Anton Van Zantbeek

Netelige vragen voor Jan Jambon die zullen bepalen of de meerwaardebelasting een papieren of een bijtende tijger wordt

Er is al veel gezegd en geschreven over de meerwaardebelasting. Nu het zand wat naar de bodem is gezakt, kan de toestand nuchter worden geëvalueerd.

Wat staat in het regeerakkoord en welke politieke knopen moeten worden doorgehakt? Budgettair is het akkoord duidelijk. De nieuwe belasting moet volgend jaar 250 miljoen opleveren. Op kruissnelheid moet de opbrengst stijgen naar 500 miljoen per jaar. De modaliteiten zullen bepalend zijn of dat doel wordt gehaald.

Het regeerakkoord bepaalt: “Er komt een algemene solidariteitsbijdrage van 10 procent op de toekomstige gerealiseerde meerwaarde van financiële activa, inclusief cryptoactiva, opgebouwd vanaf het moment van de invoering van de bijdrage. Historische meerwaarden zijn dus vrijgesteld. Er wordt voorzien in een aftrekbaarheid van minderwaarden (van deze categorie van inkomsten) binnen het jaar, zonder overdraagbaarheid. In de aangifte wordt een voetvrijstelling van 10.000 euro voorzien om kleine beleggers niet extra te belasten. Deze voetvrijstelling wordt jaarlijks geïndexeerd. Bij een aanmerkelijk belang van minimaal 20 procent zal er altijd 1 miljoen euro zijn vrijgesteld. […] Een meerwaarde vanaf 10 miljoen euro zal belast worden tegen 10 procent.” Daarmee moet minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) het doen om met een voorstel te komen. Dat zal dan in de schoot van de regering worden besproken.

Lees ook: ontsnappingsroute voor meerwaardebelasting krijgt eigen heffing van 5 procent

Een eerste belangrijke noot om te kraken is de vraag of de solidariteitsbijdrage al dan niet een nieuwe belasting is. Als het een nieuwe belasting is, zal er in bepaalde gevallen sprake zijn van een dubbele belasting. Bepaalde meerwaarden op financiële activa zijn al belast tegen 30 of 33 procent.

Dan is er de verwarrende notie ‘voetvrijstelling’. Die bedraagt 10.000 euro voor gewone beleggers en 1 miljoen voor de aanmerkelijkbelanghouders. Spreken van een voetvrijstelling betekent dat er sprake is van een progressieve belastingschaal voor de aanmerkelijke belangen (1,25%, 2,25%, 5% en 10% boven 10 miljoen). Gaat de regering-De Wever die progressieve schaal ook toepassen op beleggers? Dat zou anders zijn dan eerder is gecommuniceerd. Voorlopig gaat iedereen uit van een vlak tarief van 10 procent boven 10.000 euro netto. Waarom dan spreken van een voetvrijstelling en niet gewoon van een vrijstelling? Sterke Jan zal het ons uitleggen.

De correcte fiscale verwerking van de solidariteitsbijdrage dreigt een administratieve nachtmerrie te worden.

De rode draad in de beleggingsfiscaliteit is dat beleggers ontzorgd worden van allerhande fiscale verplichtingen. De bank houdt de beurstaks, de taks op effectenrekeningen en de roerende voorheffing in voor de beleggers. Enkel de vrijstelling voor dividenden van 833 euro moet worden geclaimd via de fiscale aangifte. Zal dat ook zo zijn voor de solidariteitsbijdrage? De correcte fiscale verwerking van de solidariteitsbijdrage dreigt een administratieve nachtmerrie te worden voor beleggers, fiscale controleurs en banken.

Ook is er de vraag wat financiële en cryptoactiva precies zijn. Waar wordt de lijn getrokken? Dat moet een objectieve manier gebeuren. Zo niet dreigt de vernietiging door het Grondwettelijk Hof. Er zullen talloze dilemma’s zijn. Waarom bijvoorbeeld een goud-ETF belasten en een meerwaarde op materieel geleverd goud niet?

En dan is er nog het concept ‘meerwaarde’. Wellicht is dat het positieve verschil tussen de verkoop- en de aankoopprijs. Maar wordt de historische aankoopprijs geïndexeerd of niet? Wat met de kosten die zijn gemaakt om het financieel actief te bewaren? Hoe omgaan met wisselkoerswinsten of verliezen? Als er een onderscheid wordt gemaakt naar houdperiode, hoe bepaal dan je welke financiële activa je hebt verkocht?

Dat zijn stuk voor stuk netelige vragen waar minister Jambon een antwoord op moet verzinnen. Die antwoorden zullen bepalend zijn voor het antwoord op de vraag of de meerwaardebelasting een bijtende tijger zal zijn. Voorlopig is het nog een papieren tijger.

De auteur is advocaat bij Rivus en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content