Sinds de financiële crisis van 2008 was het rustig aan het Belgische economische front. Onze economie blonk niet uit, maar we waren nooit de zieke man van Europa. De begroting bleef redelijk onder controle, onze concurrentiepositie verbeterde en de handelsbalans toonde een overschotje. Dankzij die interne harmonie danste de Belgische economie rustig mee op het ritme van de internationale conjunctuur.
...

Sinds de financiële crisis van 2008 was het rustig aan het Belgische economische front. Onze economie blonk niet uit, maar we waren nooit de zieke man van Europa. De begroting bleef redelijk onder controle, onze concurrentiepositie verbeterde en de handelsbalans toonde een overschotje. Dankzij die interne harmonie danste de Belgische economie rustig mee op het ritme van de internationale conjunctuur. De coronapandemie verstoorde de rust, maar doorbrak de harmonie nog niet. De overheid ving de klap op met extra schulden en een paar prikken voor de bevolking. De economie herstelde snel en een aantrekkende export hield de handelsbalans in de hengsels. De energiecrisis van 2022 is van een ander kaliber, met grote gevolgen voor 2023 en later. Niet alleen diept het begrotingstekort uit, deze keer worden ook de concurrentiekracht en de handelsbalans uit het lood geslagen. De brutale stijging van vooral de aardgasprijzen in 2022 dropt een dure rekening in de bus. De Nationale Bank houdt rekening met een welvaartsverlies van 2 tot 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In 2021 boekte België nog een overschot van 18 miljard euro op de handelsbalans, maar die toonde eind september 2022 al een gecumuleerd tekort van 6 miljard euro. Voor 2023 verwacht de Europese Commissie een tekort op de lopende rekening van 2,9 procent van het bbp, na een tekort van 2,7 procent dit jaar. We moeten dus opnieuw in het buitenland geld lenen om onze invoer te financieren. Daar is voorlopig weinig aandacht voor. Het beleid is nog altijd gericht op financiële steun aan de gezinnen, maar op die manier subsidieert de overheid de invoer van fossiele brandstoffen en een tekort op de handelsbalans. Gelukkig hebben we nog een appeltje voor de dorst. Dankzij de handelsoverschotten van de voorbije decennia heeft België een nettovordering van 280 miljard euro op het buitenland. Het handelstekort zal een taai beestje worden. De hoge energieprijzen vertalen zich via de automatische indexering in lonen die sneller stijgen dan in de buurlanden. Er dreigt een extra loonhandicap van 6 procent die het bedrijfsleven jarenlang zal achtervolgen. Door de krapte op de arbeidsmarkt zal het banenverlies wellicht beperkt blijven, maar de Belgische werkgelegenheidsgraad loopt nog altijd 3 procentpunt achter op het Europese gemiddelde. De schade zal in 2023 onzichtbaar, maar groot zijn in de vorm van banen die er niet bij komen en welvaart die niet gecreëerd wordt. Dat alles geeft de overheidsfinanciën weinig respijt om te herstellen van de coronacrisis. Voormalig staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker zal met een voorspeld tekort van 6,1 procent in 2023 dichter bij het resultaat zitten dan de 5,8 procent van premier Alexander De Croo. Begrotingstekorten tot 3 procent zijn nog verdedigbaar, maar tekorten van 5 procent en meer zijn een signaal dat er iets grondig scheef zit. Dit land heeft in de jaren zeventig al eens de fout gemaakt het trio van de begroting, de handelsbalans en de concurrentiepositie uit de hand te laten lopen. In 2023 wordt pijnlijk duidelijk dat we deze fout opnieuw maken.