"Haal die grijns van je gezicht." Dat zei de toenmalige Waalse minister-president Paul Magnette (PS) begin april 2015 aan de toenmalige premier Charles Michel (MR) tijdens een vergadering van het overlegcomité tussen de federale regering en de regio's. Tijdens die vergadering bleek dat Wallonië honderden miljoenen euro's zou mislopen door een van de ingewikkelde mechanismen van de financieringswet die de geldstromen tussen de federale overheid en de deelstaten regelt. Charles Michel verkneukelde zich in het feit dat zijn oude rivaal Magnette voor zware budgettaire uitdagingen stond.

De vergaderingen van het overlegcomité lopen over het algemeen hoffelijk, maar toch zijn er geregeld spanningen. Dat komt door de ingewikkelde architectuur van het Belgische fiscaal federalisme waarin de federale regering de deelstaten niet zomaar tot de orde kan roepen voor hun begrotingsbeleid. Bijvoorbeeld als ze jarenlang tekorten boeken, of wanneer ze zelfverklaarde investeringen buiten de begroting boeken.

Dat heeft een invloed op het totaalplaatje van de begroting en als er kritiek komt op oplopende tekorten, dan kijkt de Europese Commissie naar de federale regering. Maar in de meeste recente beoordeling van het Belgische begrotingsbeleid tikt Europa nu ook de regio's op de vingers.

Te weinig responsabilisering

Ten eerste pleit de Europese Commissie voor meer begrotingsoverleg tussen de federale overheid en de deelstaten. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar in het Berlaymontgebouw stelt men vragen bij het Belgische fiscaal federalisme. Ondanks de staatshervormingen blijft de fiscale autonomie van de deelstaten en de responsabilisering voor de uitgaven relatief beperkt. Er wordt nog vaak gewerkt met dotaties - middelen van de federale overheid voor de deelstaten - wat voor het zogenaamde soft budget-effect zorgt. De lagere overheden blazen hun tekorten op, want ze worden toch deels gefinancierd door dotaties van de hogere overheid en weten dat ze bij problemen bij die hogere overheid kunnen aankloppen. Vlaanderen boekt volgend jaar een tekort van 435,6 miljoen euro, maar hoopt in 2021 een evenwicht te bereiken. Wallonië boekt volgend jaar een tekort van 435 miljoen euro en hoopt tegen 2024 een evenwicht te bereiken. De Brusselse regering klopt zichzelf op de borst dat een begrotingsevenwicht volgend jaar haalbaar is, maar allerlei begrotingstrucs en het buiten de boeken houden van investeringen maken dat het deficit eigenlijk oploopt tot meer dan 900 miljoen euro.

Daarmee komen we bij het tweede puntje van kritiek van de Europese Commissie: het buiten de begroting boeken van investeringen zoals de Oosterweelverbinding in Vlaanderen (bijna 200 miljoen euro) en de investeringen in Brussel (500 miljoen euro). Volgens Europees Commissaris voor Financiën Pierre Moscovici is daar geen sprake van een flexibiliteitsclausule waarmee zulke investeringen buiten de begroting worden geboekt.

De Europese Commissie herinnerde eraan dat er drie vormen van budgettaire flexibiliteit bestaan. De eerste is de conjuncturele clausule die toelaat een minder dan geplande sanering van de overheidsfinanciën door te voeren in economisch moeilijke tijden. Ondanks de groeivertraging is dat principe niet van toepassing. Hetzelfde geldt voor een versoepeling van de begrotingssanering omdat een regering structurele hervormingen doorvoert. In het verleden kon de federale regering daarop rekenen omdat de taxshift, de hervorming van de vennootschapsbelasting en de arbeidsmarkt als een structurele maatregel werden gezien. Het derde criterium, de flexibiliteitclausule voor investeringen, wordt verworpen, onder andere omdat die enkel kan worden toegekend aan lidstaten en niet aan deelstaten of regio's.

Uitgaven stijgen meer dan verwacht

De strenge houding van de Europese Commissie heeft alles te maken met de precaire situatie van de Belgische overheidsfinanciën, een gedeelde verantwoordelijkheid van de federale overheid en de deelstaten. Dat het begrotingstekort volgend jaar oploopt tot 2,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) of bijna 11 miljard euro heeft niet alleen te maken met de snel stijgende uitgaven voor de vergrijzing (vooral de federale staat draagt die) maar ook met de sterke toename van de uitgaven van de deelstaten. Volgend jaar stijgen de totale overheidsuitgaven met 4,3 procent, in plaats van met 1,6 procent zoals voorzien in het Europese Groei- en Stabiliteitspact.