De nieuwe Vlaamse regering is een feit. Commentatoren doorploegden het regeringsakkoord van meer dan driehonderd pagina's. Hoeveel subsidie verschuift van wonen naar werken? Wie wint en verliest in de onderwijsplannen? Waar wordt bespaard of geïnvesteerd in de zorg of de kinderbijslag? Hoeveel schuift inburgering en integratie op naar rechts? Wat verandert er voor de dienstencheques en de registratierechten? Met de microscoop in de aanslag werd gezalfd of gegeseld.

Ik pleit voor een andere kijk. Deze regering zal Vlaanderen het derde decennium van de eenentwintigste eeuw in loodsen. Ruim tien jaar geleden werd daarvoor het Pact 2020 gesmeed, een gemeenschappelijke visie van de regering en de sociale partners voor een Vlaanderen dat tegen 2020 - aldus de inleiding - 'tot de allerbeste Europese regio's op economisch, ecologisch, sociaal en maatschappelijk vlak behoort'. Daarvoor werden twintig kernprincipes geformuleerd, uitgewerkt in 87 doelstellingen. Hoe verhoudt het nieuwe regeerakkoord zich tot dat pact?

Wat meteen opvalt , is dat het lijvige nieuwe regeerakkoord geen enkele verwijzing bevat naar de doelstellingen van het Pact 2020. Dat zegt veel over het blikveld van de Vlaamse politiek. Maar misschien is het wel verholen schaamte. Veel doelstellingen die Vlaanderen zich met grote stelligheid heeft gesteld, zullen in 2020 illusies blijken te zijn. Zo had Vlaanderen de ambitie bij de top vijf in welvaart, innovatie en investeringen te behoren. Alleen al in Europa gaan meer dan twintig regio's ons daarin voor. Tegen 2020 zou in Vlaanderen 'discriminatie uitgebannen, evenredige arbeidsdeelname verzekerd en de deelname van alle kansengroepen aan de andere domeinen van de maatschappij proportioneel zijn tot hun aandeel in de bevolking'. Dat wordt hard ontwaken op Nieuwjaarsdag, want Vlaanderen scoort lamentabel in gelijke kansen, arbeidsparticipatie en de integratie van niet-Europese migranten, alleenstaanden en oudere werknemers.

Vlaanderen heeft een probleem met beleidsstrategie.

Denk u de regio in waar 'economische poorten vlot bereikbaar zijn via verschillende transportmodi (weg, spoor, water of lucht) en via verschillende transportdragers (privaat en openbaar vervoer)', waar infrastructuur en het beheer van de verkeersstromen het tijdverlies door files beneden 5 procent duwen. U denkt dan zeker niet aan Vlaanderen, waar het fileleed ondraaglijk toeneemt, de infrastructuur verzandt in eindeloze procedures, het openbaar vervoer afkalft en het rekeningrijden taboe blijft. Maar het is wel het Vlaanderen dat in 2020 realiteit zou moeten zijn.

Nog volgens het Pact 2020 zal Vlaanderen volgend jaar vooroplopen in bevoorradingszekerheid, de kostprijs van energie, efficiëntie en de vergroening van elektriciteitsverbruik. Lovenswaardige doelstellingen die iedereen wil, maar die niemand realiseert. In energie blijft Vlaanderen gekneld tussen economie en ecologie, tussen betaalbaarheid, zekerheid en duurzaamheid. Elektriciteit is bijna nergens zo duur en toch loopt ons klimaatbeleid achterop. Dat verhindert ons niet om alweer een ambitieuze emissiereductie te verkondigen tegen 2050. Wie zal zich dan nog het regeerakkoord van 2019 herinneren?

Vlaanderen heeft een probleem met beleidsstrategie. Het ligt niet aan de data. Er zijn genoeg kenniscentra, indicatoren en organen die elk jaar lijvige rapporten produceren. Het ligt aan de bestuurscultuur. Het Pact 2020 leest als wishful thinking. De uitvoering ervan was een lachertje. Er is te weinig politieke ernst, te weinig volharding, te weinig rekenschap.

De nieuwe regering wil een Vlaanderen in topvorm, "een onbetwistbare referentie in het Europa van de jaren twintig". Wie kan daartegen zijn? Ook de voorgaande regeringen wilden dat. We raken daar niet zonder zakelijke doortastendheid over meerdere legislaturen. De vorige Vlaamse regering tekende al een Vizier 2030 uit, met alweer 48 nieuwe doelstellingen. Als we niet beter leren te besturen, weten we nu al hoe dat zal aflopen.