WIE KOOPT?
...

WIE KOOPT?De recente geschiedenis van de grote Britse autoconstructeurs is er een van nationalisatie en privatisering, groepering en opsplitsing. Tijdens het interbellum verenigden de meeste Britse autoproducenten zich in drie concerns. Roots bouwde de inmiddels verdwenen merken Hillman, Sunbeam, Humber en Singer, werd eerst aan Chrysler verkocht en daarna overgenomen door Peugeot. De oude Hillman-fabrieken assembleren vandaag nog altijd Peugeots voor de Britse markt. De andere twee concerns waren Austin en Morris, waar manager Cecil KimberMG-sportwagens begon te ontwikkelen. Begin jaren '60 versmolten die twee concerns tot BMC, dat na de toetreding van Jaguar tot BM Holdings werd omgedoopt en later door British Leyland - van Leyland Trucks en van de eigenaar van onder andere Triumph - werd overgenomen. Naast de fabrikanten uit British Leyland ontwikkelden zich nog enkele onafhankelijke constructeurs - onder andere Lotus van stichter en ex-racer Colin Chapman, familiebedrijf Morgan, de doe-het-zelf- kitcars van TVR en de sportwagens van Caterham. British Leyland werd in 1971 genationaliseerd en kwam in 1979 in handen van een door Margaret Thatcher aangestelde crisismanager. Autoconstructeur Jaguar en toeleverancier Uniparts werden in 1984 als eerste weer geprivatiseerd, later werd (Austin) Rover eerst door Honda, daarna door BMW overgekocht. Ook Rolls-Royce is een geprivatiseerd staatsbedrijf. In 1971 scheidde de Britse regering de producent van vliegtuigmotoren van de autofabrikant. Die laatste is inmiddels in handen van de beursgenoteerde fabrikant van defensievoertuigen Vickers PLC. Dat stelt de nochtans winstgevende, maar om investeringen schreeuwende bedrijfstak nu te koop. Jaguar worstelde zich tien jaar geleden al door deze fase heen. De Britse overheid verkocht zijn golden share in 1989 aan Ford, nadat de onderhandelingen voor een joint venture met General Motors afsprongen. Engeland heeft nog altijd een traditie van luxewagens. Duitsland had die ook, maar is veel vroeger begonnen met diversifiëren. In het Verenigd Koninkrijk leven de onafhankelijke bedrijfjes voort: Caterham levert in Surrey nog altijd 600 nieuwe wagens per jaar af, de Group Lotus Ltd. bouwt er 750 in Norwich (voor een totale omzet van 67 miljoen pond in 1996). Morgan Motor Company Ltd. in Worcestershire, Aston-Martin Lagonda Ltd. in Buckinghamshire en MG Sport Cars in Warwick blijven bestaan, maar net als Jaguar in de schoot van een groter merk. Met Rolls-Royce gaat ook wel hét boegbeeld van de traditionele Britse auto-industrie over in buitenlandse handen. De Londense investeringsbank Lazard stuurde kwistig verkoopmemorandi rond. Onder meer de drie Duitse producenten waren er als de kippen bij om een bod te doen: BMW, dat vandaag al zijn V-12-motoren in de Silver Seraph en zijn V-8's in de nieuwe Bentleys zet; Mercedes-producent Daimler-Benz, dat dat eigenlijk wilde doen, maar door BMW buitenspel werd gezet; en de VAG-groep die Volkswagen, Audi, Skoda en Seat in zijn portefeuille heeft. Ook Ford , Toyota, Chrysler, General Motors en Ferrari - als onderdeel van de Fiat-groep - hebben zich gemeld. Er was ook interesse van Formule 1-baas Bernie Ecclestone en van het consortium Rolls-Royce Action Committee rond advocaat Michael Shrimpton, dat het bedrijf in Britse handen wilde houden. Vickers wil het bieden laten beginnen op 400 miljoen pond. BMW ventileerde de mening dat het motorencontract het bedrijf recht geeft op een laatste bod op Europa's laatste onafhankelijke autoproducent, wat eigenaar Vickers Plc ten stelligste ontkent. Wel wacht elke andere koper een bijkomende investering van 100 miljoen pond, als hij de Rollsen met andere motoren moet uitrusten.Rolls-Royce Motors, met zijn productielijn voor Rolls en Bentley in het Engelse Crewe en een administratieve zetel in het Zwitserse Saint-Preix, is sinds 1979 eigendom van Vickers. Het bedrijf, dat wil zich toespitsen op zijn defensie-activiteiten, deed daarom ook al zijn medische vleugel van de hand en is niet bereid om de zware investeringen - zo'n 600 miljoen pond voor Rolls en Bentley in de komende jaren - te dragen die de autoproductie meebrengt. De Europese Commissie moet ook beslissen of Vickers door de eventuele verkoop van de autoproducent Rolls-Royce, niet ingaat tegen een akkoord met vliegtuigmotorenbouwer Rolls-Royce, die in 1973 door een (wettelijk niet bindende) comfort letter de rechten over de naam Rolls-Royce verwierf. Sir Ralph Robins, chairman bij de vliegtuigbouwer, wilde een vetorecht en speelde met die eis in de kaart van BMW, met wie het bedrijf van Robins een joint venture heeft voor de bouw van motoren voor kleine vliegtuigen. Als de claim en het vetorecht legitiem blijken, zou het cijfer op het prijskaartje voor BMW wel eens van 400 naar 250 miljoen pond kunnen vallen. De beslissing over de verkoop valt in principe tijdens de komende dagen. FRANK DEMETS