Het was dan toch een storm in een glas water. Iedereen keek vorige week reikhalzend uit naar de bekendmaking van de jaarresultaten van Adecco, 's werelds grootste uitzendgroep. Die resultaten moesten normaal gezien al zijn bekendgemaakt op 4 februari, maar een paar weken eerder bleek dat er zogenaamde "materiële zwakheden" waren opgedoken in de boekhouding van het concern, vooral dan in Noord-Amerika. Sommige waarnemers maakten al snel de vergelijking met Enron.
...

Het was dan toch een storm in een glas water. Iedereen keek vorige week reikhalzend uit naar de bekendmaking van de jaarresultaten van Adecco, 's werelds grootste uitzendgroep. Die resultaten moesten normaal gezien al zijn bekendgemaakt op 4 februari, maar een paar weken eerder bleek dat er zogenaamde "materiële zwakheden" waren opgedoken in de boekhouding van het concern, vooral dan in Noord-Amerika. Sommige waarnemers maakten al snel de vergelijking met Enron. Uiteindelijk liep het niet zo'n vaart. Na een intern onderzoek bleek vorige week dat van boekhoudkundige onregelmatigheden geen sprake kan zijn. Bovendien zette de groep goede resultaten neer. De omzet daalde in 2003 wel met 5 % tot 16,3 miljard euro, maar de nettowinst ging met 26 % de hoogte in, tot 305 miljoen euro. De resultaten voor het eerste kwartaal lagen dan weer onder de verwachtingen, maar dat had vooral te maken met een aantal uitzonderlijke kosten die onder andere het onderzoek meebracht. CEO Jérôme Caille (36) kan dus wat rustiger ademhalen. Velen hadden voorspeld dat zijn dagen als topman geteld zouden zijn als Adecco geen klare wijn zou schenken. Toen begin dit jaar de publicatie van de geconsolideerde cijfers over 2003 werd uitgesteld, maakte het aandeel van het concern een vrije val. Adecco verloor een marktkapitalisatie van 2,3 miljard euro. Een aderlating die de groep zich geen tweede keer kan permitteren. In januari kreeg de Fransman Caille overigens tijdelijk een schoonmoeder naast zich in de persoon van voorganger John Bowmer, de voorzitter van de raad van bestuur. Bowmer werd een soort van operationele manager die tot taak had om de crisis te bedwingen. Caille was niet langer de absolute topman. Wat een verschil met een jaar eerder, toen hij op het World Economic Forum in Davos werd voorgesteld als een van de meeste beloftevolle topmanagers. Ook het magazine Business Week noemde hem een van de leiders van de toekomst. Caille maakte immers indruk door zijn blitzcarrière. Geboren in het Zuid-Franse Valence ging hij studeren aan de Ecole Supérieure de Commerce in Lyon. Caille, in zijn vrije tijd een verwoed skiër, behaalde er een MBA en ging in 1991 aan de slag bij Adecco (eigenlijk toen nog Ecco, Adecco kwam pas in 1996 tot stand na de fusie van het Franse Ecco met het Zwitserse Adia). Hij werd onmiddellijk gebombardeerd tot manager van een uitzendbureau in Spanje en had vier mensen onder zich die dagelijks 150 uitzendkrachten plaatsten. Caille, die barstte van de ambitie, vond een lokaal kantoor leiden maar niets. Al in 1992 kreeg hij de opdracht om de Spaanse uitzendmarkt verder te ontwikkelen. Zijn carrière kwam pas echt in een stroomversnelling toen hij in 1997 topman werd van de Italiaanse Adecco-poot. Later kwam daar ook die van Griekenland bij. In beide landen gooide hij hoge ogen. Adecco werd er de onbetwiste nummer één van de uitzendmarkt en onder het bewind van Caille werd de kloof met Manpower, de nummer twee, alleen maar groter. Caille paste immers de mondiale strategie van Adecco toe: een uitgebreid kantorennet uitbouwen, een agressieve marketingcampagne voeren, tegen zeer scherpe prijzen werken en qua marktaandeel in de belangrijkste landen de nummer één of twee worden. Een opdracht die hij in Zuid-Europa tot een goed einde bracht. De prestaties van wonderboy Caille gingen op de hoofdzetel niet onopgemerkt voorbij. Hij werd naar Zwitserland gehaald en klaargestoomd om John Bowmer, op dat moment nog CEO van de uitzendgroep, te vervangen. In april 2002 was het dan zover: Caille werd de nieuwe topman van Adecco. Hij zette de agressieve politiek onverdroten voort. Dat was echter niet makkelijk in een markt die sinds 2001 begon te slabakken. Concurrenten als Randstad en Manpower speelden daarop in door hun kantorennet af te bouwen. Adecco deed het omgekeerde en opende in 2002 300 nieuwe vestigingen. Bovendien bleef het Zwitserse concern naarstig zoeken naar mogelijke overnameprooien. Zo zou Adecco al verschillende keren zijn oog hebben laten vallen op het Belgische Solvus, al werden die geruchten zeer snel ontkend. Jérôme Caille was ervan overtuigd dat de uitzendmarkt zeer snel opnieuw zou aantrekken, maar van een herstel was in de verste verte geen sprake. De topman van Adecco kan begin 2003 dan ook niets anders doen dan het geweer van schouder veranderen. Van de 30.000 werknemers werden er 1500 ontslagen. De kritiek op Caille wegens zijn gebrekkige strategie nam toe, maar dat was niets in vergelijking met wat hem nog te wachten stond. Toen Adecco begin dit jaar de bekendmaking van de cijfers voor 2003 uitstelde, bleek Caille een zeer slechte communicator te zijn. Niet alleen extern. Ook binnen het bedrijf werden de verschillende afdelingen pas rijkelijk laat op de hoogte gebracht van het nieuws. De CEO kreeg daarom scherpe kritiek van Klaus Jacobs, met 12 % de tweede belangrijkste aandeelhouder van de uitzendgroep. Jacobs - bekend van de chocoladegroep Jacobs-Suchard - maakte duidelijk dat "Caille zeer snel het vertrouwen moest herstellen om een ontslag te vermijden". Het zag er dan ook lange tijd naar uit dat Jacobs niet zou rusten vooraleer hij Jérôme Caille zou hebben opzijgezet. Nu er echter duidelijkheid is over de financiële en boekhoudkundige situatie van Adecco lijkt de positie van de CEO iets stabieler. Maar van zijn reputatie als wonderboy blijft nog maar bitter weinig over. Alain MoutonAdecco-topman Jérôme Caille kan vandaag voor het eerst weer wat rustiger ademhalen.