Het tekort op de begroting mag deze regeerperiode dan wel flink zijn gezakt, professor André Decoster vindt dat de regering-Michel zich daarvoor niet te hard op de borst moet kloppen. Volgens hem moeten politici niet zozeer naar het feitelijke begrotingstekort kijken, maar eerder naar het structurele tekort, dat ook rekening houdt met de conjunctuur.

Bovendien verwijst Decoster naar het zogenaamde houdbaarheidstekort. Dat geeft een indicatie van de mate waarin we met toekomstige primaire overschotten de schulden van vandaag kunnen afbetalen. Het houdbaarheidstekort houdt rekening met de demografie en de langetermijneffecten van het beleid. De beleidskeuze om de pensioenleeftijd tegen 2030 geleidelijk te verschuiven naar 67 jaar is wel zichtbaar in de houdbaarheidsindicator, terwijl die beslissing niet tot uiting komt in het structurele begrotingstekort.

Het Federaal Planbureau vergeleek de houdbaarheidstekorten voor ons land van 1995 tot 2018. Wat besluit u daaruit?

ANDRÉ DECOSTER. "We leven boven onze stand. In 2018 bedraagt het houdbaarheidstekort 2,7 procent van het bbp. In 2014 was dat nog 4 procent. Tijdens deze regeerperiode is het opnieuw beginnen te stijgen.

"Op de lange termijn moeten we een gat van 14 miljard euro wegwerken. Dat kan zowel met extra inkomsten als met extra besparingen. Een regering mag schulden maken, maar ze moet er wel voor zorgen dat ze op termijn begrotingsoverschotten boekt om die terug te betalen."

Klopt het beeld dat de regering-Michel budgettair orde op zaken stelde niet?

DECOSTER. "Het vel van de beer is opnieuw verkocht voor hij was geschoten. De lastenverlaging die de regering-Michel doorvoerde, was onvoldoende gefinancierd. Maar daarin staat ze niet alleen. Een paar weken geleden bleek uit een Amerikaans onderzoek dat de terugverdieneffecten van de belastingverlaging die president Trump doorvoerde, slechts 20 procent bedragen. Dat is vergelijkbaar met onze doorlichting van de taxshift van de regering-Michel.

"Bijna alle studies wijzen uit dat terugverdieneffecten van lastenverlagingen meestal worden overschat. Er zijn wel terugverdieneffecten, maar politici gaan er te gemakkelijk van uit dat die maatregelen zichzelf terugverdienen. Een lastenverlaging van 1 miljard genereert misschien wel 200 miljoen euro extra inkomsten via positieve effecten op de economie, maar levert netto 800 miljoen minder inkomsten op via sociale bijdragen of de personenbelasting."

Bent u niet te negatief? De lastenverlaging heeft toch tot extra banen geleid.

DECOSTER. "Ik ben niet tegen een belastingverlaging op zich, maar ik zie weinig verschil met eerdere pogingen om in de personenbelasting te knippen.

"De taxshift was niet budgetneutraal. De federale regering heeft onvoldoende aangegeven waar ze de lastenverlaging zou compenseren. Er was meer nodig dan alleen de btw op elektriciteit te verhogen. Ik ben ervan overtuigd dat die openstaande rekening bij de regeringsonderhandelingen meteen op tafel komt."

U vindt ook de discrepantie tussen de ontwerpbegroting en het Europese stabilisatieprogramma nogal groot.

DECOSTER. "In het stabilisatieprogramma dat de regering heeft voorgelegd aan Europa, schuift ze een begroting in evenwicht naar voren tegen 2021. In de ontwerpbegroting van oktober 2018 loopt het feitelijke tekort op tot 1,4 procent van het bbp. De ontwerpbegroting wijkt dus ver af van het stabilisatieprogramma. Dat betekent dat er voor de volgende regering werk aan de winkel is.

"Bovendien correspondeert de ontwerpbegroting niet met de prognoses van het Federaal Planbureau. Die voorspellen een tekort van 2,4 procent in 2021. Zelfs al zijn de jongste signalen over de conjunctuur wat positiever, de politici minimaliseren die kloof toch te gemakkelijk. We horen in de verkiezingspropaganda te weinig hoe ze dat mogelijke begrotingstekort van 2,4 procent zullen wegwerken."