U informeert zich het beste door een boekje te lezen over hoe uw hersenen werken, wat dat betekent voor hoe u omgaat met stress en hoe u op tijd kunt herkennen dat u in het rood gaat. Een recent voorbeeld van zo'n boek is Was het maar maandag! van Brigitte Durruty, waarin de Canadese expert in neurocognitieve gedragstheorie op een toegankelijke manier uitlegt hoe u stress beter kunt doen werken voor u. Als de meeste van volgende uitspraken op u van toepassing zijn, onderneemt u maar beter actie.

- U staat de hele dag onder hoogspanning en voelt u opgejaagd of angstig. De stress is chronisch geworden.

- U slaapt almaar slechter en wanneer u wakker wordt, begint u meteen te piekeren.

- Leuke verzetjes zoals afspreken met vrienden, uit eten gaan of sporten, stelt u uit om meer te kunnen werken.

- U vindt dat u geen keuze hebt. Uw streven naar perfectie of uw verantwoordelijkheidsgevoel zetten u ertoe aan een reeks taken op u te nemen die u eigenlijk niet wilt doen.

- Doordat u naar waardering verlangt, stelt u almaar hogere eisen aan uzelf. Daardoor waakt u niet meer over uw eigen grenzen.

- U voelt u verantwoordelijk, maar hebt niet de middelen om de taken uit te voeren.

- U zorgt niet voor uzelf. Zelfs als de dokter u rust voorschrijft, blijft u desnoods thuis voortwerken.

- De communicatie met collega's en leidinggevenden loopt stroef, wat leidt tot emotionele kwetsbaarheid. U voelt zich niet gesteund of onbegrepen.

Vijf kernsymptomen

Steffie Desart, wetenschappelijk onderzoeker aan de KU Leuven, doet research naar burn-out. Ze vindt dat bovenstaande symptomen te veel de nadruk leggen op stressklachten. Zulke stressklachten zijn het duidelijkst zichtbaar, waardoor ze de meeste aandacht krijgen, maar eigenlijk zijn ze bijkomstig. Steffie Desart onderscheidt vijf kernsymptomen van burn-out: fysieke en psychologische uitputting, cognitief controleverlies (aandachts- en concentratiestoornissen, trager werken), emotioneel controleverlies (woede-uitbarstingen, huilbuien), depressieve klachten en mentaal afstand nemen van het werk.

De onderzoeksgroep Arbeids-, Organisatie- en Personeelspsychologie van KU Leuven wil tegen eind dit jaar een nieuwe vragenlijst hebben om burn-out op te sporen. In die lijst zullen de nieuwste inzichten over burn-out verwerkt zitten, want nu wordt gewerkt met een definitie van burn-out die dertig jaar oud is.

Wie is verantwoordelijk?

De vraag of de werkgever of de werknemer verantwoordelijk is, verdient een genuanceerd antwoord, vindt Desart. "Burn-out is werkgerelateerd omdat het zich uit op het werk en in de meeste gevallen veroorzaakt wordt door het werk. Dat wil niet zeggen dat het de schuld van de werkgever is." Een burn-out ontstaat door een samenspel van drie factoren: het werk, de privésituatie en de persoonlijkheid. Een scheiding of een hulpbehoevende ouder verzorgen kan ertoe leiden dat iemand minder weerbaar wordt. Wie perfectionistisch is of de neiging heeft op alles ja te zeggen, komt ook sneller in de gevarenzone. Maar op zich volstaan die karaktertrekken niet om een burn-out te veroorzaken. Het is dus evengoed verkeerd te zeggen dat het de fout van de werknemer is.

Wat raadt Desart bedrijven aan? "Meten is weten. Ik zou inschatten hoe groot het risico op burn-out is in het bedrijf. Afhankelijk van de resultaten kun je actie ondernemen. Je kunt daarbij werken met een doelgroepenbeleid, waarbij bepaalde banen of afdelingen meer aandacht krijgen."