Vorig jaar bedroegen de inkomsten van de federale staat 51,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is dik 232 miljard euro. Volgens de Nationale Bank liggen de uitgaven van vorig jaar net iets hoger: 235 miljard of 52,4 procent van het bbp.

In zijn boek Terug naar de feiten besluit Bart Van Craeynest, de hoofdeconoom van de werkgeversorganisatie Voka, dat er extra jaarlijkse overheidsuitgaven ter waarde van 9,4 procent van het bbp nodig zijn. "Dat is 42 miljard euro. En dat is zonder nieuwe beleidsinitiatieven zoals hogere uitkeringen of pensioenen, of verdere belastingverlagingen, en ook zonder de enorme uitdagingen van de milieu- en de energietransitie."

De begrotingsfactuur

Bij de start van de regering-Michel was een begroting in evenwicht een van de belangrijke doelstellingen. Dat is niet gelukt. Volgens de Nationale Bank lag het begrotingstekort voor 2018 op 0,7 procent. Dat is goed voor ruim 3 miljard euro. Aan het begin van de regeerperiode was dat nog 12,3 miljard. Helaas ziet het Planbureau dit jaar het tekort opnieuw oplopen tot 1,9 procent van het bbp. Dat is naar schatting 8,5 miljard euro.

De meeste experts wijzen erop dat het bij een vertragende economische conjunctuur moeilijker wordt het tekort terug te dringen. "De aanzet om de lasten op arbeid te verminderen was goed, maar het had een taxshift moeten zijn", zegt econoom Koen Schoors (UGent). "Het werd een belastingvermindering en nu mag de volgende regering het gat dichtrijden. 8 miljard is veel, zeker als je weet dat de rente de afgelopen jaren historisch laag was."

Bovendien zijn er redenen om aan te nemen dat het begrotingstekort nog zal toenemen. Er werd de afgelopen decennia bespaard op defensie. Daar komt nu een einde aan. De NAVO-lidstaten besloten 2 procent van hun bbp aan defensie te besteden. Om daaraan te voldoen, moeten de jaarlijkse defensie-uitgaven in ons land met 1,1 procent van het bbp stijgen.

Sinds de jaren tachtig zijn de investeringen in infrastructuur zowat gehalveerd. Met alle problemen in de Brusselse tunnels, aan het viaduct in Gentbrugge en bij de spoorwegen tot gevolg. Volgens het World Economic Forum staat ons land op de 46ste plaats als het op de kwaliteit van de wegeninfrastructuur aankomt. De investeringen in die wegeninfrastructuur zitten de jongste jaren in de lift, maar dat is ook broodnodig.

De wegen en het onderhoud ervan zijn een gewestelijke bevoegdheid. In de Vlaamse begroting stijgt het budget voor Mobiliteit en Openbare Werken dit jaar tot 4,11 miljard euro. Het wordt daarmee de op twee na belangrijkste uitgavenpost in de Vlaamse begroting. Enkel de departementen Onderwijs en Vorming en het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin doen beter. Er zal de komende jaren meer geld naar de wegeninfrastructuur gaan. Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) had het enkele weken geleden, toen hij de slimme kilometerheffing naar de prullenmand verwees, over een investeringsbudget van 15 miljard euro voor de volgende regeerperiode.

De vergrijzingsfactuur

Een van de belangrijkste openstaande facturen is de kostprijs van de vergrijzing. In ons land zijn de afgelopen regeringen er niet in geslaagd voldoende op de toenemende vergrijzingskosten te anticiperen. Volgens Bart Van Craeynest zal de veroudering van de bevolking de overheidsuitgaven doen toenemen met zo'n 5 procent van het bbp per jaar.

In de eerste plaats bestaat die stijging uit de pensioenfactuur. Om die vergrijzingsfactuur te ontmijnen, besliste de federale regering aan het begin van de legislatuur de pensioenleeftijd tegen 2030 naar 67 jaar op te trekken. Maar de uitwerking van dat plan liep vast op het bepalen van de lijst met zware beroepen. "Er zijn wel wat kleine dingen goedgekeurd", zegt Koen Schoors. "Het brugpensioen is wat opgeschoven, maar een echte pensioenhervorming is jammer genoeg weer op de lange baan geschoven. De kostprijs voor de vergrijzing is even groot als voorheen."

En dan zijn er de kosten in de gezondheidszorg. De ziekteverzekering is met ruim 42 miljard euro een flinke brok in de sociale zekerheid. De regering schreef zichzelf in 2014 een groeinorm van 1,5 procent voor, een wettelijk vastgelegd percentage dat de jaarlijkse stijging van het gezondheidsbudget bepaalt. Voorheen was dat nog 4,5 procent.

In het verleden is gebleken dat na magere jaren, zoals onder Jean-Luc Dehaene (CD&V), ook met een groeinorm van 1,5 procent een inhaalbeweging kan volgen. Bij de sp.a staat een verhoging van de groeinorm tot 2,2 procent in het programma: tegen het einde van de legislatuur is dat 1,2 miljard extra voor de ziekteverzekering.

De klimaatfactuur

De regering-Michel maakte een einde aan de btw-verlaging voor energiekosten. Die maatregel volstaat niet om van een ambitieus klimaatbeleid te spreken. Het is voorlopig onduidelijk hoe hoog de factuur van de klimaatverandering zal oplopen. Wel duidelijk is dat nog ernstige inspanningen nodig zijn.

In Vlaanderen wordt een van de grotere uitgavenposten de renovatie van het woningenbestand. Een kwart van de sociale woningen in Vlaanderen is nog altijd uitgerust met enkel glas, of heeft geen dakisolatie of een hoogrendementsketel.

Ook het energiesysteem vergt grote investeringen. Voor België ziet het Federaal Planbureau het totale kostenplaatje van het energiesysteem - dus niet enkel elektriciteit - ten opzichte van het bbp stijgen van 11 procent in 2015 naar ongeveer 14,5 procent in 2030, om vervolgens weer te dalen naar ongeveer 14 procent in 2040.

Van veel maatregelen blijft de impact onduidelijk. Het federaal parlement keurde onlangs de kaderwet goed voor een ondersteuningsmechanisme voor nieuwe gascentrales. Die zijn nodig om de kernuitstap mogelijk te maken. De kostprijs wordt becijferd op 3 tot 15 miljard euro, gespreid over vijftien jaar. Veel is afhankelijk van de marktprijs voor energie: als die hoog is, wordt minder tot geen steun uitgekeerd.