Wanneer een politicus een paar maanden voor de verkiezingen een boek publiceert over de belangrijkste staatsman die zijn land heeft gekend, dan is enig wantrouwen op zijn plaats. Voor de politicus is zo'n boek de ideale manier om zich met zijn grote voorbeeld te vereenzelvigen.
...

Wanneer een politicus een paar maanden voor de verkiezingen een boek publiceert over de belangrijkste staatsman die zijn land heeft gekend, dan is enig wantrouwen op zijn plaats. Voor de politicus is zo'n boek de ideale manier om zich met zijn grote voorbeeld te vereenzelvigen. En dat opperden tegenstanders ook toen de Londense burgemeester Boris Johnson onlangs een biografie uitbracht van Winston Churchill. Niet alleen bijna vijftig jaar na de dood van de legendarische premier, ook een paar maanden voor de parlementsverkiezingen. Het is geen geheim dat Johnson zich profileert als mogelijk voorzitter van de Britse conservatieven voor het geval eerste minister David Cameron de verkiezingen verliest. En er is geen betere manier om de eigen capaciteiten in de verf te zetten. Maar dat is wat Johnson met zijn boek De Churchill Factor net niet doet. Hij wil gewoon dat Churchill niet in de vergetelheid geraakt. Ook al is de rondbuikige en sigaar rokende politicus de held die Groot-Brittannië door de Tweede Wereldoorlog loodste, Churchill raakt in de vergetelheid. En vijftig jaar na zijn dood zijn er critici die hem afschilderen als racist, imperialist en kolonialist. Zo noemde Churchill de Indiase onafhankelijkheidsstrijder Mahatma Ghandi een "halfnaakte fakir". Johnson plaatst de uitspraken van Churchill in hun tijdskader. Hij was een radicale verdediger van het Britse imperium, maar Churchill kan je geen massamoorden verwijten zoals in het Congo van Leopold II, of de genocide op de Zuidwest-Afrikaanse Herero-stammen door Duitse kolonisten. Churchill was als conservatief -- een deel van zijn carrière was hij ook liberaal -- een verdediger van sociale rechten. Hij was ook voorstander van een belasting op de verkoop van vastgoed. Die werd door de Britse adel fel bestreden. Een milieu waarin Churchill, afstammeling van de hertog van Malborough, opgroeide. Johnson heeft er ook geen probleem mee om de vele fouten van Churchill op te sommen. Als minister van Marine wist hij in 1914 de voor de Britten belangrijke vesting Antwerpen niet te redden. In 1915 leden de Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders een pijnlijke nederlaag in Gallipoli tegen de Turken. Churchill was een van de architecten van de dramatische aanval. Als minister van Financiën in de jaren twintig hield hij vast aan de goudstandaard. Een absurd economisch beleid dat Engeland in een crisis duwde. Eigenlijk was Churchill een mislukte politicus toen hij in 1940 premier werd. Het wantrouwen tegenover hem was groot. Zeker de upper class wou een deal sluiten met Adolf Hitler na de Franse nederlaag. Ook het oorlogskabinet was verdeeld. Maar Churchill hield voet bij stuk. Hij gokte op een intrede van de Amerikanen in de oorlog. Met de Japanse aanval op Pearl Harbour op 7 december 1941 en de Duitse oorlogsverklaring aan de VS kort daarop wist Churchill de zo belangrijke Amerikanen aan zijn kant te krijgen. Naar eigen zeggen ging de Britse premier de avond na Pearl Harbour voldaan slapen. Hij wist dat de Britten nu de oorlog konden winnen. Boris Johnson, 'De Churchill Factor. Hoe één man geschiedenis schreef', Spectrum, 2015, 428 blz., 25 euroALAIN MOUTON