Mokerslag voor Oxurion, maar geen knock-out

Oxurion incasseert dreun op de beurs

Na tegenvallende testresultaten verloor het aandeel van Oxurion bijna 50 procent. Dat vinden we overdreven. Een tegenslag dramatiseren is geen goede reactie.

Euforie en paniek. Het zijn de twee uiterste sentimenten op de beursvloer. Maar het meest extreem zijn die te voelen in de biotechsector. Meevallende en tegenvallende klinische studieresultaten zijn steevast goed voor forse koersreacties. Dat is de jongste dagen ook Oxurion (het vroegere ThromboGenics) overkomen. De emoties namen het over en stonden een correcte en objectieve analyse in de weg, nadat het Leuvense biotechbedrijf ontgoochelende klinische resultaten had bekendgemaakt.

Iedereen die in de biotechsector belegt, moet beseffen dat tegenvallende klinische resultaten erbij horen. Mochten alle klinische studies in het verleden zijn gelukt, dan waren intussen alle ziektes overwonnen. Een tegenslag dramatiseren is dus geen goede reactie. De enige aanpak met een kans op succes in de biotechnologie is gespreid beleggen, ronduit gaan voor de lange termijn en niet bij het eerste goede of slechte nieuws verkopen. In 2011 werd ablynx zo goed als dood en begraven verklaard, toen Pfizerhadafgehaakt als partner voor een reumamedicijn. De koers dook van 9 naar 2 euro. Begin 2018 kocht Sanofi ablynx voor 45 euro per aandeel.

In 2011 zakte de koers van Galapagos van 14 naar 5 euro, na dramatisch nieuws over de stopzetting van de studie naar het kandidaat-reumamedicijn GLPG0259. Tegenwoordig noteert het aandeel van Galapagos rond 150 euro en is het in beurswaarde een van de grootste biotechbedrijven van Europa. Er is af en toe toch leven na de klinische dood in de biotechsector.


Te weinig verbetering

Oxurion maakt in de tweede jaarhelft de resultaten van vier klinische studies naar de behandeling van met diabetes gerelateerde oogziekten uit. Begin juli kregen we sterke veiligheidsresultaten en de eerste werkingsdata uit de fase I-studie met THR-149, een plasmakallikreïneremmer (Pkal-remmer) voor de behandeling van patiënten met diabetisch macula-oedeem (DME). Het aandeel steeg in de daaropvolgende weken met afgerond 50 procent. Maar helaas is de tweede afspraak een afknapper geworden.

Het ging om de voorlopige resultaten van een fase IIa-combinatiestudie met het verst gevorderde kandidaat-geneesmiddel, het anti-PLGF-middel THR-317, en het anti-VEGF-middel Lucentis (Novartis) in patiënten met DME. Anti-VEGF-middelen zijn de standaardbehandeling voor patiënten met DME, maar er is een grote nood aan andere medicijnen, aangezien minstens 40 procent van de patiënten onvoldoende reageert op de standaardbehandeling. De studie ging na of de combinatie van een anti-PLGF en een anti-VEGF zou leiden tot een grotere verbetering van de zichtbaarheid, gemeten aan de hand van de Best Corrected Visual Acuity (BCVA).

De studie rekruteerde 70 patiënten, van wie twee derde nog geen behandeling met een anti-VEGF-middel had gekregen. De anderen reageerden onvoldoende of niet op zo’n behandeling. Twee derde kreeg drie maandelijkse injecties met zowel THR-317 als Lucentis, een derde kreeg alleen Lucentis toegediend. Drie maanden na de eerste injectie bleek nauwelijks een verschil te zijn tussen beide groepen: een gemiddelde verbetering van de BCVA met 8,71 letters in de combinatietherapie, tegenover 8,18 letters in de monotherapie. Een verschil van minstens drie en liefst vijf letters was nodig om te kunnen spreken van een relevant verschil. In twee subgroepen was er een wat groter effect: een extra verbetering met 1,65 letters bij de groep die onvoldoende of niet hadden gereageerd op een eerdere anti-VEGF-behandeling, en met 2,26 letters bij slechtziende patiënten (BCVA van minder dan 65 letters).

Met THR-317 loopt nog een tweede fase II-studie, bij patiënten met maculaire telangiectasia type 1, een zeldzame aandoening aan de macula die tot blindheid kan leiden en waarin PLGF een duidelijke rol speelt. Er bestaan geen geneesmiddelen voor. De resultaten worden eind 2019, begin 2020 verwacht. Het management zal daarna op basis van de volledige resultaten van beide studies beslissen of en hoe de ontwikkeling van THR-317 wordt voortgezet. Het is te vroeg om THR-317 voor DME volledig af te schrijven, maar wel is duidelijk dat het aanzienlijke potentieel stevig verminderd is.


Mogelijk best-in-class

Voor het jaareinde krijgen we de fase I-studieresultaten met THR-687, een beloftevolle integrineremmer die mogelijk kan worden ingezet bij patiënten met diabetische retinopathie (DR), al dan niet in combinatie met DME. THR-687 liet preklinisch sterke data zien vergeleken met de enige concurrent Allegro. Net zoals bij Pkal-remmer THR-149 mikt Oxurion op een best-in-classmiddel. De enige bekende concurrent voor THR-149 is KVD001 van het Amerikaanse Kalvista. Met KVD001 loopt een fase II-studie, waarvan de resultaten in het vierde kwartaal worden aangekondigd. Cruciaal wordt daarna de beslissing door partner Merck in de eerste helft van 2020 over een licentie op KVD001. Oxurion start in de eerste helft van 2020 een fase II-studie met THR-149. De komende zes à twaalf maanden krijgen we bij het afgesplitste Oncurious nieuws uit de preklinische ontwikkelingspijplijn van de volgende generatie in kankerimmunologie.


Overdreven reactie

De van oudsher emotionele retailaandeelhouders van Oxurion stuurden het aandeel bijna 50 procent lager. Dat vinden we overdreven. De ondernemingswaarde bedraagt nog nauwelijks 50 miljoen euro. Dat is weinig, rekening houdend met het succes met THR-149, de pijplijn en de mogelijke verborgen waarde in Oncurious. De Leuvenaars hebben voldoende cash voor ongeveer twee jaar. We blijven na de afstraffing ons koopadvies hanteren, maar blijven wijzen op het hoge risicoprofiel (rating 1C).


Advies: koopwaardig

Risico: hoog

Rating: 1C

Koers: 3,04 euro

Ticker: THR BB

ISIN-code: BE0974281132

Markt: Euronext Brussel

Beurskapitalisatie: 116 miljoen euro

K/w 2018: –

Verwachte k/w 2019: –

Koersverschil 12 maanden: -58%

Koersverschil sinds jaarbegin: -16%

Dividendrendement: –

Partner Content