"We staan nog nergens." Dat zijn geparafraseerd de woorden van Jurgen Ingels enkele weken geleden in Trends. Stijn Fockedey schreef in dezelfde Trends over het aanstormende talent dat nog altijd voornamelijk bestaat uit witte middenklassemannetjes. Dat klopt voor de ambitieuze groeiers. Ik zou er zelfs nog aan toevoegen dat het voornamelijk leftbrainers zijn, analytisch en methodisch zeg maar.

Dat is jammer vanwege het vermorste talent. Wellicht zitten er in de adviesverlening - consulting, communicatiebureaus, hr-services - evenveel ondernemende vrouwen als mannen. En ik heb het gevoel dat in de Sleepstraat in Gent het percentage ondernemers bij de hoogste van de stad is. Het gaat dan om mensen met een migratieachtergrond die een klein tot piepklein bedrijfje runnen. Er is niets mis met allochtoon aangestuurde kmo's, net zoals er niets mis is met kleine dienstverleners of eethuisjes met vrouwelijke ondernemers aan het roer.

Maar in een bloeiend ecosysteem worden vrouwen, allochtonen, veertigplussers, vluchtelingen en andere buitenlanders gemobiliseerd om ambitieus te gaan groei-ondernemen. Nieuwe dingen te creëren, nieuwe businessmodellen te ontwerpen, de wereld te veroveren, de komende generatie te inspireren, en veel gezinnen een inkomen te geven.

We ondernemen nog lang niet genoeg.

Dat doen we nog lang niet goed in Vlaanderen. Omdat we veel te snel tevreden zijn met wat we hebben. Ja, er beginnen jonge bedrijven met een waarde van 1 miljard euro op te duiken, de zogenoemde unicorns. En ja, het wordt gemakkelijker voor onze beste doorgroeiers om grotere bedragen op de kapitaalmarkt op te halen. En ja, de scale-ups beginnen op te duiken in de jaarlijstjes van aantrekkelijkste werkgevers en van manager van het jaar. En ja, onze scale-ups doen stilaan evenveel binnen- en buitenlandse overnames als dat er overgenomen worden.

Maar hoeveel vrouwelijke CEO's stonden er in de Fast 50 van Deloitte? En hoeveel niet-Belgische familienamen? Wie kent er een buitenlander die speciaal om te ondernemen naar België gekomen is? Meestal gaat er geen enkele vinger de lucht in als ik de vraag stel. Alle vingers gaan wel de lucht in bij de vraag wie er iemand kent die speciaal om haar of vooral zijn onderneming op te richten of uit te bouwen naar het buitenland getrokken is. We exporteren dus meer ambitieus ondernemerschap dan dat we importeren.

Jean-Charles Velge, de oprichter van het Brusselse Qover, fluisterde het me in tijdens mijn jongste telefoontje met hem. In Parijs en Londen willen alle toptalenten die net de schoolbanken achter zich laten, of zelfs nog net niet afgestudeerd zijn, werken in een start-up. Hier? Meer en meer, dat is zeker. "Voor Louis Jonckheere en Pieterjan Bouten van Showpad", duikt nu en dan op als antwoord op de vraag aan studenten voor wie ze willen werken of stage lopen. Maar het is niet genoeg. Werken in een start-up is niet alleen de beste leerschool als werknemer, maar ook als toekomstige ondernemer. Wie daar voor Belgium Ltd. of de bv Vlaanderen mee iets aan wil doen, mag me altijd appen of bellen.

"We staan nog nergens." Dat zijn geparafraseerd de woorden van Jurgen Ingels enkele weken geleden in Trends. Stijn Fockedey schreef in dezelfde Trends over het aanstormende talent dat nog altijd voornamelijk bestaat uit witte middenklassemannetjes. Dat klopt voor de ambitieuze groeiers. Ik zou er zelfs nog aan toevoegen dat het voornamelijk leftbrainers zijn, analytisch en methodisch zeg maar.Dat is jammer vanwege het vermorste talent. Wellicht zitten er in de adviesverlening - consulting, communicatiebureaus, hr-services - evenveel ondernemende vrouwen als mannen. En ik heb het gevoel dat in de Sleepstraat in Gent het percentage ondernemers bij de hoogste van de stad is. Het gaat dan om mensen met een migratieachtergrond die een klein tot piepklein bedrijfje runnen. Er is niets mis met allochtoon aangestuurde kmo's, net zoals er niets mis is met kleine dienstverleners of eethuisjes met vrouwelijke ondernemers aan het roer.Maar in een bloeiend ecosysteem worden vrouwen, allochtonen, veertigplussers, vluchtelingen en andere buitenlanders gemobiliseerd om ambitieus te gaan groei-ondernemen. Nieuwe dingen te creëren, nieuwe businessmodellen te ontwerpen, de wereld te veroveren, de komende generatie te inspireren, en veel gezinnen een inkomen te geven.Dat doen we nog lang niet goed in Vlaanderen. Omdat we veel te snel tevreden zijn met wat we hebben. Ja, er beginnen jonge bedrijven met een waarde van 1 miljard euro op te duiken, de zogenoemde unicorns. En ja, het wordt gemakkelijker voor onze beste doorgroeiers om grotere bedragen op de kapitaalmarkt op te halen. En ja, de scale-ups beginnen op te duiken in de jaarlijstjes van aantrekkelijkste werkgevers en van manager van het jaar. En ja, onze scale-ups doen stilaan evenveel binnen- en buitenlandse overnames als dat er overgenomen worden.Maar hoeveel vrouwelijke CEO's stonden er in de Fast 50 van Deloitte? En hoeveel niet-Belgische familienamen? Wie kent er een buitenlander die speciaal om te ondernemen naar België gekomen is? Meestal gaat er geen enkele vinger de lucht in als ik de vraag stel. Alle vingers gaan wel de lucht in bij de vraag wie er iemand kent die speciaal om haar of vooral zijn onderneming op te richten of uit te bouwen naar het buitenland getrokken is. We exporteren dus meer ambitieus ondernemerschap dan dat we importeren.Jean-Charles Velge, de oprichter van het Brusselse Qover, fluisterde het me in tijdens mijn jongste telefoontje met hem. In Parijs en Londen willen alle toptalenten die net de schoolbanken achter zich laten, of zelfs nog net niet afgestudeerd zijn, werken in een start-up. Hier? Meer en meer, dat is zeker. "Voor Louis Jonckheere en Pieterjan Bouten van Showpad", duikt nu en dan op als antwoord op de vraag aan studenten voor wie ze willen werken of stage lopen. Maar het is niet genoeg. Werken in een start-up is niet alleen de beste leerschool als werknemer, maar ook als toekomstige ondernemer. Wie daar voor Belgium Ltd. of de bv Vlaanderen mee iets aan wil doen, mag me altijd appen of bellen.