oplossen." NACIRI. "Deels. Sommige zijn niet op tijd aangekomen, waardoor de jeugdwerksector en hulporganisaties het gat moesten dichten. Bovendien bleek achteraf dat de kosten voor die laptops in mindering zouden worden gebracht van de schoolbudgetten. In gewone omstandigheden zou ik dat kunnen begrijpen, maar dit was een crisissituatie. En de scholen die het moeilijk hebben, worden harder getroffen. Een school met veel uitdagingen en kinderen in armoede zal zijn budget zien krimpen, een school met kinderen uit welgestelde families niet. We vergroten zo de ongelijkheid." NACIRI. "Absoluut. Ik vind dat soms choquerend om te zien. Die jongeren uit praktijkgerichte opleidingen hebben een heel lange periode cruciale kennis gemist, omdat er minder praktijk kon worden gegeven. Ik snap niet hoe het komt dat daar zo weinig rekening mee is gehouden. Zit er dan niemand op zo'n kabinet, in zo'n expertengroep, die daar even bij stilstaat? Als je expertengroepen samenstelt, zorg dan dat er minder blinde vlekken zijn." NACIRI. "Zij hebben inderdaad niet de middelen om luid aanwezig te zijn, zoals de horeca, die terecht op tafel klopte. Het is een klassiek voorbeeld van hoe je sociaaleconomische status en je opleiding een gigantische rol spelen in de sociale mobiliteit en in de manier waarop je participeert in de samenleving. Wij zijn luid, we kruipen in de pen, bespelen de sociale media, trekken aan de alarmbel, maar anderen hebben die luxe niet. Sommige mensen zijn vooral bezig met overleven, en dat is al moeilijk genoeg. Veel fabrieksjongeren hebben gewoon doorgewerkt, vaak ook nog in corona-onveilige situaties. Maar die kunnen niet makkelijk van de ene baan naar de andere gaan, zoals hoogopgeleiden, dus klagen ze niet en werken ze door, hopend dat ze hun werk niet verliezen." NACIRI. "Heel zeker. Door het beleid, de experts én de media. Tijdens de eerste lockdown zag ik een nieuwsvideo waarin gezinnen met een grote tuin vrolijk aan het woord kwamen. Ik dacht: zijn jullie echt zo wereldvreemd? Dit is absoluut niet de norm, zeker niet in de steden. Dan heb ik het niet eens over het gestegen familiaal geweld. En dan zijn we boos omdat mensen op straat naar adem happen. Een beetje empathie kan geen kwaad, mensenlevens zijn complexer dan we denken." NACIRI. "Het is niet alleen Blankenberge. Je hebt ook La Boum, en dat zijn niet allemaal jongeren uit kwetsbare situaties. Wat me opvalt: zeker in het begin werd in buurten als Borgerhout heel streng gecontroleerd. Jongeren, kinderen vaak nog, kregen coronaboetes. Maar bij jongeren die samentroepen aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten of op de Kaaien in Antwerpen, zie ik agenten passeren die geduldig afwachten, de kat uit de boom kijken. Mooi, maar laat ons daar consistent in zijn en vooral ook toegeven dat sommige jongeren uit bepaalde buurten heel hard het uitsluitingsmechanisme hebben gevoeld tijdens deze crisis. Ik weet dat ik hiermee tegen de schenen stamp van veel mensen, die zullen het ontkennen of denken dat ik het goedpraat, maar dat doe ik niet. Ik probeer wel situaties te begrijpen, dat mogen we vaker doen." NACIRI. "Nee, daar vrees ik absoluut niet voor. Ik vind het in alle eerlijkheid fantastisch hoe de jongeren de afgelopen achttien maanden hebben volgehouden, als je beseft wat ze allemaal hebben opgegeven en met welke obstakels ze te maken kregen. La Boum of