"Da gade gij nie bepalen", sneerde Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) naar het PVDA-parlementslid Jos Dhaese, toen die tijdens het debat over de regeerverklaring eiste dat de parlementsleden de Vlaamse begrotingscijfers onmiddellijk moesten kunnen inkijken. De uitspraak van Jambon zou weleens een evergreen kunnen worden in satirische programma's.

Slecht theater

De discussie tussen de meerderheid en de oppositie over de publicatie van de Vlaamse begrotingstabellen leidde vrijdag in het Vlaams Parlement tot een vaudeville. De oppositiepartijen verlieten het halfrond en het debat vond enkel plaats tussen de regeringspartijen.

Eigenlijk stak minister-president Jan Jambon de avond ervoor al de lont aan het kruitvat door op een sponsordiner van Doorbraak.be te verklaren dat hij de cijfers wel had, maar weinig zin had ze aan de oppositie te bezorgen.

In de besloten kring van gelijkgezinden heeft Jambon weleens de neiging in dezelfde rol te kruipen als toen hij voor de Vlaamse Volksbeweging (VVB) in het hele land voordrachten gaf over de noodzaak van de Vlaamse onafhankelijkheid. In het Parlement klonk het dat de administratie de cijfers nog moest "valideren".

Bij dat slechte theater in het Vlaams Parlement wordt al te gemakkelijk voorbijgegaan aan interessante standpunten die hierover zijn ingenomen. Ex-minister van Financiën Philippe Muyters (N-VA) wees erop dat de regeerverklaring van 2009 pas later gevolgd werd door gedetailleerde begrotingscijfers.

En de specialist overheidsfinanciën Herman Matthijs (VUB, Universiteit Gent) liet in een interview in het Radio 1-programma De Ochtend weten dat er geen enkele decretale verplichting is om die cijfers nu al vrij te geven.

Zeer vaag

Toch maakt de nieuwe Vlaamse regering hier geen goede beurt. Over de toestand van de Vlaamse overheidsfinanciën blijft ze zeer vaag, terwijl het vroeger een erezaak was snel met duidelijke begrotingscijfers te komen.

De belofte om tegen 2021 een begroting in evenwicht voor te leggen, doet toch de wenkbrauwen fronsen. Akkoord, de verlaging van de registratierechten in 2020 duwt de begroting sowieso in het rood. Maar hoe denkt de regering tegen het jaar erop opnieuw een evenwicht te realiseren? Zeker als we weten dat ze de komende jaren 1,6 miljard euro wil investeren.

De Vlaamse regering maakt het best zo snel mogelijk duidelijk of ze die overheidsinvesteringen, zoals in de private sector, enkel a rato van de afschrijvingen in de begroting opneemt, dan wel of ze ineens het volledige bedrag moet boeken. Die keuze is bepalend voor de Vlaamse begroting en zal de hele legislatuur het onderwerp van debat zijn.

De begrotingscijfers zullen de regering-Jambon blijven achtervolgen als de inkomsten de komende jaren tegenvallen door een tragere groei of zelfs een recessie.

Hinderpalen richting 80 procent werkzaamheidsgraad

Een andere reeks cijfers die de Zweedse coalitie de komende jaren constant onder de neus geschoven zal krijgen, is die van de beloofde 80 procent werkzaamheidsgraad, te bereiken via de creatie van 120.000 nieuwe banen.

Begin deze week stelde de arbeidsmarktexpert Jan Denys (Randstad) op Trends.be dat het goed is dat de regering die doelstellingen vooropstelt. "Ze kan er over vijf jaar op afgerekend worden." Maar volgens een studie van het Steunpunt Werk, die Knack kon inkijken, blijkt dat de komende jaren eigenlijk 200.000 extra banen nodig zijn, omdat veel 55-plussers de arbeidsmarkt verlaten. Niemand heeft een glazen bol, maar het is nu al duidelijk dat die doelstelling niet gemakkelijk haalbaar is. Drie elementen spelen daarin een rol.

Ten eerste zal een groeivertraging of recessie niet alleen de begroting onder druk zetten, maar ook de banencreatie hypothekeren.

Ten tweede zijn arbeidsmarktexperts het erover eens dat ook federale maatregelen nodig zijn om de Vlaamse werkzaamheidsgraad op te trekken. Zo wordt gepleit voor een verdere degressiviteit of zelfs een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Daarnaast is er het toenemende aantal langdurig zieken, dat op federaal niveau een uitdaging is. De kans is zeer klein dat een federale regering met de PS en Ecolo/Groen daar doortastende maatregelen neemt.

Ten slotte rijst de vraag of de nieuwe Vlaams minister van Werk, Hilde Crevits (CD&V), kiest voor een voluntaristisch beleid dat een strengere en intensievere activering van werklozen en inactieven centraal stelt. Kiest zij op Vlaams niveau voor een kopie van het federale werkgelegenheidsbeleid onder leiding van Kris Peeters? Hij schoof tal van dossiers door naar de sociale partners. Daar stierven arbeidsmarkthervormingen een stille dood door het njet van de vakbonden. Of ze werden in het beste geval fel afgezwakt.