Blankenberge is niet representatief voor de jongeren in Vlaanderen. De meeste jongeren, vooral zij die opgroeien in kwetsbare situaties, blijven uit de buurt van extra problemen, want die kunnen ze er gewoon niet bij hebben. Ik ben geen minister van Jeugd of van Onderwijs, maar ik ben wel trots op hoe de jeugd zich aan de maatregelen heeft gehouden." NACIRI. "Zeker. In de eerste plaats het vrijwilligerswerk dat zoveel mensen hebben gedaan. Mensen hebben zich opgegeven als huiswerkbegeleider, als leerkracht voor de zomerschool, nu weer voor de vaccinatiecentra. De oproep van Peter De Keyzer aan managers en mensen uit het bedrijfsleven om zich op te geven als vrijwilliger werd echt massaal gevolgd. Dat vind ik fantastisch. Hoe Vlaams minister van Gelijke Kansen Bart Somers (Open Vld) en Antwerps schepen van Onderwijs en Jeugd Jinnih Beels (Vooruit) daar snel op hebben ingespeeld, was ook sterk. Want die leerachterstand wegwerken stopt niet aan de schoolpoort. Daar moeten we overal mee bezig zijn. En dat beseffen we nu eindelijk beter door corona. "Ook in andere sectoren zag ik veel vrijwilligerswerk. Bij de voedselbank, in de daklozenopvang, de jeugdsector en onze vaccinatiecentra. Ik vind dat die mensen meer pluimen verdienen. Als je kijkt naar de ellenlange wachtlijsten bij psychologen bijvoorbeeld, en dan ziet hoe de jeugdsector daarop inspeelt, die met groepsgesprekken probeert die lacunes te vullen, dat is ongelooflijk. Dat doen ze met veel vrijwilligers, en met jongeren die zich inzetten voor elkaar." NACIRI. "Ik ben hoe dan ook positief. Wat nu naar boven is gekomen, probeer ik in perspectief te plaatsen. Dit was een onverwachte crisis, dan is het normaal dat problemen en uitdagingen opvallen of verergeren. Maar: net doordat die breuklijnen zichtbaarder zijn geworden, kunnen we er ook mee aan de slag. Burgers gaan dit niet snel vergeten, dus ik reken op het opportunisme van politici om hier snel werk van te maken." NACIRI. "Ik heb altijd al gehamerd op de synergie tussen het onderwijs en de jeugdsector. Die twee kunnen elkaar versterken. Dat zag je nu tijdens de pandemie: veel scholen hebben een beroep gedaan op de jeugdhuizen en jeugdwerkingen uit hun buurt, onder andere voor bijscholing, voor huiswerkbegeleiding, voor de verdeling van laptops. Dat gaat soms over kleine, eenvoudige dingen, zoals het delen van buitenruimtes. Maar voor jongeren is dat wel belangrijk. En de jeugdsector kun je ook linken aan de welzijnssector. Beide sectoren kunnen vaak al problemen oplossen door met jongeren te praten, daar heb je niet altijd een psycholoog voor nodig. Die sectoren moeten worden versterkt. Het mag geen besparingsronde worden." NACIRI. "Dat is een heel teleurstellende case, die mij, zoals velen onder ons, omver heeft geblazen. En ik vrees dat die negatieve gevolgen onvermijdbaar zijn. Ik ben alleen als vrijwillig bestuurder betrokken in het middenveld, maar ik weet dat die case héél zeldzaam is. Beleidsmakers die ad hoc subsidiëren en de resultaten niet opvragen, dat is onvoorstelbaar. Subsidies zijn geen cadeautjes die je uitdeelt, maar moeten altijd resultaatgebonden zijn. En de meerderheid slaagt daar heel goed in. Hopelijk is dit voorval een kans voor beleidsmakers om het beter te doen. En tegen de sector zelf zou ik zeggen: laat de vooroordelen van je afglijden, want jullie impact is groot en jullie werk is onmisbaar."